Mondriaan is toch ook zo begonnen; Traditioneel schilderen op de Ruudt Wackers Academie

De Ruudt Wackers Academie is de enige particuliere kunstacademie van Nederland. De opleiding lijkt ouderwets. Honderdveertig studenten leren er de werkelijkheid weer te geven, van een lucifersdoosje tot een naakt in een lastige houding. Marianne Vermeijden bezocht de academie en woonde de kennismakingsweek voor eerstejaars op Schiermonnikoog bij. “Hier mogen de leerlingen zich op papier nog uitleven. Ze maken schattige perspectieffouten.”

Het wolkendek weet niet van wijken en de regen ziet zijn kans schoon. Het blijft met bakken uit de hemel vallen. Links, rechts, hoog en laag, overal hangt het grijze behang van de herfst. Zelfs op het water heerst verveling. Een enkele vissersboot hangt wat rond bij de pier. Maar niemand meldt zich. Alleen in de lucht valt iets te beleven. Een vlucht strandlopers danst de Weense wals. Ze zijn heer en meester op het wad.

De zomergasten hebben Schiermonnikoog ver achter zich gelaten. Andere passanten melden zich bij hotel Van der Werff: handelsreizigers, zorgelijke huwelijkspartners en dames en heren met een te drukke baan die even onbereikbaar moeten zijn. 's Avonds doen ze net of ze zich met z'n allen thuis voelen in de huiskamer van het hotel. Overdag tuurt ieder voor zich door zijn verrekijker naar de sterntjes en de grutto's.

Het fietsen in modderige kwelders mag op het vasteland een naargeestige beproeving lijken, hier is het tot een lust verheven. Het lichaam wordt afgemat om sombere herinneringen opnieuw te ordenen. In de berm stappen de doorweekte wandelaars voort. Ze pronken met hun prestaties bij een ieder die het horen wil: vandaag is "de uiterste punt' van De Balg bereikt, daar waar hemel en aarde op z'n breedst zijn. Nee, er lagen geen zeehonden, sterker nog, geen sterveling liet zich zien. En dat was, zoals van hun gezichten valt af te lezen, een groot genoegen.

Ver weg van De Balg, in een kampeerbarak op het Melle Grientjespad, moeten individuele genoegens plaats maken voor het "groepsgevoel'. Tussen de stapelbedden drinkt een groep van een man of tien net een mok thee. Het is de bedoeling dat de eerste-jaarsstudenten van de Kunst Academie Ruudt Wackers elkaar op dit eiland in een versneld tempo leren kennen. Omdat alle privacy in deze schuur ontbreekt, lukt dat aardig. Bij binnenkomst in de slaapzaal annex keuken annex atelier kan je je meteen voorstellen dat een natte handdoek, per ongeluk neergesmeten of de slaapzak van een ander, hier iemand met groot gemak kan aanzetten tot wraak en vernielzucht.

Maar er is eendrachtig besloten de vuile was niet buiten te hangen. Men zal het met elkaar in deze uitdragerij moeten vinden, want er is een gemeenschappelijk doel: tekenen en schilderen. De eerste prestaties op papier zijn aan de waslijnen boven de bedden tentoongesteld; voorzichtige bospaden in houtskool en wuivende grassen, die op papier nog niet écht willen wuiven. In de vensterbank, tussen de whisky en de after-shave, staan kleine doekjes te drogen. Het is het werk van ouderejaars-studenten, die in grijze en mosgroene tinten het perspectief van een paar duinpannen al weten op te voeren tot een vergezicht op de Grand Canyon.

Avontuur

In de voorafgaande jaren speelde de eerste kennismakingsweek zich af in Frankrijk, bij het huis van Ruudt Wackers, die in 1983 uit ongenoegen over het opheffen van de Rijksacademie als onderwijsinstelling, zijn eigen teken- en schilderschool oprichtte, de enige particuliere academie in Nederland. Het avontuur begon met twaalf leerlingen, nu biedt deze kunstvakopleiding op hbo-niveau onderdak aan zo'n 140 studenten. De huiskamer van Wackers in de Lange Leidsedwarsstraat is verruild voor een schoolgebouw in het centrum van Amsterdam, waar overdag en 's avonds, ook in deeltijd, lessen in klassieke disciplines worden gevolgd.

Dit jaar heeft de oprichter letterlijk en figuurlijk afstand genomen van zijn geesteskind. Behalve zijn eigen werkster, een slechte werkster, was de schilder Ruudt Wackers zijn eigen secretaresse en boekhouder. Omdat hijzelf vond ook in die twee laatste functies niet uit te munten, en omdat de academie hem gebaat leek bij een minder chaotische leiding, is er een zakelijk manager aangesteld. Iemand die lesroosters en begrotingen maakt, iemand die sponsorgelden en andere inkomsten in de wacht probeert te slepen om dit niet-gesubsidieerde instituut te laten voortbestaan. Een instituut dat al jarenlang de reputatie heeft van een veredeld teken- en schilderclubje waar dames zich wat bekwamen in het aquarelleren van bloemstillevens, pronkstukjes voor boven het dressoir.

Over die reputatie geen zorgen op Schiermonnikoog. “Hier mogen de leerlingen zich op papier uitleven. Ze maken schattige perspectief-fouten. Straks in Amsterdam zullen ze zich aan de regels moeten houden”, zegt tekenleraar Bo Thie. Die regels hebben betrekking op het academisch leren tekenen en schilderen, het weergeven van de werkelijkheid, van een lucifersdoosje tot een naakt in een lastige houding. De figuratie is hier een middel om te leren "schrijven' wat men wil. Het zagen en spijkeren van een schilderskist, het samenstellen van verven en palet, het kopiëren van kunsthistorische voorbeelden; dat alles mag op de officiële academie-instituten als bijzaken worden gezien, bij Ruudt Wackers zijn het de fundamenten van het teken- en schilderonderwijs. “Neem van mij aan”, schreef biograaf Vasari in 1550, “dat langdurig oefenen, jaar in jaar uit, het ware licht der tekenkunst is, waaruit de beste meesters worden geboren.” Vasari wordt hier op zijn wenken bediend.

Spierpartij

Eigenlijk is zo'n visie allang ouderwets en impopulair. Techniek doodt de vrije expressie, beweert men sinds de jaren zestig. Gipsmodellen van klassieke jongelingen zijn in afvalcontainers verdwenen. Sinds Bauhaus geldt het credo van Klee: "Kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar'. Niet het waarneembare uiterlijk, maar de innerlijke belevingswereld moet gestalte krijgen. Ooit een spierpartij tegengekomen in een werk van Pollock, Rothko, Richard Long? Nee, toch. Wat is het nut van die eindeloze sessies, waarbij mondhoeken en bilpartijen van een naakt moeten "kloppen' op papier als er naast de ezel een foto- of videocamera ligt?

Jonge Nederlandse schilders als Siert Dallinga en Marc Mulders beklagen zich nu over hun gebrekkige ambachtelijke academie-opleiding. Vlakverdeling of perspectief moeten ze nu uit boekjes leren schilderen. Een internationaal bekende en sucessvolle figuratieve kunstenaar als de Amerikaan Eric Fischl zegt een "non-education' op het California Institute of Arts te hebben ontvangen: “Het was een soort diergaarde, iedereen liep naakt, om zichzelf in emmers met verf te storten.”

Sommige betrokkenen beweren dat er nu zelfs geen kunstenaars meer zijn te vinden die bij voorbeeld het klassieke modeltekenen kunnen en willen doceren. Co Westerik, oud-leraar aan de Koninklijke Academie in Den Haag en een kunstenaar die dat ongetwijfeld wél kan, heeft in een vraaggesprek eens mooi verwoord waarom hij het op die academie voor gezien hield. “Ik gaf grote naakttekeningen. Die liet ik ze (-) timmerman-achtig in elkaar zetten. Dat vergde tijd en ook wel enige interesse. Op een gegeven ogenblik hadden ze dat niet meer. Ik wijt dat aan wat er buiten de academie gebeurde. "Negentiende eeuw, wat is dat hier, zo'n blote meid op een draaischijf'. Toen die klassen leeg bleven, dacht ik, ik word te oud. Ik ben meteen naar de directeur gegaan: "Joop, ik ga hier weg'. Voor mij is de menselijke figuur iets fantastisch. Daar kan ik met een dikke keel over blijven praten.”

Kostbaar

Wat beweegt de studenten van de Ruudt Wackers academie om terug te gaan naar "af'? Geen fotografie, video, computer-graphics of installaties van kant-en-klare goederen, maar het braaf en exact naar verhoudingen natekenen van kartonnen dozen en cylinders, die later door meer gecompliceerde stillevens, compleet met geplooide textilia, worden vervangen. Wat is er zo aantrekkelijk aan het schetsen van anatomie, Artis en architectuur, zoals het lesprogramma vermeldt? Hoe zijn ze op die kostbare academie - ƒ 6.180,- voor het eerste leerjaar dagschool, ƒ 2.350,- voor het laatste, de avondopleiding is goedkoper - terechtgekomen en wat willen ze met die opleiding in een land waar veel te weinig kunst wordt gekocht om achtduizend kunstenaars in hun onderhoud te voorzien?

Kitty van der Meer voelde zich na ruim drie jaar niet meer op haar plaats op de Rietveld-academie. “Ik moest daar meteen experimenteren, het "kunnen' werd overgeslagen. Ik wil me niet begraven in het ambacht, maar ik vind dat ik eerst alles moet kunnen tekenen, daarna zie ik wel verder. Mondriaan is toch ook zo begonnen?” Karin Glaser, eveneens derdejaars en een voormalig art-director - toen, naar eigen zeggen, in bezit van de "juiste kleding, de juiste auto en de juiste trucjes' - wil kunnen teruggrijpen op "het weten', voordat ze "uit haar gevoel gaat werken'. “Omdat straks mijn koffer vol zit met kennis en techniek, denk ik dat ik veel verder kom dan studenten van die andere academies”.

De meeste "kampeerders' zijn het met deze spreeksters eens. Ze voelen zich "een grote familie', waarbij de jongeren graag iets opsteken van de ouderen. Dat stimuleert. Thuis is het moeilijker afstand te nemen, je ziet je eigen fouten niet, zeggen ze. Met z'n tweeën zie je meer. Op deze school wacht hen geen sprong in het diepe, maar intensieve begeleiding. Hun werk wordt voortdurend getoetst, vinden ze. Echte kunst, zoals studenten van andere academies denken te maken, is nog lang niet aan de orde. De zeventien academie-docenten, bijna allen opgeleid aan de Rijksacademie, adviseren het tentoonstellen na te laten. “Dit zijn vingeroefeningen, we zijn nog lang niet toe aan het concert”, zegt Bo Thie. “Er moet nog geestelijke rijping aan het werk worden toegevoegd.”

Als voorbeelden van eigentijdse kunstenaars rollen later in de barak Armando en Kounellis over tafel. Armando brengt het er goed van af, wegens zijn "handschrift'. Kounellis is het doelwit van voorzichtige spot. Schilders van de Haagse School en de Fauvisten dienen als stralend voorbeeld, als er gevraagd wordt naar jonge, zich nu profilerende tijdgenoten blijft het lange tijd stil.

Boemerang

De meeste studenten zijn via een advertentie of een vriend attent gemaakt op deze instelling. Anderen ontdekten de academie toen ze er toevallig langs fietsten. Het hoge inschrijfgeld motiveert hen, zeggen ze, en sommigen komt het goed uit dat men hier in deeltijd kan studeren. In leeftijd varieert de groep op Schiermonnikoog van 16 tot 42 jaar. De jongen van zestien is later op het wad in de weer met een boemerang. Sanne, 42, zit verderop met een schetsblok tussen de knieën de grijze lucht te aquarelleren: “Ik heb veel cursussen gevolgd, en nu ben ik te handig geworden. Die handigheid sluit groei af. Hier wil ik op het verkeerde been worden gezet”.

De academieleiding eist dat er voortdurend schetsen in notitieblokken komen te staan. In de trein en in het café, als het maar even kan, moet de student kijken, nog eens kijken én tekenen. Dat vluchtig noteren gebeurt opvallend intensief. Zelfs een storm met windkracht negen op het strand van Schier moet "op papier gepakt worden', zoals de docent het omschrijft. Na elke vakantie dienen werkstukken, gemaakt in binnen- of buitenland, op school getoond te worden.

In de koeiestal schildert Karin een doorkijkje van de hooizolder en de mesttroep. “Dat is een technisch foutje, dat moet je weghalen, want anders blijft het emotioneel lastig. Zet er wat oker in”, zegt de leraar. Hij moedigt aan. “Ja, ja, je bent al brutaler. Kijk toch naar die grove toetsen van Frans Hals, die versnipperen niet als je er afstand van neemt”.

Susan, eerstejaars en 23, wil ooit kinderboeken schrijven die ze zelf illustreert. “Er woelt zo veel van binnen, maar ik kan het nog niet op papier kwijt. Bij figuurtekenen is het hoofd altijd groter dan het lichaam”, zegt ze; dat blijkt, helaas, ineens een doodzonde te zijn. Stefan streeft naar "sfeer' in zijn werk, zoals “ja, hoe heet die schilder ook al weer, Ru van Rossem”. En Marina, oud-leering van de academie in Groningen, wil in de toekomst "heel gericht' alleen maar trompes-l'oeil maken. “In Groningen moest ik iets van hout en metaal in elkaar zetten, maar niemand vertelde me hoe die machines werkten. Ze willen daar dat je van je remmingen afkomt, maar als je hoort dat bepaalde materialen zich zo lastig laten bewerken, dan begin je er toch niet meer aan!”

Yoeri, ooit werkzaam op een booreiland, komt in de eigentijdse kunst vooral veel "vlekken op vloeitjes' tegen. Straks moeten zijn realistische schilderijen zijn jeugd verbeelden. Of dat "therapeutisch' wordt bevonden kan hem niks schelen. “Dankzij het onderzoekend schilderen van stillevens dat ik op deze school leer, kan ik thuis monsters en ridders afbeelden”, zegt Josephine.

Abstract

Iedereen is zonder uitzondering vol goede moed. Veel leren, hard werken, later zien we wel verder. Misschien gaan ze ooit wel abstract schilderen, dan weten ze tenminste wat ze weglaten op het doek. Angst om niet meer van het academisme werk los te komen? In geen geval. Hier worden geen trucs geleerd, hier leert men zien, zeggen ze.

Volgend jaar zal een derde van de in totaal zestig eerstejaars wegens een negatieve beoordeling de Ruudt Wackers Academie hebben verlaten. Na vijf, zes jaar halen er twee of drie de eindstreep. Boven op de zolder van de academie in Amsterdam treffen Annet (31) en Marja (46) voorbereidingen voor hun eindexamen. Naar voorbeeld van Gerti Bierenbroodspot, schilderes van onder meer decoratieve taferelen uit de oudheid, wil Annet ruïnes schilderen. Marja zoekt naar situaties met een sterke lichtval. De naam van Max Beckmann valt. “Al doende zal duidelijk worden waar ik bezig ben”, zegt ze. Beide kandidaten vinden het een grote verworvenheid dat ze dankzij de vele beoordelingen objectief naar hun werk hebben leren kijken. Later dit jaar moet de verslaggever nog maar eens terugkomen, want die vluchtige houtskoolschetsen en dat kleine ruïne-paneeltje zijn nog maar een eerste aanzet.

's Avonds ligt Baudelaire op het nachtkastje van die verslaggever: “Ten opzichte van de pure droom, de niet nader onderzochte impressie, is de definitieve stellige kunst een godslastering.”

De stillevens en portretten in de andere twaalf lokalen van het gebouw zien er in het begin van het studiejaar nogal braaf uit. Geen spectaculaire formaten, geen lef op het doek, geen materiaal-experimenten, maar verantwoord helder kleurgebruik, keurig opgebouwde composities, bekwaam neergezette modellen, grondig geconstrueerde landschappen en veel, veel houtskoolstudies. De afdeling beeldhouwen is nu nog niet op dreef.

Op de gang en in het trappenhuis hangen nog enkele sinistere, grotere schilderijen van de afwezige leermeester Ruudt Wackers. Een gehangene, bungelend boven woelend water, en het onderaanzicht van louche lieden op een balustrade die toezien hoe een menselijk figuur aanstalte maakt om te gaan vliegen. Geraffineerde schilderijen in een ingehouden half-expressionistische, half-realistische stijl, met harmonieus op elkaar afgestemde, overwegend gedempte kleuren, en met veel verbeeldingsruimte voor de toeschouwer.

Vermeer

Volgens Frank Leenhouts, die portretschilderen doceert, is het puur toeval dat net deze dag op kleine formaten gewerkt wordt. Aan de hand van voorbeelden vertelt hij over zijn vak; hoe je met transparante verfsoorten naast dekkende pigmenten meer plasticiteit en diepte kan uitdrukken. “Bijna niemand beheerst deze techniek meer, het modelleren in transparante lagen, het glaceren. Hoe goed je mensen ook fotografeert, je bereikt bij het portretteren nooit de levendigheid die deze methode biedt. Een foto heeft iets "van horen zeggen', een doek is waarachtig.” Barnett Newman heeft eigenlijk de fout gemaakt zijn Who's afraid of red, yellow and blue op te bouwen uit dekkende, en niet transparante lagen, zegt Leenhouts. “Daarom is dat doek toch met groot gemak te vervalsen! Kijk, bij Vermeer ligt dat moeilijker. Eigenlijk doen we in dit lokaal keer op keer niets anders dan de technische aspecten te onderzoeken die zich voordoen bij het vervalsen van een Vermeer.” Er verschijnt een voorzichtige grijns op zijn gezicht.

Leenhouts portretteert op zijn eigen atelier zakenlieden en kinderen. Klanten vinden is geen probleem. Vier schilders krijgen van hem privé-les. “Ik kijk graag naar mensen, ik zie liever hun gezicht en kleding dan hun daden.” Of deze academie beperkt is? Helemaal niet, vindt Leenhouts. Lucian Freud, schilder van realistische, vleselijke naakten, en een door hem bewonderde tijdgenoot, wordt geciteerd: "Ik heb nooit de neiging gehad om iets aan de werkelijkheid toe te voegen'. “Dat begrijp ik volkomen”, zegt Leenhouts. “Niets is versimpeld, alles is bij Freud picturaal gelijkwaardig. Een fantastisch schilder, hij wordt niet voor niets "de Ingres van de existentialisten' genoemd.”

In de lerarenkamer, aan een met duizend verfvlekken bedekte tafel, is het laatste woord aan Harm van Duin, de nieuwe directeur van de academie. Hij begrijpt niet waar de academie dat negatieve imago aan te danken heeft. “Misschien was deze school de laatste jaren te zeer in zichzelf besloten. Het moment is gekomen om naar buiten te treden, met cursussen, lezingen en tentoonstellingen.” De verslaggever moet niet denken dat er "Wackertjes' afstuderen. Integendeel, de figuratie dient als basis en van daaruit moet de student de laatste twee jaar zijn eigen gang gaan, voorzichtig op weg naar een beroepspraktijk. “Verder moet een ieder maar op zijn eigen wijze zalig worden, op wat voor beeldende kunst-instituut dan ook.” Voorbeelden van succesvolle studenten zijn er nog niet. Misschien in het jaar 2000.

Echte zorgen kent Van Duin alleen op financieel gebied. “Geen subsidies voor de academie, geen studiefinanciering voor de studenten en lage salarissen voor de docenten, dat alles maakt onze positie ten opzichte van andere academies er niet gemakkelijker op.” Dankzij een recente bijdrage van het Prins Bernhardfonds kunnen er weer wat ezels, skeletten, lampen, kachels en ladenkasten worden aangeschaft.

En dat imago van tekenclubje? “Ach, wij krijgen de indruk dat binnen het academie-onderwijs het een en ander wordt teruggedraaid, dat men het belang van een ambachtelijke ondergrond weer erkent. Het is ook een aardig bericht dat tegenwoordig nogal wat jonge kunstenaars, zoals de groep After Nature, het weiland intrekt om koeien te schilderen. Op deze academie zijn wij daar al een flinke tijd mee bezig.”

    • Marianne Vermeijden