EG-Hof wijst beroep af van chemiefirma's

LUXEMBURG, 25 OKT. Het Europees Gerechtshof heeft het beroep afgewezen van drie chemiebedrijven tegen een boete voor kartelvorming, die de Europese Commissie aan hen had opgelegd.

De drie, het Belgische Petrofina en de Franse ondernemingen Atochem en Rhône-Poulenc, zijn met twaalf andere petrochemische concerns eind 1986 beboet wegens prijs- en produktieafspraken over de kunststof polypropeen.

Die afspraken, die golden voor de periode van 1977 tot 1983, zouden volgens de commissie zijn gemaakt om te voorkomen dat de ondernemingen op de overvoerde markt grote verliezen zouden lijden. Omdat dergelijke afspraken strijdig zijn met de door de EG gewenste vrije concurrentie kregen de betrokken ondernemingen samen boetes opgelegd van 60 miljoen ecu, ongeveer 200 miljoen gulden.

Hoewel het beroep van de drie werd verworpen, halveerde het Gerechtshof de boete van Petrofina tot 300.000 ecu, omdat zijn aandeel in de affaire minder groot zou zijn geweest dan de Europese Commissie had gesteld. Het beroep van elf andere ondernemingen, waaronder Shell en DSM, zal volgens een woordvoerder van het hof pas volgend jaar worden behandeld. Alleen de Noorse ondernemingen Statoil heeft de opgelegde boete betaald. (Reuter,AP)