Scandinavie; Lokroep EG sterker dan ooit

Toen de Europese Commissie-voorzitter Jacques Delors bijna drie jaar geleden een uit 1984 daterend plan voor een vrijhandelszone van de Noordkaap tot Kreta nieuw leven inblies, juichten de Scandinavische landen dit van harte toe. Net als Delors zelf verwachtten Oslo, Stockholm en Helsinki dat de instelling van zo'n zone voor een welkome adempauze zou zorgen in het debat over de steeds prangender vraag van een eventueel EG-lidmaatschap van de Noordse en andere landen van de Europese Vrijhandels Associatie (EVA).

Nu er na jaren van bakkeleien een akkoord over de handelszone uit de bus is gerold, is evenwel duidelijk dat de Scandinavische landen geen tijd krijgen om op adem te komen. Het debat over deze gevoelige kwestie, die in Noorwegen en Finland nog op geen stukken na beslist is, zal daar ongetwijfeld in een stroomversnelling raken.

De Noorse premier Gro Harlem Brundtland, heeft steeds geroepen dat de kwestie van de vrijhandelszone tussen de EG en de EVA eerst moest zijn geregeld alvorens haar intern verdeelde sociaal-democratische partij zich zou uitspreken over de wenselijkheid van aansluiting bij de EG. De voor- en tegenstanders van de EG binnen de sociaal-democraten zijn inmiddels begonnen met het slijpen van de messen voor wat ongetwijfeld een felle strijd zal worden. Premier Brundtland zelf heeft van haar mening geen geheim gemaakt. “We kunnen gewoon niet buiten de EG blijven en ons isoleren”, zei ze dit voorjaar in een toespraak.

Brundtland weet evenwel dat ze uiterst behoedzaam moet opereren. De littekens van het heftige debat over de EG aan het begin van de jaren zeventig, toen de Noren uiteindelijk in meerderheid tegen aansluiting bij de Gemeenschap stemden, zijn nog vers. Veel Noren zijn er beducht voor dat hun welvarende, uitgestrekte maar dun bevolkte land door horden katholieken uit het zuiden wordt overstroomd. “Zou u willen dat uw dochter met een Siciliaan trouwt”, informeerden de tegenstanders van de EG in de jaren zeventig. Nee, daar hadden de meeste Noren geen trek in en die xenofobe houding blijft diep geworteld bij een aanzienlijk deel van de bevolking. Dat geldt in het bijzonder voor de boeren en vissers, die op het ogenblik nog kunnen rekenen op vette subsidies van regeringswege. Van een lidmaatschap van de EG hebben zij, anders dan de industrie, weinig goeds te verwachten.

Sommige Noren hebben het gevoel dat er eigenlijk weinig meer valt te beslissen nu Denemarken al in de EG zit, Zweden zich heeft gemeld als nieuw lid en Finland daar ook serieus aan denkt. “De beslissing wat Noorwegen moet doen ten aanzien van Europa wordt nu voor ons genomen door onze buren”, stelde onlangs een zegsman van de Noorse werkgevers.

Die opvatting lijkt echter voorbarig. In heel Noorwegen zal vermoedelijk binnenkort het debat over de EG in alle hevigheid oplaaien wanneer het parlement, het Storting, de ratificatie van het akkoord tussen de EG en de EVA zal bespreken. Voor ratificatie in het parlement is een meerderheid van driekwart vereist, dus voor de tegenstanders van Europa is er nog alle hoop. Als de partijen zich net zo gedragen als het electoraat is er geen vuiltje aan de lucht. Opiniepeilingen geven al jaren aan dat ten minste een derde van de Noren tegen de EG is.

In Finland ligt dit geheel anders. Het land klimt voorzichtig uit de cocon van zijn neutraliteitspolitiek. De economische betrekkingen met de Sovjet-Unie zijn tot een fractie gereduceerd van wat ze eens waren en Finland kampt met een stevige recessie. Hoopvol richten de meesten, volgens opiniepeilingen zo'n zestig procent van de bevolking, thans de blik op de EG. Aanvankelijk verkeerde de Finse regering nog in de veronderstelling dat een akkoord in EVA-verband de druk wel van de ketel zou nemen. Daarmee zouden de Finnen immers wèl de economische voordelen plukken van de EG maar zich daaraan niet politiek binden.

Zo eenvoudig liggen de zaken niet meer. Finland ontkomt nog steeds niet aan een keuze voor of tegen de EG. Als het land buiten de EG blijft, zou het daarmee alle invloed verliezen op veel economische beslissingen die het direct aangaan. Een belangrijke overweging voor Finland is bovendien dat de grote rivaal, Zweden, al wel besloten heeft zich bij de EG te voegen. Het is een onverdraaglijke gedachte voor de Finnen dat de Zweden een betere verstandhouding met de rest van Europa zouden hebben en daar meer vruchten zouden plukken dan zijzelf. Anderzijds is er in Finland, net als in Noorwegen, een krachtige, rijkelijk gesubsidieerde agrarische lobby die fel tegen de EG is. Ook in Finland zal derhalve op korte termijn stevig worden gediscussieerd over een lidmaatschap.

De pas aangetreden Zweedse premier Carl Bildt, een overtuigd aanhanger van de Europese eenwording, liet onmiddellijk na het bekend worden van het akkoord over de vrijhandelszone in een onderhoud met Delors in Brussel weten dat zijn land zo snel mogelijk lid wil worden van de EG.

Tot dusverre is de weerstand tegen aansluiting van de EG in Zweden gering geweest. Niettemin valt geenszins uit te sluiten dat naarmate de gevolgen van een EG-lidmaatschap duidelijker worden, er meer verzet zal rijzen. Zo is er al een groep vrouwen tegen de EG actief geworden. Ze voorzien dat het genereuze stelsel van sociale voorzieningen voor werkende vrouwen (en tachtig procent van de Zweedse vrouwen werkt buitenshuis) zal worden aangetast. “Vrouwen willen niet worden teruggezonden naar de keuken”, aldus Kristina Persson, die afkomstig is uit de Zweedse vakbeweging.

Bildt en trouwens ook Brundtland hebben er al op aangedrongen de standpunten van de Noordse landen (Scandinavië en IJsland) zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Ook Denemarken is hiervan een voorstander. Als de Noordse landen alle lid zouden worden van de EG, zouden ze inderdaad een krachtige lobby binnen de EG kunnen vormen. Fijntjes wijzen sommigen er op dat de Noordse landen bij elkaar tegen die tijd over veel meer stemmen zullen beschikken in het EG-overleg dan bijvoorbeeld een machtig land land als Duitsland.