Tweede Coentunnel waarschijnlijk op de lange baan

DEN HAAG, 25 OKT. De aanleg van de tweede Coentunnel in Amsterdam moet hoogstwaarschijnlijk op de lange baan worden geschoven. De kans is groot dat de Raad van State het bestemmingsplan, dat de aanleg van de tunnel planologisch mogelijk had moeten maken, afkeurt.

De Adviseur van de Raad van State heeft het advies gegeven zowel om formele als plantechnische redenen het plan af te wijzen. Volgens hem moet “doelmatigheid en aanvaardbaarheid van de in het plan neergelegde wegenstructuur ernstig in twijfel worden getrokken”. De Raad van State moet zelf zijn standpunt nog bepalen en zal dat mede doen aan de hand van een hoorzitting waarop het gemeentebestuur en tegenstanders van de nieuwe tunnel hun standpunten mogen toelichten. Maar gewoonlijk is het standpunt van de Adviseur van zwaarwegende betekenis.

De tweede Coentunnel, een verbinding onder het Noordzeekanaal, is een van de vijf autotunnels die volgens het vorige kabinet nodig waren om de Randstad een economische impuls te geven en de files tegen te gaan. Minister Maij-Weggen (verkeer), zelf voorstander van de tunnels, is bij de aanleg van de 2de Coentunnel gestuit op verzet van de PvdA-ministers. Het huidige kabinet schoof een besluit daarom vorig jaar op in afwachting van nader onderzoek en hield er verder aan vast dat de financiering privaat diende te geschieden op een manier die niet nadelig was voor de rijksbegroting.

Mocht het kabinet deze periode alsnog besluiten tot de bouw van de tweede Coentunnel, dan stuit dat dus waarschijnlijk op juridische bezwaren: het ontbreken van een goedgekeurd bestemmingsplan. Dat geldt eigenlijk ook voor de aansluitende Westrandweg richting Schiphol, omdat de aanleg daarvan nauw aan de nieuwe tunnel is gebonden. De Adviseur van de Raad van State vindt dat de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland hun werk moeten overdoen.

Het advies is in harde en opvallend cynische bewoordingen gesteld. De Adviseur laat weinig heel van de procedures die Amsterdam heeft gevolgd. Zo vindt hij de voorwaarde van de gemeenteraad dat de 2de Coentunnel niet tot een toeneming van het autogebruik in het woon-werkverkeer mag leiden een vergeefse poging “onverenigbaarheden met elkaar te verzoenen”. Dat de gemeente nà aanleg van de tunnel wil gaan meten of deze capaciteitsuitbreiding onontkoombaar was, “doet mij denken aan een inmiddels in Amsterdam verboden straatgokspel”.

Bouw van de tunnel wordt verder bemoeilijkt doordat de bevoegdheid van de gemeenteraad zich slechts uitstrekt over het deel ten zuiden van het kanaal en dat de stadsdeelraad Amsterdam-Noord voor de andere kant verantwoordelijk is; die heeft geweigerd een bestemmingsplan te maken. Ook op het gebied van inspraak en geluidhinder heeft de gemeente volgens de Adviseur bij het maken van het bestemmingsplan gehandeld in strijd met de wet.

De Adviseur geeft als inhoudelijk oordeel dat een besluit tot de bouw van de 2de Coentunnel op grond van het ontwerp-bestemmingsplan in feite alleen maar tegemoet komt aan de wensen van het autoverkeer en het openbaar vervoer benadeelt. “Een dergelijke spiraal zou op relatief korte termijn de behoefte aan een derde Coentunnel oproepen.”. Hij pleit voor een deugdelijk onderzoek naar de voor- en nadelen van de tunnelbouw en geeft aan dat de bevindingen van Rijkswaterstaat op dit gebied tekort schieten voor een oordeel.

    • John Kroon