Dankert koestert akkoord tussen EG en EVA als succes

DEN HAAG, 26 OKT. De marathonvergadering van zestien uur van afgelopen maandag in Luxemburg is staatssecretaris P. Dankert (buitenlandse zaken) nog aan te zien. De bewindsman koestert het akkoord tussen de Europese Gemeenschap en de Europese Vrijhandels Associatie (EVA) als een succes voor het zo geplaagde Nederlandse EG-voorzitterschap. Toch had het maar weinig gescheeld of het was door interdepartementale stammenstrijd nog misgegaan.

Van de drie belangrijkste dossiers - het transitoverkeer door de Alpen, de visserij en de betaling van de EVA-landen aan de armere EG-leden - behoorde het transitoverkeer niet tot de competentie van de bewindspersoon van Buitenlandse zaken maar van die van Transport. Maandag bleek dat Dankert en Maij-Weggen niet dezelfde prioriteiten hadden.

Dankert: “Ik had er bij Maij op aangedrongen concessies te doen in de Transportraad. De ministers in die raad kunnen met gekwalificeerde meerderheid beslissen. Maar de Grieken hadden in de Algemene Raad (van buitenlandse zaken), waar bij unanimiteit moet worden beslist, laten weten dat zij een akkoord over de Europese Economische Ruimte (EER) zouden tegenhouden, als er geen bevredigend transito-akkoord kwam. Dus toen ik hoorde dat de Grieken in de Tranportraad waren overstemd, zat ik met een groot probleem.”

Maij-Weggen had niet zo'n behoefte gehad aan consensus in de Transportraad. Ze wilde gewoon "haar' transito-akkoord. De bewindsvrouw verkondigde maandag triomfantelijk (en tot tevredenheid van de Nederandse vervoerders) dat een akkoord over het vrachtverkeer door de Alpen was binnengehaald, maar de hele EER werd er en passant mee in de waagschaal gesteld.

“Het probleem is bij mij gelegd, ja”, bevestigt Dankert. Samen met Europees commissaris Van Miert ondernam de staatssecretaris maandagavond vier bemiddelingspogingen. De laatste poging had succes, toen Oostenrijk extra Griekse vrachtverkeer toestond.

Was het Nederlandse succes bijna een fiasco geweest?

“Nee, dat zeg ik niet. Maar als de oplossing niet gevonden was met hulp van de Oostenrijkers, dan had ik voor de keus gestaan: geef ik ze nou 2000 ritvergunningen uit het Nederlandse contingent zonder Maij-Weggen te bellen om ze op die manier binnen te krijgen, of durf ik dat niet aan en laat ik daarmee de EER springen, dat is wel een akelige dilemma ja.”

Had u het gedaan als Oostenrijk niet met concessies was gekomen?

“Ik had het zo kunnen oplossen. Je moet toch zien dat je eruit komt.”

Met de Europese Economische Ruimte ontstaat in 1993 een vrijhandelszone van Reykjavik tot Rhodos. In de praktijk komt het erop neer dat de landen van de EVA (IJsland, Noorwegen, Zweden, Finland, Zwitserland, Oostenrijk, Liechtenstein) de EG-regels met betrekking tot de interne markt overnemen. De EVA-landen hebben op de totstandkoming van de EG-regels geen enkele invloed. Wel komt er een apart EER-Hof voor de beslechting van geschillen. Een land als Noorwegen heeft "betaald' met het afstaan van visserijrechten. Bovendien betalen alle EVA-landen compensatie voor de arme EG-landen. “Je kunt zeggen dat de EG op wezenlijke punten niets heeft ingeleverd,” zegt Dankert.

Anders dan aanvankelijk gedacht, werkten de onderhandelingen met de EVA-landen als een katalysator voor toetreding tot de EG. De EVA-landen beseffen dat ze pas kunnen meepraten als ze lid zijn. Dankert onderstreept dat onderhandelingen over lidmaatschap veel gemakkelijker zijn, nu de EVA-landen een aantal belangrijke EG-regels al overnemen. Zweden en Oostenrijk hebben hun aanvraag reeds ingediend en de Nederlandse staatssecretaris verwacht ook Finland binnenkort aan de deur. De EER lijkt dus niet meer dan een overgangsfase.

Wat als de EVA "leegloopt' en alleen Liechtenstein en IJsland nog in Europese Ruimte overblijven?

“Je kunt je afvragen of instituties als het aparte Hof nog gehandhaafd moeten blijven. Naar onze mening is dat dan niet meer nodig. Maar we hebben tot nog toe politiek niet de neiging op die discussie vooruit te lopen.”

Kan de EER misschien als wachtkamer voor de Oosteuropese landen dienen?

“Ik zie niet wat hiervan voor Oost-Europa op de middellange termijn het aantrekkelijke zou kunnen zijn. Je brengt die landen dan in een "DDR-situatie'. Bij de EVA-landen heb je te maken met economieën die vergelijkbaar zijn met die van de rijke EG-landen. Dat maakt het hele proces gemakkelijker.” Een complicerende factor is bovendien dat de Oosteuropese economieën onderling zeer verschillen.

Zal met een zo machtig handelsblok als de EER de wil niet afnemen om in het kader van de GATT over liberalisering van de wereldhandel te onderhandelen?

“We hebben nu inderdaad veertig procent van de wereldhandel in onze eigen boeken. Het gevaar zit erin dat de regionalisering verder gaat dan wenselijk, als een van de landen de globalisering niet meer wil.”

Vindt u dat het Nederlands bedrijfsleven met zijn voorzichtige reactie het belang van het EER-akkoord onderschat?

“In de Britse pers gaat het internationale bedrijfsleven uit van de positieve effecten op Noord-Duitsland bij voorbeeld. Men is in Nederland altijd wat voorzichtig. Er is nu toch definitief afgerekend met de discussie over de perifere ligging van Nederland binnen de interne Europese markt. Met de omwenteling in Oost-Europa kwam twee jaar geleden in Noord-Nederland de discussie over versterking van de infrastructuur reeds op gang. Dat proces zal (met de Scandinavische landen erbij) worden versneld.

“Ons bedrijfsleven richt zich nogal eenzijdig op het aspect van het transitoverkeer door de Alpen. Daar zijn de groeikansen beperkt. Een transporteur kan nog wel wat profiteren, mits hij de stikstofuitstoot van zijn vrachtwagens vermindert. Nederland kan veel meer profiteren in sectoren als diensten, zoals bank- en verzekeringswezen, waarin we sterk zijn.”