Nieuw leven in dialoog EG-China

PEKING, 25 OKT. Terwijl Nederland zich opnieuw beraadt of het de Chinese oppositie tegen een nieuwe leverantie van onderzeeboten aan Taiwan kan negeren, Frankrijk net de bouw van (ongewapende!) fregatten voor Taiwan heeft goedgekeurd en er in Duitsland eveneens plannen voor leverantie van fregatten aan Taiwan in discussie zijn - om voormalige Oostduitse werven aan werk te helpen - heeft EG-commissaris F. Andriessen (externe betrekkingen) China bezocht om de sinds de bloedige gebeurtenissen van juni 1989 stagnerende Europees-Chinese dialoog weer nieuw leven in te blazen.

Samenvallend met het bezoek van Andriessen organiseerde de ABN-Amro Bank in het kader van de wereldwijde viering van de fusie een symposium met als thema "Europa 1992 & China', hetgeen Chinese (staats-)zakenlieden wegwijs heeft gemaakt in vooral de juridische aspecten van het exporteren naar en investeren in Europa.

Andriessen zei vanmorgen in zijn openingstoespraak dat de betrekkingen tussen de EG en China zich van 1975 tot 1989 positief hebben ontwikkeld, maar dat de tragische gebeurtenissen op het Tian An Men-plein in 1989 een onvermijdellijke terugslag betekenden. Tevens heeft de snelle, eenzijdige Chinese export-expansie van de afgelopen twee jaren tot een Europees handelstekort van 5 miljard ECU's geleid. Andriessen vreesde dat het tekort dit jaar zal verdubbelen.

Volgens EG-statistieken hadden Duitsland en Engeland in 1990 beiden een handelstekort van ruim een miljard ECU's en Nederland van 857,5 miljoen. Relatief is het Nederlandse tekort verreweg het grootste, want de Nederlandse exporten bedroegen slechts 18,14 procent van de Chinese exporten naar Nederland, de Duitse 53.4 % en de Britse 38,.17 %.

De Chinese minister van Buitenlandse Economische Betrekkingen en Handel, Li Lanqing, betwist de Europese cijfers. Volgens China's statistieken heeft het een handelstekort met de EG van US$ 624 miljoen. De belangrijkste discrepantie zit in de herexporten via Hongkong, die in de Europese statistieken worden meegeteld en in de Chinese niet. Beide zijden zullen een studiegroep van experts opzetten, die gezamenlijk methodes zullen trachten te vinden om tot wederzijds aanvaardbare statistieken te komen.

Andriessen onderstreepte echter dat naarmate China een medespeler in de multilaterale wereldeconomie wordt, het zijn handelspolitiek zal moeten aanpassen aan open internationale regels en procedures. Hij verklaardde zich tegen eenzijdige harde actie, iets waar de Verenigde Staten in toenemende mate toe geneigd is. De EG wil vooralsnog op consultaties vertrouwen.

De Nederlandse EG-commisaris hield zijn gastheren gisteren op een persconferentie voor dat verdere verbetering van de betrekkingen afhangt van niet-commerciële aspecten zoals respect voor de mensenrechten. Andriessen meende dat de relaties niet volledig genormaliseerd kunnen worden, zolang niet aan bepaalde voorwaarden op dit punt wordt voldaan. Die voorwaarden omschreef hij niet specifiek want die worden bepaald door het Europese Parlement en de publieke opinies in de lidstaten. Gevraagd in welk opzicht de relaties nog niet normaal zijn, antwoordde Andriessen dat er nog steeds - sinds 1989 - geen nieuwe fondsen, leningen enzovoort voor ontwikkelings- en trainingsprojecten beschikbaar zijn.

Minister Li Lanqing vroeg om begrip voor China's eigen opvattingen inzake de mensenrechten die voortkomen uit het verschillende ontwikkelingsniveau, cultuur en geschiedenis. Hij beloofde Andriessen een boek aan te bieden over dit thema. De Chinese minister zegde ook inspanningen toe om de situatie te verbeteren. Andriessen weerlegde het Chinese argument scherp en onderstreepte dat er een Universele Verklaring inzake de Mensenrechten van de Verenigde Naties is, die de EG-lidstaten en China beiden hebben ondertekend. “Laten we onze samenwerking uitbreiden op basis van de correcte interpretatie van die universele verklaring.

Andriessen had ook een ontmoeting met lunch met premier Li Peng. Li heeft in groot detail over voortzetting van hervormingen gesproken, maar benadrukt dat het langzaam, stap voor stap moet “omdat China anders in dezelfde chaos als Oost-Europa terecht komt”.

Een zeer belangrijk gespreksthema was Taiwan's aanvraag voor het lidmaatschap van de GATT, iets waar China zich fel tegen verzet zolang het zelf geen lid is. Taiwan's economie voldoet aan alle voorwaarden en heeft vorig jaar het lidmaatschap aangevraagd als een niet soevereine staat, maar als het "douanegebied Taiwan, Penghu, Quemoy en Matsu'.

In de VS is toenemende steun om Taiwan binnen de GATT te halen, desnoods tegen het verzet van China in, dat vanwege zijn niet-markt economie nog niet in aanmerking komt. De EG heeft nog geen definitief standpunt in deze zaak. Andriessen: “Het is duidelijk dat het op basis van pure economische overwegingen van belang is om een belangrijke economische speler als Taiwan in het systeem te hebben, maar er is een politieke dimensie. We beraden ons, maar er is geen beslissing”. Li Peng heeft de EG-staten om steun voor het Chinese standpunt in deze gevraagd en zal dat op korte termijn schriftelijk herhalen.

De recente Franse fregattenleverantie aan Taiwan, een mogelijke nieuwe levering van Nederlandse onderzeeboten en discussies over voornemens in andere landen om wapens aan Taiwan te leveren zijn helemaal niet ter sprake geweest. “Als zij er over begonnen waren, zou ik er niet op zijn ingegaan, want ik ben hier namens de EG en niet namens enige soevereine lidstaat, ook niet Nederland” aldus Andriessen.

Tijdens het ABN-Amro symposium vergeleek bestuurslid Rijnhardt van Tets China met Oost-Europa. Statistieken en indexen tonen dat China veel meer succes heeft gehad in het vinden van nieuwe markten in Europa. “De onrust in Oost-Europa maakt het naar mijn mening zeer onwaarschijnlijk dat deze landen spoedig hun export-activiteiten zullen verbeteren”. Van Tets meende dat Mexico een veel ernstiger concurrent voor China wordt op de Amerikaanse markt, dan de Oost-Europese landen voor China in de EG. Ondanks China's snelle export-stijging is het Chinese aandeel in de totale importen van de EG-landen toch nog slechts een procent.

Een van de meest gewraakte Chinese handelspraktijken is dumping. Paul Glazener, partner van het advocatenkantoor Nauta Dutilh in Brussel zette uiteen dat China in de periode 1981-1990 doelwit van 7,38 procent van alle anti-dumping onderzoeken was. Een belangrijk deel van alle dumping-praktijken komt uit niet-markt economieën, zoals de Chinese. In 15 van de 29 onderzochte gevallen werd China schuldig bevonden en werden boetes opgelegd. Glazener memoreerde dat Chinese producenten nauwelijks of helemaal niet aan onderzoeken meewerken.

    • Willem van Kemenade