De pijn en de daad; Een lijfelijke therapie voor incestplegers en slachtoffers

De methode-Van Rees is niet de zachtzinnige manier om incestdaders en hun slachtoffers te behandelen. Zijn 'lichaamserichte' therapie kan hardhandig en soms gruwelijk zijn, is in ieder geval omstreden, maar werd onlangs door de rechtbank in Breda wel als alternatief aanvaard vooreen gevangenisstraf van dertig maanden. Twee jaar lang piepen en gillen, op zoek naar geweten

Even kan hij de pijn niet meer verdragen. De man van middelbare leeftijd kreunt en komt verkrampt omhoog van de massagetafel, het bleke lijf bloot en kwetsbaar. De therapeute gebiedt hem zich te ontspannen en gecontroleerd te ademen. Onverbiddelijk gaat zij door met de hardhandige massage: strijken, rekken, kneden

In mei van dit jaar werd dit tafereel getoond op de video voor de meervoudige kamer van de rechtbank te Breda. Incest met vijf kinderen, luidde de tenlastelegging tegen de gepijnigde man. "De hier vertoonde therapie komt in gevaar als de verdachte een vrijheidsstraf krijgt", betoogde zijn advocaat, gesteund door de getuige-deskundige drs. R. van Rees. Ook de slachtoffers lieten de rechters weten de therapie als zinvoller te beschouwen dan gevangenisstraf.

Therapeut R. van Rees behandelt in zijn Centrum voor integrale diagnostiek en therapie te Uitgeest incestdaders via lichaamsgerichte methodieken. 'Rolfen' heet de therapie die, met zijn vrouw in de rol van therapeute, werd vertoond voor de Bredase rechtbank. Het is een onderdeel van een door Van Rees ontwikkeld 'integraal hulpverleningsproces'. In een foldertje beschrijft hij het 'Rolfen' als "een behandelwijze om het lichaam opnieuw vorm te geven", en veel concreter wordt de informatie ook verderop niet. Om een beeld van zijn methode op te roepen heeft die tekst de herinnering aan de videobeelden hard nodig.

Van Rees' methoden zijn omstreden. "Het is een massagemethode die uitgaat van de theorie dat traumatische ervaringen worden opgeslagen in het bind- en spierweefsel", zegt de Groningse psycholoog P. Bugel, die zich jarenlang heeft beziggehouden met alle mogelijke vormen van sensitivitytraining. "De methode is ontwikkeld door de Amerikaanse dr. Ida Rolf. De therapie is gebaseerd op de kennis dat allerlei aanrakingen heilzaam zijn - als je zuigelingen niet aait, gaan ze tenslotte zelfs dood. Maar ik heb geen reden te denken dat mensen van hun trauma's afkomen doordat ze zo pijnlijk onder handen worden genomen dat er blessures ontstaan."

"Onbewijsbaar gegoochel", noem orthopedagoog dr. R. Bullens de benadering van Van Rees. Bullens leidt in Rotterdam het project 'incestdader hulpverlening', een samenwerkingsverband van het openbaar ministerie en het Riagg. Uitgangspunt van het project is dat de kans op herhaling van het misdrijf groot is als de dader niet wordt behandeld. Amerikaans onderzoek taxeert de recidivekans in bepaalde situaties op 80 procent. In welke mate behandeling dat percentage vermindert weet niemand. Incestdader-behandeling is nog nauwelijks bekend, of het nu gaat om gesprekstherapieen of om lichaamsgerichte methoden.

Directeur H. A. A. Mourits van de Landelijke Stichting Bureaus Vertrouwensarts inzake Kindermishandeling toont zich een voorstander van daderbehandeling, omdat dat goed is voor de slachtoffers. "Een kind gaat zich tijdens de periode van seksuele mishandeling schuldig voelen", zegt hij, "bijvoorbeeld omdat het heeft gezwegen na het eerste misbruik. Maar ook omdat de dader druk uitoefent: 'als jij je mond opendoet,- moet ik de gevangenis in, dan staat mama er alleen voor, dan worden we heel arm'. Wij vinden het vooral belangrijk dat de therapie leidt tot een moment waarop de dader verklaart: 'het is mijn schuld'. Van lichaamsgerichte therapie weet ik niets. Maar als dat er uitkomt, ben ik een voorstander."

Botsing

Van Rees studeerde achtereenvolgens aan de academie voor lichamelijke opvoeding, de sociale academie, voorts ortho-pedagogiek bij de vu in Amsterdam en, aan de Utrechtse universiteit, sociale pedagogiek met als bijvak gymnologie. Hij behandelt binnen zijn integrale hulpverleningsproces incestslachtoffers en -daders liefst in relatie tot elkaar. "Dat heeft een ontzettende botsing opgeleverd met collega's die vinden dat je dat gescheiden moet houden", zegt hij. "Maar dat kan niet. Er is een relatie tussen slachtoffer en dader, die relatie moet je ook aanpakken." Hij noemt het voorbeeld van een incestslachtoffer en een inmiddels overleden dader. "We gaan dan toch met haar naar het kerkhof, daar kunnen dan ineens heel emotionele dingen gebeuren. De angst moet weg bij het slachtoffer. Dat gaat niet met even een therapietje, daar zitten jaren aan vast. Deze slachtoffers moet je als het ware opnieuw verkrachten en aanranden. Ik ben dan de aanrander en pas als ze niet meer bang zijn voor mij, kan je dat overplanten naar de confrontatie met de dader." Hoever gaat dat therapeutisch aanranden? "Heel ver, je pakt ze aan, je haakt ze pootje, je grijpt ze bij de strot. Je bereidt ze daar natuurlijk heel zorgvuldig op; voor. Je laat ze op video zien wat er ongeveer gaat gebeuren. Je laat slachtoffers kennismaken met slachtoffers die dit genezingsproces al hebben meegemaakt."

Weerstaan

Kinderrechter prof. dr. J. E. Doek kent de methode-Van Rees. Hij is er in een enkel geval zelfs daadwerkelijk bij betrokken geweest. Volgens Doek verwijzen alle mogelijke instellingen in het land de probleemgevallen naar Van Rees "omdat hij 'iets' kan dat anderen niet kunnen". Maar therapeut Van Rees kan het werk nu al niet bijbenen. "Als hij onder de tram komt is het verhaal uit", aldus Doek. "Want een helder theoretisch verhaal over het proces waar de patient doorheen gaat, krijg je niet bij zijn therapie. Van Rees zelf is niet in staat dat op een abstract niveau helder te beschrijven. Je zou iemand naast hem moeten zetten die een aantal sessies observeert en probeert de interactie tussen therapeut en client in kaart te brengen. Voor die aanpak is zelfs in de huidige tijd nog wel geld te krijgen. Daar moeten we achteraan."

W. Bezemer is psychologe en seksuologe. Rechtstreeks praten over de methode-Van Rees wil ze niet. "Ik ben nooit bij zijn therapie aanwezig geweest. Wat je hoort is vaak overtrokken: men is het er ontzettend mee eens of juist vreselijk tegen. In zijn algemeenheid heb ik wel gemerkt dat lichaamsgerichte therapie enorme emoties teweeg kan brengen. In mijn werk heb ik veel te maken en te maken gehad met vrouwelijke clienten die vroeger seksueel zijn misbruikt. Mijn ervaring met die groep is dat kleine lichamelijk gerichte opmerkingen als 'probeer eens ontspannen te gaan zitten' een enorme lading krijgen. En als je iemand in een kring vraagt zich te ontspannen waarbij de anderen haar zullen opvangen, dan blijkt dat geweldig heavy. Als ze het doen, is het omdat ik het zeg. Want ik ben de therapeut en die stoot je niet voor het hoofd. Vaak hebben ze hun eigen grenzen niet leren kennen, laat staan bewaken. Dus voor ik het weet, vraag ik te veel van ze."

Bij het naspelen van een verkrachting zegt Bezemer zich "van alles te kunnen voorstellen, maar niets goeds". Zij betwijfelt of het weerstaan van een therapeut die een verkrachter speelt, de incestervaring in de jeugd zou corrigeren.

Orthopedagoog dr. R. Bullens is scherper in zijn kritiek. Hij bezit een door een Engels televisiestation uitgezonden videofilmpje waarin een beeld wordt gegeven van een door Van Rees gehanteerde confrontatiemethode met vechtpartijen waarbij de slachtoffers de dader mogen bewerken. "Daar ben ik fel op tegen", zegt Bullens. "De integriteit van andermans lijf wordt flagrant geschonden. Wij leren juist uiterst respectvol om te gaan met het lichaam van de ander. Ik denk een hoop incestdaders te kunnen afhouden van recidive door juist cognitief te werk te gaan: de vertaling van de lijfelijke aspecten in het gedachtengoed, het bijsturen van gedrag en gevoelens. Gelet op de aard van het delict denk ik dat lichaamstherapie juist bij deze daders geheel uit den boze is, in ieder geval gedurende het eerste jaar van de behandeling. Ik ben ook heel voorzichtig met confrontaties. Er gaan vaak anderhalf of twee jaar overheen voordat een dader in staat is iets tegen een slachtoffer te zeggen dat nuttig is en oprecht gemeend. Bovendien moet het slachtoffer toe zijn aan het aanvaarden van bijvoorbeeld een spijtbetuiging."

Over een grens

"Hierop is felle kritiek van de vertegenwoordigers van de gevestigde therapieen", beaamt Van Rees in zijn woonkamer en hij stopt de videofilm met het fragment waaraan Bullens zich ergerde, in de recorder. De incestpleger in beeld wordt geconfronteerd met zijn drie inmiddels volwassen stiefkinderen die hij vele malen heeft misbruikt. Het zijn opnamen in de werkruimte van Van Rees waar een rechtszitting wordt nagespeeld. Kinderrechter Doek speelt mee, hij houdt een inleiding over juridische structuren en is daarna nog eenmaal aan het woord als hij vaststelt dat 'het strafrecht erg ver afstaat van wat hier gebeurt'. Aangemoedigd door therapeut Van Rees vallen de kinderen hun stiefvader aan, eerst verbaal, later ook lichamelijk. "Ik heb nog nooit iemand geslagen', huilt een van de jongens. Zijn zus,de oudste van de kinderen, heeft dan al het voorbeeld gegeven, onbeholpen maar venijnig schoppend. "Daar sta je wel van te kijken, he, dat ik niet meer bang voor je ben", hijgt zij. De huilerige dader weert de meeste aanvallen efficient af.

Terugkijkend op die sessie zegt het vrouwelijke slachtoffer (26) over het geweld dat loskwam: "Die klootzak aanvallen was iets dat ik al jaren wilde, maar nooit durfde. Nu ging ik over een grens heen en daarvan had ik veel voldoening."

Zij gelooft in de lichaamstherapie, volgt nu ook zelf de opleiding in deze richting. "Ik weet dat het goed voor me is en zuiver. De essentie van de therapie van Rob (van Rees) is dat hij je helpt je eigen kracht, je persoonlijkheid te vinden. Bij het Riagg waar we eerst zijn geweest, blijf je een slachtoffer. Ze spreken je niet aan op je eigen kracht."

Haar broer (23) noemt het belangrijk dat incestdaders een therapie krijgen als bij Van Rees. "Incest is iets dat in het hoofd zit, dat kun je er met gevangenisstraf niet uitkrijgen", zegt hij. "Je loopt wel het risico dat zo iemand zoveel inzicht krijgt in zichzelf dat hij zelfmoord pleegt. M'n stiefvader dreigde altijd met zelfmoord, het verbaast me eigenlijk dat hij hiermee kan leven. Misschien zit het begrip voor wat hij heeft aangericht toch niet zo diep.

De stiefvader belt midden in de nacht huilend op om ons gesprek te annuleren. Vanaf het moment dat de afspraak is gemaakt, heeft hij aan niets anders meer kunnen denken. Als zijn identiteit aan het licht komt, maakt hij een eind aan zin leven, zegt hij. Komt hier nou nooit een eind aan? Niemand heeft oog voor de goede eigenschappen die hij toch ook bezit. Ik weet niet of u weleens een borreltJe drinkt", betrekt hij de verslaggever in zijn zelfbeklag maar dan weet u dat je omgeving je heel snel een dronkelap noemt."

lndische jongen

Van 1984 tot 1988 is Van Rees verwikkeld geweest in een strafzaak wegens verkrachting en aanranding, aangespannen door twee vrouweliJke clienten en uitgevochten tot voor de Hoge Raad. Voor de vrouwenbeweging werd de zaak een symbool van de strijd tegen seksueel geweld door hulpverleners. Van Rees erkende "een slordige, te gehaaste therapie", maar beschuldigde de Alkmaarse officier van justitie Josephus Jitta van het "voeren van een persoonlijke vete". De therapeut werd door de rechtbank in Alkmaar vrijgesproken. In hoger beroep trad Jitta opnieuw op namens het openbaar ministerie, hij eiste een vrijheidsstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De uitspraak van het hof was een boete van duizend gulden wegens schending van de eerbaarheid van een van de vrouwen. Die straf werd bevestigd door de Hoge Raad.

"Ik moest me verantwoorden tegenover het hele Nederlandse volk, zo voelde ik dat als Indische jongen", herinnert Van Rees zich die periode. Hij heeft maatregelen getroffen om herhaling van deze problemen te voorkomen. Zo kan de videoregistratie van behandelingen een therapeutische functie hebben, maar natuurlijk ook dienen als bewijsmateriaal bij eventuele beschuldigingen tegen de therapeut.

Van Rees beschouwt de uitspraak in de zaak van de incestdader in Breda, in het begin van dit artikel genoemd, als de juridische erkenning van zijn methodiek. De man werd veroordeeld tot 240 uur dienstverlening. Met als bijzondere voorwaarde: voortgang van de therapie onder toezicht van de reclassering. "Ik ben mij heel goed bewust geworden van het onheil dat je aanricht", aldus deze dader. Dat besef ontbrak volledig toen hij werd gearresteerd. Zijn advocaat bracht hem in contact met Van Rees en tijdens de behandeling ontwikkelde hij naar zijnzeggen een schuldgevoel. Twee jaar duurt de behandeling, zo leert de ervaring, iedere week moet hij ervoor naar Uitgeest, op en neer 300 kilometer, kosten per behandeling honderd gulden (Van Rees werkt zonder subsidie, zijn tarieven varieren naar draagkracht van de patienten van 25 tot 100 gulden per behandeling, daders betalen soms voor de behandeling van hun slachtoffers). "Ik had me ingesteld op gevangenisstraf, maar dit is beter", aldus de man. "In het begin heb ik bij het Rolfen liggen gillen en piepen, wilde ik de therapeute aanvallen. Nu besef ik dat ik er beter van word. Ik kan nu naar een kind kijken en me afvragen: hoe heb je dit ooit kunnen doen?"

Bedreigend

Mr. P. R. Paalvast was bij deze zaak voorzitter van de meervoudige kamer in Breda. Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien voorwaardelijk, was de eis van het openbaar ministerie. Paalvast: "Al staat het niet expliciet in de overwegingen, dit soort daders mankeert iets, ontucht met kleine kinderen is geen normale zaak. Als er dan goede hoop is dat een behandeling er toe kan leiden dat ze niet meer in deze fouten vervallen, is dat de rechtbank veel waard."

De reclassering West- en MiddenBrabant was nauw betrokken bij deze incestzaak. "Er zijn natuurlijk verschillende mogelijkheden om met incestdaders om te gaan", zegt directeur J. Vlottes. "De hulpverlening voor deze mensen zullen we als regel buiten de deur zoeken: bij de psychiater of de psychotherapeut, het Riagg en ook bij Van Rees. Dat kan natuurlijk alleen als de dader meewerkt. Dat lijfelijke werk kan heel bedreigend zijn." Vlottes noemt het een nadeel dat de methode-Van Rees "zich niet helemaal laat beredeneren". Een van zijn medewerkers kende Van Rees en heeft hem aanbevolen. "Het is vaak een kwestie van geloven in een methode", zegt de directeur. "Bovendien is Van Rees heel open over zijn manier van werken. Als we iemand naar het Riagg sturen, horen we helemaal niets over de behandelwijze."

    • Hidde van der Ploeg