Delaval Stork haalt groei uit Noordzee; Investeringshausse in offshore goed voor orderportefeuille toeleveranciers

HENGELO, 26 OKT. Nog maar luttele jaren geleden ging Twente gebukt onder bedrijfssluitingen, hoge werkloosheid en verhalen over armoede onder de bevolking. Vandaag is de werkloosheid in het gebied 6 procent en dat ligt niet veel hoger meer dan het landelijke gemiddelde van 4,4 procent (van de beroepsbevolking).

Delaval Stork, een middelgrote onderneming gespecialiseerd in compressoren en andere apparatuur voor de offshore-industrie, is een van de bedrijven die Twente aan herindustrialisatie helpen. Als gezamenlijke onderneming van Stork Machinefabrieken en het Amerikaanse IMO-Industries uit New Jersey vierde het deze week zijn tienjarig bestaan "als een van de grootste toeleveranciers voor de olie- en gaswinning op zee. Optimisme heerst onder de klanten, de grote oliemaatschappijen en tal van bedrijven waarmee intensief wordt samengewerkt in het Twentse en daarbuiten. Want de offshore maakt een nieuwe periode van groei door na de Golfoorlog, die de investeringen op een laag pitje zette.

Vooral op de Noordzee stijgt het aantal opdrachten snel. De totale orderportefeuille van de Nederlandse offshore-bedrijven wordt dit jaar op bijna 6 miljard gulden geschat, waarvan 3,5 miljard naar projecten op zee gaat. Op het Nederlandse deel van de Noordzee wordt 2,5 miljard gulden geïnvesteerd, een record na de ineenstorting van de olieprijs in 1986.

Delaval Stork begon twintig jaar geleden met nog geen honderd werknemers, en maakte vooral de laatste tien jaar zijn grootste groei door met de produktie van speciale compressoren en pompen voor de offshore. Vorig jaar haalde het bedrijf een omzet van 150 miljoen gulden.

In de Hengelose fabriek werken nu 380 mensen in vaste dienst en 100 tijdelijke krachten. Directeur Colin Pearson houdt zijn winstcijfer geheim. “We streven naar 10 procent rendement op het geïnvesteerd vermogen en daar zitten we nu dicht tegenaan”, is het enige dat hij over de financiële positie kwijt wil. “Dit jaar verwacht ik ongeveer dezelfde omzet, maar daarna zit er een flinke stijging in.” Hij stoelt deze prognose op de omstandigheid dat grote projecten in Oost-Europa en elders in de wereld een lange aanlooptijd hebben en nog in het voorbereidende stadium verkeren.

Pearson levert compressoren en pompen over de hele wereld. Van zijn produktie gaat 80 procent naar het buitenland. Hij heeft dit jaar een speciale service- en onderhoudsorganisatie opgericht, die klaar staat om ook de slecht onderhouden olie- en gasinstallaties en electriciteitscentrales in de Sovjet-Unie op te knappen. Gemiddeld kan de produktie van olie en gas in dat land met 50 procent worden opgevoerd als nieuwe onderdelen worden gemonteerd en lekkages gerepareerd.

In Polen, Hongarije en oostelijk Duitsland heeft Delaval Stork al opdrachten uitgevoerd en Pearson rekent op orders voor de bouw van nieuwe aardgasinstallaties in die landen. “Het grootste probleem daar is geldgebrek. Voorlopig moeten wij het voornamelijk nog van de groei op de Noordzee hebben.” Met de grote oliemaatschappijen zijn verkennende gesprekken gaande over de aanleg van nieuwe pijpleidingen die aardgas uit verafgelegen Russische gasvelden naar West-Europa moeten voeren. Delaval Stork kan daarvoor de compressoren en pompen leveren.

Ook bij de heropbouw van de olie-industrie in Koeweit wordt Delaval Stork ingeschakeld. Pearson: “We werken samen met Britse bedrijven, die daar grote opdrachten hebben gekregen, voor de levering van onderdelen die zij niet kunnen maken.”

Pearson is al jaren in gesprek met de Nederlandse Aardolie Maatschappij en de Gasunie om een deel van de mammoetorder die over enige jaren moet worden gegund binnen te halen: de installatie van reuze-compressoren die vanaf het jaar 2000 de druk in de gasbel van Slochteren moeten opvoeren.

Daarbij gaat het om een miljardeninvestering. Volgens de NAM zou dergelijke grote apparatuur uit het buitenland moeten komen, maar Pearson zegt aan alle specificaties te kunnen voldoen. “Als het even kan, zou zo'n order toch in Nederland moeten blijven. Er is geen enkele reden waarom wij niet zouden leveren. Wij kunnen in alle opzichten concurreren met buitenlandse bedrijven. Ik verwacht dat de NAM uiteindelijk bij ons zal bestellen.”

    • Theo Westerwoudt