NCB

Blijkens zijn artikel in NRC Handelsblad van 18 oktober meent David Pinto, dat emancipatie van Turken en Marokkanen in Nederland niet mogelijk is zolang het Nederlands Centrum Buitenlanders in stand wordt gehouden.

Niet het NCB, maar de tijd is het probleem. Turken en Marokkanen zijn nu ongeveer 25 jaar in Nederland, één generatie. Zij vertegenwoordigen niet een doorsnee uit een bevolking van Turkije en Marokko, maar vrijwel uitsluitend de onderste sociaal-economische bevolkingslaag in die landen.

De de Turken en Marokkanen die naar Nederland zijn gekomen hebben in meerderheid zeer nig onderwijs genoten. Aangezien er een duidelijke statistische relatie is tussen het schoolsucces van kinderen en de schoolervaring van hun ouders, is het niet redelijk om te verwachten dat binnen één generatie de Turken en Marokkanen geëmancipeerd zullen zijn, en in alle geledingen van onze maatschappij zullen worden aangetroffen.

Dat betekent niet, dat we maar rustig moeten wachten tot de problemen mettertijd vanzelf opgelost zullen zijn. De hulp die nu geboden wordt zal zeker invloed hebben op het aantal generaties dat nodig is om emancipatie tot stand te brengen. Die hulp kan op verschillende wijzen gegeven worden. Ook de wijze waarop het NCB dit doet is zinvol.

De vergelijking met joden, waarmee David Pinto zijn aanval op het NCB rechtvaardigt, is niet juist. Onder de joden die, eeuwen geleden al, naar Nederland zijn gekomen, waren er velen die een aanzienlijk geestelijk en soms ook materieel kapitaal meebrachten. Bepaald een heel andere groep dan de gastarbeiders uit de jaren zestig.

    • Hans van de Water