CDA gaat met tegenzin akkoord met hogere heffing op brandstof

DEN HAAG, 25 OKT. Het CDA heeft zich gisteren met tegenzin in de Tweede Kamer neergelegd bij een verhoging van de brandstofheffing als onderdeel van de milieubegroting van minister Alders. “Ik ben niet tevreden met dit debat”, zei het Kamerlid Lansink gisteren na afloop.

Het CDA was er sterk voorstander van volgend jaar al nieuwe milieuheffingen (bijvoorbeeld op water en afval) in te voeren, waardoor de stijging van de brandstofheffing, die alle vormen van energieverbruik duurder maakt, had kunnen worden beperkt. De heffingen dienen ter financiering van het milieubeleid van het kabinet. Lansink zag er echter vanaf daarover een uitspraak van de Tweede Kamer te vragen, omdat noch van PvdA, noch van VVD, zij het om tegengestelde redenen, steun te verwachten zou zijn.

Het CDA mikt nog wel op verschuivingen binnen de tarieven van de brandstofheffingen, waardoor sommige industrieën (raffinaderijen, chemische industrie) kunnen worden ontzien. Daar zijn ook milieu-overwegingen voor, stelde Lansink: hij wil restgassen vrijwaren van de heffing zodat verspilling daarvan wordt tegengegaan. Bij de behandeling van het wetsvoorstel tot tariefverhoging van de brandstofheffing, later dit jaar in het parlement, zal het CDA deze kwestie opnieuw aankaarten. Minister Alders liet gisteren al weten te betwijfelen of restgassen buiten de heffing kunnen blijven, maar hij beloofde de CDA-voorstellen hierover serieus te bestuderen. Het Kamerlid Van der Vaart (PvdA) wilde er “positief over nadenken”.

Alders herhaalde gisteren dat ook hij een verbreding van de grondslag voor de milieuheffingen (dus niet alleen op brandstof) nodig vindt, maar wilde zich niet binden aan een termijn. Wel noemde hij een motie die het CDA indiende om de kosten van milieuvervuiling zoveel mogelijk in rekening te brengen bij de veroorzaker een steun voor zijn beleid.