"Cambodja kan wel eens een Waterloo voor VN worden'; Bezorgdheid over veel onduidelijkheden in vredesverdrag Parijs

DEN HAAG, 26 OKT. Met veel tromgeroffel werd deze week in Parijs een vredesverdrag voor Cambodja ondertekend. Bij de uitvoering van het akkoord is de komende achttien maanden een hoofdrol weggelegd voor de Verenigde Naties. Van hen hangt het grotendeels af of Cambodja eindelijk in vrede kan leven na twee decennia van genocide, gevolgd door een bloedige burgeroorlog.

De operatie in Cambodja belooft de omvangrijkste en meest ambitieuze uit de geschiedenis van de VN te worden. De toch al niet geringe euforie over de rol van de volkerenorganisatie bij de beheersing en het oplossen van conflicten bereikt hiermee een nieuw hoogtepunt.

Nemen de VN ditmaal evenwel niet teveel hooi op hun vork, zo vragen sommige waarnemers zich af. “Het Waterloo voor de VN zou wel eens in Cambodja kunnen liggen”, vreest Nico Schrijver, docent volkenrecht aan het Institute of Social Studies in Den Haag en part time juridisch adviseur van de VN.

De bezorgdheid van Schrijver en anderen stoelt op het feit dat het vredesverdrag op tal van essentiële punten nog bijzonder onduidelijk is. Zo staat in het geheel niet vast hoe de vier verschillende partijen die elkaar jarenlang op leven en dood hebben bevochten moeten worden ontwapend. Het plan schrijft voor dat de gebieden die de partijen controleren van elkaar gescheiden worden door corridors waarin allen volledig zijn ontwapend. Daarnaast zouden de partijen moeten toestaan om hun wapenarsenalen in hun eigen gebieden tot 70 procent van het huidige niveau terug te brengen.

Maar wee de VN-militairen die bij voorbeeld de Rode Khmers, verantwoordelijk voor een miljoen dode Cambodjanen in de jaren zeventig, moeten ontwapenen. Niet snel zullen deze geduchte strijders hun voornaamste machtsinstrument uit handen geven. In het beste geval zullen ze hun wapens tijdelijk in de Cambodjaanse jungle verbergen, wat voor de VN-inspecteurs nauwelijks valt niet te controleren.

Er staat nog niet vast hoeveel militairen de VN nu eigenlijk zullen sturen om te voorkomen dat de partijen elkaar in de haren blijven vliegen. De schattingen van het benodigde aantal lopen uiteen van 2.000 tot 20.000 man. Welke landen zoveel militairen willen en kunnen leveren is in nevelen gehuld. Wie voor de hoge kosten van de operatie opdraaien, is ook nog een open vraag.

De inkt onder het akkoord van Parijs was woensdag nog niet opgedroogd of de eerste gevechten werden al weer gemeld uit Cambodja. Dat ze de laatste waren geloven slechts de grootste optimisten. “Het is zeker geen eenvoudige situatie. In feite is het een verdomd ernstige toestand. Het zenden van te weinig troepen zou waanzin zijn”, aldus een militaire attaché tegenover het persbureau Reuter in Bangkok.

Schrijver, zelf net terug van een jaar als adviseur bij de Veiligheidsraad in New York, meent dat de uitvoerende organen van de VN niet onverdeeld gelukkig beginnen aan het karwei in Cambodja. Het initiatief hiertoe kwam ruim twee jaar geleden niet van hen maar van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad - de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, China, Frankrijk en Groot-Brittannië.

De Grote Vijf dokterden een plan uit dat voorzag in een verdrag, een staakt-het-vuren, een overgangsbewind en algemene verkiezingen. De rest van de VN had dit alles maar te accepteren. Met name Washington, Peking en Moskou zetten daarna hun cliënten onder zware druk om het plan te aanvaarden en zo hadden prins Norodom Sihanouk, Rode Khmer-leider Khieu Samphan en premier Hun Sen geen andere keus dan het verdrag te tekenen.

De VN mogen nu toezien op de naleving van het verdrag. “De uitvoerende organen van de VN zijn er gewoon ingeduwd door de Veiligheidsraad”, stelt Schrijver. “Vanuit het secretariaat van de VN is er keer op keer voor gewaarschuwd dat de VN deze verantwoordelijkheid zo niet aankonden, ook financieel niet.”

Voor het eerst in de geschiedenis zullen de VN zich krachtens het verdrag een groot deel van de souvereiniteit van Cambodja toeëigenen. De VN-ambtenaren zullen de ministeries van buitenlandse zaken, defensie, financiën, binnenlandse veiligheid en van informatie beheren. Ze zullen hierbij met adviezen worden bijgestaan door de zogeheten Opperste Nationale Raad, het lichaam waarin de verschillende partijen zijn vertegenwoordigd. Niemand weet nog hoe de VN zich zullen kwijten van deze lastige taak.

Schrijver meent dat de regeling voor Cambodja ongunstig afsteekt bij die voor andere crises, zoals die voor Nieuw Guinea in de jaren zestig. Daarbij was precies vastgelegd wat de partijen bij het conflict - Nederland en Indonesië - moesten doen en op welke wijze. Het plan, waaraan een vredesmacht van 1600 militairen te pas kwam, verliep vlekkeloos binnen een half jaar en er viel geen enkel slachtoffer.

Schrijver wijst daarnaast op voorbeelden waar interventies van de VN jaren duurden zonder resultaten, zoals in het geval van Cyprus en Kongo.

Ondanks de vele zaken die scheef kunnen lopen bij uitvoering van het verdrag, meent Schrijver dat dit een kans verdient. Het geplaagde Cambodja mag niet aan zijn lot worden overgelaten. De operatie heeft echter slechts kans van slagen indien de VN kunnen rekenen op volledige steun van de Grote Vijf. Wordt Cambodja een mislukking, dan slinken ook de kansen van de VN als vredesengel in brandhaarden als Afghanistan, de Westelijke Sahara en Guatemala.

    • Floris van Straaten