Walter Janka

“Je moet wel iets buitengewoons in je mars hebben als je me er nog iets nieuws over kunt vertellen.” Die formule is van toepassing op veel gebieden van politiek en cultuur, en tegenwoordig in het bijzonder op bijna alles wat tot de literatuur van de ex-dissidenten uit de vergane socialistische wereld komt.

Het klinkt hard, maar het verzadigingspunt is bereikt: niet weer iemand die je in zijn nadrukkelijk proza bij je revers grijpt om die pas weer los te laten nadat hij is uitgesproken over de kampen, de politie en de leugens. Ze kunnen niet allemaal president worden. Ja, het is onbillijk, maar zo werkt de vrije markt in het Westen, ook voor de schrijvers.

Zo ongeveer dacht ik toen ik door het Goethe Instituut werd uitgenodigd om voor een zaaltje met Walter Janka te praten. Ik herinnerde me dat Wolfgang Harich en hij destijds terecht hadden gestaan: een politiek proces waarin Harich verbazing had gewekt met zijn absurde zelfbeschuldigingen. Janka had minder aandacht getrokken. Veel later, toen de DDR op sterven na dood was, kwam er een boek dat in Duitsland opzien baarde, maar, oppervlakkig daarover lezend in Die Zeit, leek het me een typisch Duitse aangelegenheid. Ik wilde wel met Janka praten, ik zei ja uit politieke nieuwsgierigheid: omdat ik destijds als redacteur buitenland het nieuws over zijn proces in de krant had gezet.

Gelukkig had het Goethe Instituut me zijn opzienbarende boek, Spuren eines Lebens en het daaruit geëxcerpeerde essay Schwierigkeiten mit der Wahrheit ruim van tevoren gestuurd. Ik begon te lezen. Dat was helemaal geen "nadrukkelijk proza' van het soort dat ik hierboven bedoel. Geen spoor van zelfreclame, geen bedekte oproep aan de westerse lezer om zich schuldig te gaan voelen. Daar kwam in kale, snijdende zinnen een gedistantieerde autobiografie, 450 pagina's die ik in één ruk heb uitgelezen voor zover dat met 450 pagina's mogelijk is. Respect en raadsel, dacht ik toen ik het uit had.

Hoe is het mogelijk, zo lang zoveel energie te hebben, zo lang zelfs door de gemeenste terreur je niet uit het veld te laten slaan, niet door Hitlers politie noch door Ulbrichts Stasi's? Hoe slaag je erin, je afkeer van terreur en je verbazing en minachting voor het verraad van je beste vrienden niet te laten overwoekeren door blinde haat die er geen woorden meer voor vindt? Zijn broer in 1933 door de SS doodgeslagen, hij zelf in het concentratiekamp, dan nog in het Duitse verzet, de Spaanse burgeroorlog, Franse internering, naar Mexico, oprichting van een uitgeverij, in 1947 terug in Berlijn, het geloof in de "socialistische staat', in 1956 wegens "landverraad' gearresteerd, het proces waarin zijn makkers van nog een half jaar geleden tegen hem getuigen, de aanblik van de diepste lafhartigheid, weer opgesloten in de gevangenis die hij nog uit de Hitler-tijd kende, in 1960 vrijgelaten en in 1989 op het nippertje door Egon Krenz in zijn eer hersteld.

Hoe is het mogelijk zo lang in een land van leugen en bedrog te leven, terwijl je door je ervaringen en je verstand beter dan wie ook weet dat daar absoluut niets waar is? Dat is het raadsel. In Janka's memoires ontbreken de toon en de argumentatie die we zo goed kennen uit al die andere boeken van schrijvers voor wie "God gefaald heeft'. Er is ook geen spoor van het lijden der dissidenten, de aanspraak op medelijden of solidariteit uit het Westen. Spuren eines Lebens is een chirurgische autobiografie, geschreven met de preciesie die je iedere autobiograaf als zijn eigen hersenchirurg toewenst.

Dit moet voldoende aansporing zijn om dat boek te lezen. Ik zat daar, onder de hoede van het Goethe Instituut, naast de 77-jarige. Ik dacht: merkwaardig, een overwinnaar zo dichtbij te hebben.

    • H.J.A. Hofland