Wrong Bet van Jean Claude van Damme; Bodybuilders kussen niet

Als de bodybuilders Arnold Schwarzenegger of Jean Claude van Damme in een film optreden, draait het verhaal nooit om begeerte. Nooit zullen we Schwarzenegger of Van Damme naar een ander lichaam zien verlangen, en nooit zal een ander één van hen op een onverdachte, onbaatzuchtige wijze begeren. Ook Van Damme, die zelf de scenario's voor zijn films schrijft, blijft bang voor erotiek.

Het geloof in de maakbare samenleving is tanende; hiervoor in de plaats gekomen is het rotsvaste geloof in het maakbare lichaam. Sylvester Stallone, Arnold Schwarzenegger en, sinds kort, Jean Claude van Damme zijn er de profeten van.

Hun lichamen zijn het produkt van hun wil. Eens hebben zij besloten om er op een bepaalde manier uit te zien, vervolgens zijn zij gaan werken, en nu zien zij er ook zo uit. Er moet over hun prestatie niet lichtvaardig gedacht worden. Om een lichaam in deze, volstrekt isometrisch getrainde, alle confectiematen tartende toestand te krijgen is een ongelooflijke discipline vereist, en een indrukwekkend vermogen om pijn te verduren. Zij vergen van hun vezels wat een toppianist van zijn vingers vergt, of een operazangeres van haar stembanden. Daar komt nog bij dat ze zich wekelijks onderwerpen aan de marteling van een totale epilatie. Door de schrijver Michel Tournier is erop gewezen dat hun schoonheidsideaal klassiek vrouwelijk is en bovendien babyzacht.

Niet bekend

Toestemming

Ik vind een gebodybuild lichaam overigens heel vaak mooi, en zeker dat van Schwarzenegger. Het feit dat het gemaakt is geeft me de zekerheid dat het bedoeld is om naar te kijken. Ik heb zelden het gevoel dat ik naar een lichaam mag kijken. Waarom dat zo is, dat vraag ik me dikwijls af, het komt er op neer dat ik voor dit soort kijken altijd eerst toestemming wil hebben. Daarom heb ik altijd zo naarstig toneel, ballet en film bezocht, en daarom denk ik dat acteurs, dansers en modellen andere wezens zijn. Zij hebben er voor gekozen om bekeken te worden; zij wettigen mijn gestaar, dat ik in het dagelijks leven ondervind als impertinent.

Zo beschouwd zijn de spierkunstenaars een soort hogepriesters van mijn schaamte, en kunnen ze rekenen op mijn dankbaarheid en bewondering, temeer daar de poses die zij aannemen dikwijls zo ontroerend zijn. Zoveel spieren, zo zorgvuldig ingeölied, en toch zo weerloos en onbenaderbaar. Een probleem worden ze voor mij dan ook pas wanneer ze gaan optreden in films. Niet omdat ze per se slechte acteurs zijn - Schwarzenegger, en vooral zijn opzienbarende opvolger Jean Claude van Damme, zijn heel aanvaardbare acteurs -, maar omdat hun lichamen, zodra die een rol spelen in films, een totaal andere betekenis krijgen.

Een film beweegt, terwijl de schoonheid van een dusdanig ontwikkeld lichaam alleen in stilstand, in een pose, gedijt. Om het lichaam desondanks in beweging te krijgen moet er een verhaal bedacht worden waarin het een betekenis krijgt. Het moet bedreigd worden. Om redenen die ik nooit goed begrijp, maar waarvan ik inzie dat zij iets openbaren over hoe wij ons tot schoonheid wensen te verhouden, draait het in het verhaal van dit type lichaam nooit om begeerte, en zelfs niet om staren. Nooit zullen we Schwarzenegger of Van Damme naar een ander lichaam zien verlangen, en nooit zal een ander één van hen op een onverdachte, onbaatzuchtige wijze begeren. Altijd is er iets mis met degene die hen wil. Die is weliswaar altijd een vrouw, maar al even onveranderlijk moet de held voor haar oppassen, want zij behoort tot het vijandelijke kamp.

Ik heb tijdens mijn onderzoek door de reusachtige videotheekschap "Actie' maar één uitzondering gevonden op deze Afspraak van de Verdachte Tegenspeelster, en dat was in Kickboxer, waarin een Thaise tokohoudster een diepe sympathie opvatte voor Van Damme terwijl hij traint voor zijn nakende strijd tegen de moorddadige Long Fo. Toch zal zij nooit naar hem kijken zoals wij graag willen kijken: gewoon naar zijn lichaam, omdat het zo volmaakt is, omdat het bedoeld is om naar te kijken. Zij wordt volstrekt mohammedaans opgevat. Van Damme had even goed van top tot teen gesluierd kunnen zijn. En hun affaire gaat nooit de vaselinelensgenegenheid te boven, ofschoon zij twee keer zullen kussen. Deze kussen zijn, nogmaals, voor het genre even ongebruikelijk als een gesprek over Pascal voor de pornografie. Het eigenlijke verhaal - de vermorzeling van de afgrijselijke Long Fo - wordt er niet aantoonbaar door benvloed.

Christendom

Het komt er op neer dat deze lichamen worden opgevat zoals het christendom van oudsher Sint Sebastiaan opvatte. Alleen doorboord en vastgebonden aan een zuil mocht het naakt en onweerstaanbaar zijn. Het verschil met de kerkelijke naakten is natuurlijk dat deze, de hedendaagse, uiteindelijk zullen zegevieren. Er wordt weliswaar drastisch geleden maar je weet zeker dat dit lijden geen doel in zichzelf is. Uiteindelijk zal de held zich losrukken; zijn loutering is de geslaagde wraak.

Jean Claude van Damme is dus de nieuwste loot aan deze stam. Hij ligt in alle actieschappen, overal ter wereld. Hij is na Kuifje de beroemdste Belg van de wereld; met Kuifje heeft hij een wonderlijke, ernstige argeloosheid gemeen. Maar in plaats van een kuifje heeft hij rechts op zijn voorhoofd een bultje. Het bijzondere aan zijn meest recente films (waar hij de scenario's van heeft geschreven, en de gevechten gechoreografeerd) is dat zij zich bewust lijken te zijn van de vicieuze cirkel waarin zijn lichaam terecht is gekomen. In Wrong Bet manoevreert Van Damme zichzelf in een interessant parket. Hij moet vechten, omdat kickboxen voor een illegale immigrant de enige manier is om in Amerika aan geld te komen. En geld heeft hij nodig om zijn schoonzus en haar kindje te kunnen onderhouden. Er wordt in deze film veel, en overtuigend, werk gemaakt van de keerzijde van Amerika. De gevechten waarin Van Damme verzeild raakt worden gehouden in een illegaal gokcircuit, waar het om steeds afschuwelijker vechtmethoden gaat, en een steeds bloedbeluster, onverschilliger en op kicks belust publiek. Welbeschouwd zijn we beland in een soort Rome ten tijde van Nero.

Verpulveren

Op papier is deze film dan ook familie van klassieke boksfilms als The harder they fall, Fat City, Raging Bull en First Blood. Maar het lukt Van Damme, ondanks zijn oprechte poging om zijn genre te verdiepen, niet om ons in een andere verhouding tot zijn gevechten te krijgen dan het publiek dat hij in zijn film wil geselen. Du moment dat hij de ring betreedt willen we maar één ding: dat hij met zijn weergaloze voetzolen zijn tegenstander verpulvert. Die tegenstander wordt dan ook als een subhumane, eerloze moordenaar voorgesteld, iemand die net zo gewetenloos is als het publiek dat zich aan de op handen zijnde verminkingen zal vergapen. Die moet dus kapot.

En dus zullen ook wij ons, voor de zoveelste maal in succesie, weer gaan vergapen. We worden daardoor even verdacht als degenen waartegen Van Damme zich als scenarioschrijver dacht te keren, temeer daar ook dit laatste gevecht weer een volmaakt staaltje van adrenalinestroombeheersing is. Van Damme wil een goed mens zijn, en denkt dat doel te kunnen bereiken door de Andere slecht te maken; het komt niet in hem op zijn verhaal zo te organiseren dat ook zijn tegenstander een soortgenoot zou kunnen zijn, en evenzeer slaaf als hij.

Zo blijft Van Damme als filmmaker de gevangene van zijn eigen, weergaloze lichaam. Hij wil een Amerikaans, puriteins verhaal vertellen, waarin een lichaam niet begeerlijk mag zijn, maar nuttig moet worden. Angst voor erotiek, en in dit geval: ontkenning van de macht van narcisme (die ten grondslag ligt aan deze lichaamscultuur) leidt tot verheerlijking van geweld. Wanneer wij, zijn toeschouwers, toch van zijn dreunen genieten, dan krijgen we te horen dat we au fond even gewetenloos zijn als de slechteriken die op de ruïnering van zijn lichaam hoge bedragen inzetten.

En zo leidt de merkwaardige, bijna naëve ernst waarmee Van Damme zijn genre opvat, tot een voortzetting van het katholicisme met andere middelen: wat in beeld bedoeld leek te zijn om van te genieten moet ons diep in ons hart een gevoel van zonde bezorgen. Wat dat betreft dienen de zelfgeschapen mannenlichamen van thans hetzelfde doel als het zwartekousenfeminisme: ze willen dat ik me een zondaar voel; ze bestendigen een vooroorlogse angst voor mijn onderbuik. We worden niet trotser, maar schichtiger.

    • Willem Jan Otten