DOOD EN LEVEN

De weg terug door Paul Sporken 134 blz., Ambo 1991, f 19,50 ISBN 90 263 11303

Prof. dr. P. Sporken was hoogleraar gezondheidsethiek aan de Rijksuniversiteit Limburg tot hij in 1988 op 61-jarige leeftijd om gezondheidsredenen zijn functie neerlegde. Door een erfelijke chronische bronchitis was zijn longfunctie te zeer verslechterd. Lopen, werken en lezingen houden werden onmogelijk. Begin 1990 balanceerde hij op het randje van de verstikkingsdood. Een ziekenhuisverblijf en daarna twee maanden revalidatie hielpen hem er weer bovenop. Sporken beschrijft de neergaande spiraal waarin hij zich bevond, zijn voorbereiding op de dood en het wonder van zijn herstel. Het is allemaal mooi opgeschreven, maar we lezen het relaas van de patiënt Sporken die zich slechts zo nu en dan herinnert dat hij beroepsmatig deskundige op het gebied van dood en leven is. De confrontatie Sporken als zielzorger aan het bed van een stervende, Sporken als hoogleraar ethiek en Sporken de patiënt, durft schrijver Sporken niet aan.

De lijdensweg van Sporken begint als hij in 1982 met een ernstige longontsteking in het ziekenhuis belandt. Van het consigne om het daarna rustig aan te doen trok hij zich weinig aan. Zijn longen worden steeds slechter, zijn actieradius neemt af, maar hij leert ermee omgaan en verbergt het voor zijn omgeving.

In de zomer van 1986 volgen weer twee weken ziekenhuisopname vanwege een acute en zware bronchitisaanval. Na drie maanden kan hij weer wat werken. Tot 1989 volgt hij een experimenteel revalidatieprogramma met tweemaal per week lichamelijke training om de longfunctie te verbeteren. De toen geboden kans op herstel heeft hij niet gegrepen, schrijft hij achteraf. Hij trainde te weinig, hield zich niet aan de instructie om huishoudelijke taken te verrichten en zat te veel achter de schrijftafel. Zijn longarts maakte zich zorgen en adviseerde hem al in 1987 om een gedeeltelijke invaliditeitsafkeuring aan te vragen. Het werd een volledig invaliditeitspensioen. Sporken: ""Toen behoorde ik voorgoed tot de groep van (vervroegd) gepensioneerden.''

Het is een voorbeeld van zijn verhullend taalgebruik. Sporken is helemaal niet vervroegd gepensioneerd, hij is arbeidsongeschikt en invalide. Hij schrijft als een echte katholieke dorpspastoor. Hoewel hij dat nooit geweest is kent hij ze maar al te goed. Na zijn priesterwijding combineerde hij de studie ethiek met zielzorg. In de roerige jaren zestig werkte hij bij het bisdom Den Bosch en probeerde er onder andere de parochies op één lijn te houden op het gebied van seks, huwelijk en de pil.

In het revalidatiecentrum waar Sporken er begin 1990 weer bovenop wordt geholpen, nadat hij tien dagen op het randje van leven en dood zweefde en zich voorbereidde op ""de onvermijdelijke levensrealiteit die sterven heet'', is hij al snel bekend als de professor uit Maastricht die ook op televisie over ziekte, lijden en sterven heeft gepraat. Een medepatiënt spreekt hem aan: ""Jij hebt een boek over aanvaarding geschreven hè? Zeg nou eerlijk, kun jij aanvaarden wat je nou overkomt en wat je te wachten staat?'' Sporken schrijft: ""Ik heb geantwoord dat ik het weliswaar probeerde, maar het vreselijk moeilijk had met de beperkingen, waardoor de zin van mijn leven problematisch werd. We hebben nog wat doorgepraat, waarna ieder weer op zijn manier zijn eigen weg ging. Ik hoop maar dat het samenzijn en het gesprek hem evenveel goed deed als het mij heeft gedaan.''

Zodra het niet over fysieke ongemakken, het verwaarloosde huishouden en grappige discussies met poetsmeisjes gaat, drukt Sporken zich in algemene termen uit: ""Ik had er behoefte aan om aan goede vrienden dingen te zeggen die ik al eerder had willen zeggen, maar om welke reden dan ook niet had gezegd. De ervaringen in het ziekenhuis hadden mij geleerd dat een mens zulke dingen op tijd moet doen, d.w.z. voordat hij door de verslechtering van zijn conditie in een schemertoestand terechtkomt, waarin hij zijn gedachten en gevoelens niet meer goed kan ordenen, laat staan tot uitdrukking brengen.''

Boeken van (ex-)patiënten of van nabestaanden zijn populair. Er verschijnen er in ieder geval veel. Soms brengt een echte uitgever ze uit, soms is het een uitgave van een patientenvereniging. Meestal wordt de alledaagse werkelijkheid beschreven. Sporken doet hetzelfde, ondanks zijn hoogleraarschap in de ethiek.

    • Wim Köhler