Annexatiedrift Utrecht stuit op verzet van tuinders

UTRECHT, 26 OKT. De Coöperatieve Bloemen- en Plantenveiling in Vleuten-De Meern is optimistisch over haar toekomst. De kleinste onafhankelijke bloemenveiling van Nederland dient een dezer dagen plannen in om haar bedrijfsruimte in vier jaar te verdubbelen van 2 naar 4 hectare. Dat zal de tuinders in het gebied een hart onder de riem steken. Over een maand vergadert de Tweede Kamer over de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) en dan staat ook de Vleutense tuinbouw ter discussie. Als het aan de stad Utrecht en het kabinet ligt, verdwijnen de 95 tuindersbedrijven ten behoeve van een stadsuitbreiding met 20.000 woningen.

De zaak is nogal omstreden. Niet alleen de tuinders, ook alle gemeenten rond Utrecht en de provincie zijn tegen, terwijl de Kamer verdeeld is. Utrecht is als enige van de vier grote steden er niet in geslaagd een convenant te sluiten met haar regiogemeenten en het kabinet over de verdeling van de Vinex-gelden. In het kassengebied is het een komen en gaan van Kamerdelegaties en makelaars.

De kassen liggen letterlijk onder de rook van Utrecht en dat maakt het gebied dubbel interessant. De tuinders koesteren de hoop dat ze, na een overwinning, gebruik kunnen maken van de restwarmte van de stadsenergiecentrale aan de overkant van de A2. En er is meer, vertelt N. Gresnigt, teler van komkommers en kerststerren. Met een kas van 1,4 hectare is hij een standaardtuinder in het gebied. “Hier is nog ruimte, in vergelijking met het Westland. Daar staat alles vol. En we hebben hier nog schoon water. Je kunt zelf je water oppompen; in Mijdrecht kan dat al niet meer.” Niettemin getuigt Gresnigt van loyaliteit jegens de stad. “Je kunt straks toch niet tegen je achterkleinkinderen zeggen: er zaten hier vroeger twee- tot driehonderd tuinders en daarom is Utrecht altijd zo klein gebleven.”

De neef van Gresnigt is de held van de tuinders. Hij heeft een bruggehoofd veroverd op het grondgebied van Utrecht. Via een reeks zogeheten voorbereidingsbesluiten wist de stad jarenlang de bouw van kassen in haar grensgebied met De Meern te blokkeren, maar de neef vond een gaatje. In drie maanden tijd stampte hij een kas van vier hectare uit de Utrechtse grond. “De weg ligt nog in de gemeente Vleuten-De Meern”, grijnst de neef tevreden, die niet met zijn naam in de krant wil. Over de bouwplannen van de stad blijft hij laconiek. “Daar hadden ze het tien jaar geleden ook al over. Maar als u een garage nodig heeft, wacht u toch ook niet nog eens tien jaar?” Hij voelt niets voor verhuizing naar bijvoorbeeld de Flevopolder. “Hoe moet ik daar aan mijn mensen komen? En de hele handelsstruktuur zit in het westen. Als je een goede prijs voor je produkten wil hebben, moet je daar wezen.”

Jarenlang heeft het landelijke Vleuten-De Meern zijn woningbouwprogramma tot het uiterste beperkt. Vorig jaar ging de gemeenteraad om, in het besef dat Utrecht steeds begeriger naar het westen lonkte. Het dorp bood aan 15.000 woningen te bouwen; niet in het kassengebied, maar eromheen, zodat Vleuten en De Meern aan elkaar groeien. De tuinders worden dan weliswaar helemaal door stedelijk gebied omgeven, maar zouden nog voldoende expansiemogelijkheid hebben tot het jaar 2015.

Volgens de Utrechtse wethouder stadsontwikkeling, G. Mik (PvdA), ligt de Vleutense optie te ver van de stad. Hij vreest een verder uitwaaieren van het stedelijk gebied, met alle gevolgen voor de automobiliteit. “We hebben met alle omliggende gemeenten uitvoerig allerlei modellen voor woningbouw met hun gevolgen voor verkeer, landschap en dergelijke besproken. Lobben, verdikkingen, dubbelstad, satellietstad en wildgroei, noem maar op. Het compacte model kwam als winnaar uit de bus. Aan de oostkant van de stad kunnen we niet bouwen door de grote ecologische waarde van dat gebied. Maar nu we bij Vleuten-De Meern terechtkomen, zouden we toch weer voor een satellietmodel moeten kiezen? Dat vertikken we.”

Annexatie van De Meern en het kassengebied is volgens de wethouder mede nodig om de geprangde centrumfuncties van de stad te versterken. Uitbreiding levert de stad op termijn jaarlijks 25 miljoen netto op. “Anders komt er op termijn een stad bij met 60.000 inwoners die wel op onze voorzieningen drukken, maar waar geen inkomsten tegenover staan. Dat leidt tot een volstrekt financiële scheefgroei.”

De annexatie is niet bedoeld om de artikel-12 status van de stad ongedaan te maken, onderstreept Mik. “We willen annexatie om de volkshuisvestelijke en stedebouwkundige aspecten.” Qua werkgelegenheid zal de streek er op vooruit gaan, meent de wethouder. Kassenteelt is een extensieve vorm van werkgelegenheid. In de Vleutense kassen werken nu zo'n 1.100 mensen. Straks zal op een fractie van dat gebied aan zo'n 4.000 mensen werk geboden worden, stelt Mik.

Tussen de twee partijen bestaat grote onenigheid over het geld dat met de verhuizing van de kassen en de veiling is gemoeid. Kabinet en stad denken dat per saldo 208 miljoen gulden extra voldoende is om de operatie te doen slagen. Daarbij gaan zij uit van een gefaseerde ontruiming, waarbij tuinders worden uitgekocht als hun bedrijf is afgeschreven. Gerekend is met een afschrijving van vijftien jaar, maar in de kassenbouw zijn termijnen van vijf tot tien jaar al gebruikelijk.

Vleuten-De Meern verzet zich tegen die aanpak en heeft een eerdere claim van 370 miljoen verhoogd. Nader onderzoek heeft geleerd dat de ontruiming 500 miljoen kost, exclusief eventuele bodemsaneringen, verklaart burgemeester J.J.F.M. Westra. De gefaseerde aanpak komt volgens hem neer op “uitroken. Het is goedkoper, maar volstrekt asociaal. Als je een woning dichtspijkert, krijg je verkrotting eromheen. Voor de achterblijvers is het niet meer stimulerend om te investeren. En hoe moet dat als er een plek vrijkomt? Je kunt daar wel woningen neerzetten, maar er moeten ook wegen komen. Het zou stom toeval zijn als dat goed uitpakt. Wij zijn niet tegen het model van de compacte stad, maar hier liggen enkele praktische problemen. Onze optie is nauwelijks minder compact. Of moeten we een discussie gaan houden over de vraag of de fietsafstand tot de Dom zes kilometer moet bedragen en geen meter meer? Wij staan in alle standen klaar om te bouwen. Half december gaat de eerste paal de grond in op weg naar de 15.000 woningen.”

    • Bert Determeijer