Jeugdbrieven Juliana naar veiling

HAARLEM, 25 OKT. Sommige briefjes zijn niet groter dan een opengeslagen pakje Rizla-vloeitjes. Plus bijpassende miniatuur-envelop. Op de enveloppen staat nu eens simpelweg "Mien', dan weer "Minia Hullevrouwia' of "Minnikoppia'. Eén keer, in een opzettelijk statig handschrift, staat er op de brief: “aan W. Hulleman, Garderobière van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana der Nederlanden.” Maar in de brief zelf wordt deze statige toon meteen weer losgelaten en net als in de meeste andere brieven ondertekent de afzendster met “je Prin”, waarbij de laatste poot van de "n' zo nu en dan eindigt in een sierlijke, zigzaggende pennestreek.

Alles bij elkaar gaat het om zeven kleine "kinderbriefjes', geschreven met potlood en deels met envelop, 24 brieven, de meeste met envelop waarvan enkele met lakzegel, 29 briefkaarten, een telegram, zes originele foto's, twee ansichtkaarten waarop Juliana zelf staat afgebeeld en twee gedrukte programma's van theatervoorstellingen waaraan de prinses deelnam. Op het briefpapier staat soms een forse sierletter, een vergulde J.

Juliana schreef deze brieven en kaarten grotendeels tussen 1916 en 1927, dus tussen haar zevende en achttiende jaar, maar een deel van de kleine briefjes dateert nog van voor die tijd, waarschijnlijk vanaf het moment dat de prinses leerde schrijven. De hele collectie is makkelijk in één hand te houden, maar wordt nu bewaard in een kluis bij het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper en zal op 21 november aanstaande onder de hamer gaan voor een richtprijs van vier- tot zesduizend gulden.

In de veilingcatalogus, die vandaag verschijnt, worden enkele voorproefjes gegeven van de inhoud van de correspondentie. Zo schrijft Juliana in een ongedateerd kattebelletje: “Voor Mien, van haar tegenstander bij het worstelen. Prin.” In 1923 schrijft de dan 14-jarige prinses: “Ik ben erg vol van de comedieplannen. We teekenen de programma's, dan kun je ze goed duur verkopen, want op een liefdadigheidsvoorstelling moet je de lui goed afzetten.” Drie jaar eerder schreef de prinses aan haar kleedster: “Niemand heeft wat met deze brief noodig. Daarom zet ik er maar "geheim' op.” Nadere bestudering leert de onschuldige aard van dit geheim: Juliana verklapt aan haar “gezellige dikke Ton” zoals ze haar kleedster in deze brief noemt, dat ze die dag “heel erg ondeugend” is geweest tijdens de tekenles.

Pag 6:

"Indiscreet om brieven van Juliana te veilen'

Het is zeer ongebruikelijk dat correspondentie van leden van het koninklijk huis op de markt komt. De antiquarische afdeling van de firma De Slegte in Amsterdam bood in maart van dit jaar een brief aan van vier kantjes die koningin Wilhelmina in 1932 aan een vriendin schreef. De brief werd voor 450 gulden aangekocht door een particuliere Amerikaanse verzamelaar. Met enige regelmaat worden handschriften aangeboden van de voormalige Stadhouders, maar zover bekend is het voor het eerst in Nederland dat een collectie van deze omvang onder de hamer gaat van iemand van de "jongere' generatie van het koninklijk huis.

Niet bekend

Uit de veilingcatalogus blijkt dat de brieven niet allemaal gaan over verjaardagen, feestjes, verlovingen en het doen en laten van "Mek' (moeder) en "Vek' (vader), zoals prinses Juliana haar ouders noemt. Zo schreef de prinses op 1 februari 1925: “Laatst heb ik vreeselijk groote-menschenachtig aan het "diner voor civiele autoriteiten' mogen meeëten; 'k had gedacht, dat zoo'n ontzettend plechtig diner ontzettend vervelend en flauw en aanstellerig zou zijn - maar het was vreeselijk aardig!! Ik geloof, dat bij zóó'n gelegenheid mannen veel geschikter zijn dan vrouwen. Dat is bij mij namelijk een teer punt. Vooral verleden jaar heb ik erg veel gefilosofeerd over "feminisme' - als je er haast niets van weet, kun je er zoo heerlijk makkelijk een oordeel over hebben! Ik heb over zooveel dingen zoo'n "oordeel', 't zal wel een beetje onzinnig zijn voor een kind van vijftien jaar, maar toch is 't erg prettig om over allerlei, over toestanden en zoo, te filosoferen en als je goed doordenkt is 't heel verheffend ook, heb ik ondervonden. (...) 'k Zou toch zulke gloeiende epistels voor de Vrije Vrouwen kunnen schrijven!!”

Ook voor mevrouw A. Herenius-Kamstra, schrijfster van het boek Juliana 75 jaar en de voornaamste nog levende biograaf van Juliana, komt het bestaan van deze collectie als een volslagen verrassing. In de tot nu toe verschenen biografieën van Juliana wordt niet of nauwelijks geciteerd uit correspondentie van de vorstin of van haar hofhouding. “Over het algemeen is het voormalige personeel uiterst discreet. In Nederland kennen wij dat niet: de butler die de vuile was buitenhangt. Ik vind het dan ook buitengewoon indiscreet van de familie om dit te doen”, aldus Herenius-Kamstra. Bij het Koninklijk Huis Archief bevestigt men de discretie van voormalige leden van de hofhouding. Met enige regelmaat schenken gepensioneerde hofdames of kamerheren hun correspondentie aan deze instelling die op haar beurt slechts documenten ter inzage geeft van voor 1898, en dan nog alleen aan wetenschappers.

Niet bekend