Dit is een artikel uit het NRC-archief

Sociale zekerheid

Bolkestein wijst kort vergaderen van Kamer af

RHENEN, 26 OKT. VVD-leider Bolkestein wijst beperking van de vergadertijd van de Tweede Kamer af. Volgens hem zal zo'n beperking leiden tot uitholling van de geloofwaardigheid en de controlerende functie van het parlement. Hij zei dit vanmorgen in een rede tot de VVD-partijraad in Rhenen.

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen hadden de fractievoorzitters van CDA en PvdA deze vergaderbeperking voorgesteld om de Kamerleden meer tijd te geven voor contacten met de burgers en voor studie. Volgens Bolkestein zal het echter bij de bevolking leiden tot een "beeld van een vakantievierende volksvertegenwoordiging'.

Als andere nadelen van het plan noemde Bolkestein vergroting van het tijdsgebrek waaronder het parlement nu al lijdt en bemoeilijking van een snelle reactie op actuele ontwikkelingen. Om de betrokkenheid van de burgers bij de politiek te vergroten zou het beter zijn wanneer de regeringspartijen zich wat minder volgzaam zouden opstellen tegenover de regering, aldus Bolkestein.

Bolkestein nam het in zijn rede op voor de rechten van de Eerste Kamer, die volgens hem zelf moet uitmaken "hoe zij wetgeving en kabinetsbeleid toetst'. Vervanging van het vetorecht van de Senaat door een "terugzendrecht" wees hij af omdat dat leidt tot nog meer werk voor de Tweede Kamer en tot vertraging in de wetgeving. Met instemming begroette hij het verzet van de CDA-Senaatsfractie tegen het Plan-Simons. Hij zei dat hieruit bleek dat "een belangrijk deel van het CDA het kabinetsbeleid gewoon niet ziet zitten'.

Bolkestein bepleitte ook verdere beperking van de taken van de overheid. Als voorbeeld noemde hij de hervorming van de sociale zekerheid in de richting van een "ministelsel'. Daarin biedt de overheid slechts beperkte sociale voorzieningen en moet de burger zich voor het boven-minimale deel particulier of via zijn werkgever bijverzekeren.

Bolkestein kondigde aan dat de VVD de regering zal vragen om ter bevordering van de discussie "in al haar wetsvoorstellen en beleidsstukken te motiveren waarom zij vindt dat het hier een "kerntaak van de overheid' betreft'.