Misdadigers op het spoor

Zeven kinderen kregen zes weken geleden een eervolle vermelding van de jury van de verhalenwedstrijd. Hun verhalen komen een voor een op de kinderpagina. Vandaag het zesde.

Dit verhaal gaat over vijf kinderen: Marjolijn, een normaal kind, Ria en Saskia, een tweeling vol gein en lol. En nog twee jongens: Tim en Adriaan. Ze hebben samen een groep: Mariasatimad. Nog niet zo interessant allemaal, maar dat komt nog wel!

Zaterdagochtend, Ria en Saskia worden allebei precies (zoals altijd) om zeven minuten voor half acht wakker; Goedemorgen (dat was Ria), Mòge, (Saskia dus). Nadat ze zich aangekleed hebben, komt Saskia met een verhaal: “Die club van ons, Mariasatimad”, Ria knikt, “daar moeten we eens wat leuke dingen mee doen, een bankroof uitzoeken of zo. Of een inbrekersbende opsporen.”

“Ja, of de meester op een misdaad betrappen,” vult Ria aan.

“Okay, afgesproken dan,” zegt Saskia, “maar het blijft het geheim van onze club!”

's Middags als de hele club zich heeft verzameld bij de tweeling thuis en Ria het plan heeft uitgelegd, wordt afgesproken dat iedereen goed zal zoeken in kranten en op straat en dat als iemand iets heeft gevonden er diezelfde dag nog een bijeenkomst zal worden gehouden. Die middag nog ging iedereen aan het werk, Marjolijn zocht in de encyclopedie naar wereldberoemde misdadigers, maar ze kon alleen Robin Hood vinden en die was al dood. Tim ging naar de bank en wachtte tot er en bankoverval gepleegd zou worden, maar die kwam maar niet. De tweeling zocht in de krant, alleen waren van alle inbraken de daders al opgespoord!

Alleen Adriaan had succes: hij zag hun meester lopen met een verdacht persoontje. Ze gingen naar een café en daar hadden ze blijkbaar iets te bespreken. 's Zondags toen ze bij elkaar kwamen en Adriaan z'n verhaal had verteld, werden de taken verdeeld: Marjolijn bleef thuis en maakte een dossier en de rest ging op onderzoek uit.

Bij Marjolijn stroomden die week de berichten binnen: ze gingen samen naar de supermarkt, ze gingen de feestwinkel binnen, de meester ging naar de bank, die andere meneer werd gesignaleerd voor een servieswinkel en de meester voor een winkel die sleutels verkocht. Donderdag na school kwamen ze bij elkaar, na lang beraad werd duidelijk dat de supermarkt was voor een voedselvoorraad tijdens het onderduiken, de feestwinkel was voor een vermomming, de servieswinkel voor een mes (dat was nog niet helemaal zeker), de sleutelwinkel was voor een loper en naar de bank gingen ze om het alarmsysteem te onderzoeken. Marjolijn noteerde alles zorgvuldig in het dossier.

Dat was nu dus opgehelderd: de meester en z'n maat gingen de bank beroven. Vrijdagmiddag stapten ze met z'n allen naar de meester. Deze vroeg heel schijnheilig: “Zo, wat snappen jullie niet?”

Tim nam het woord: “Zo, nu ben je er gloeiend bij!”

“Hoe bedoel je?” vroeg de meester.

“Probeer er maar niet onderuit te komen,” ging Tim verder, “Jij en je maat gaan de bank beroven.”

“Ja,” vervolgde Marjolijn, “Wat deed je dan met een vermomming, loper, mes, en een voedselvoorraad?”

“En waarom onderzocht jij het alarmsysteem bij de bank,” ging Saskia verder.

“Ik heb jou altijd al verdacht,” zei Ria.

Alleen Adriaan bleef stil.

“Nou dat zal ik jullie vertellen,” zei de meester die het blijkbaar grappig vond. “Die maat van mij wordt volgende week jullie meester, want ik kan namelijk een leukere baan krijgen bij de krant en nou wilden we een leuk afscheidsfeest geven, met slingers, bestek van de servieswinkel, een sleutel om het feest te openen, en een leuke tractatie. Maar vertel dat maar niet aan de rest van de klas, detectives!”