Wandelend met de bovenmeester langs de versteende geschiedenis

Slechts een klein deel van de historisch interessante gebouwen wordt geregistreerd als rijksmonument. Bovendien blijkt er maar voor een klein gedeelte van de monumenten voldoende geld voorhanden om ze werkelijk goed te bewaren. Een mooi woonhuis achter een flat, een molen zonder gebruiker of een oud kruidenierswinkeltje zonder winkelier komen daardoor meestal niet in aanmerking voor subsidie van de Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ). Voor de afvallers is alleen in de bibliotheek ruimte vrijgemaakt.

""Wij hebben natuurlijk een hele leuke collectie. Ik zeg altijd dat wij van ieder gehucht, hoe klein ook, wel een plaatje of een beschrijving te voorschijn kunnen toveren. Zo hebben we bij voorbeeld vrijwel alle 2300 ansichtkaarten-boekjes met daarin opgenomen historische zwart-wit foto's met stads- en streekgezichten in Nederland. Van veel mensen hebben wij dus nog een oud plaatje van hun eigen huis of straat.''

Aan het woord is de bibliothecaris van de RDMZ, Herman Ram. Bovendien beschikt de Rijksdienst over zo'n 300.000 losse foto's en 200.000 tekeningen die niet in de bibliotheek zijn ondergebracht.

De bibliotheek heeft echter onvoldoende personeel om iedere liefhebber van dienst te zijn. Ram: ""Wij richten ons daarom primair op bezoekers met een studieuze belangstelling. Dit zijn buiten de ambtenaren die belast zijn met de monumentenzorg, ook de particuliere eigenaren van monumenten. Want in tegenstelling tot wat het publiek vaak denkt, zijn de meeste monumenten woonhuizen die niet in handen van het Rijk zijn.''

Het begrip monument moet overigens niet te eng opgevat worden. Het gaat om zeer uiteenlopende bouwwerken die herinneren aan de cultuurgeschiedenis van ons land. Voorbeelden zijn kastelen, kerken, bruggen, fabrieken, hele stadsgezichten en zelfs dijken en straatmeubilair.

Een groep gebruikers die tegelijkertijd de bibliotheek ook vullen zijn de enkele honderden heemkundige kringen uit het hele land. Dit zijn meestal kleine groepjes liefhebbers die als hobby in de plaatselijke geschiedenis grasduinen.

Ram: ""Zij zijn voor ons een goede bron van informatie. Zij geven meestal een tijdschriftje uit met daarin allerlei gegevens waar wij op geen enkele andere wijze aan zouden kunnen komen. Het tijdschrift kan bij voorbeeld een verhaal bevatten over een gevelsteen dat is opgetekend uit de mond van de plaatselijke, inmiddels gepensioneerde melkboer. Vaak wordt ook onderzoek gedaan in het eigen gemeentearchief.''

Een eenvoudige rekensom leert dat de inbreng van de lokale geschiedschrijvers onmisbaar is. Ram: ""In Nederland zijn 47.800 rijksmonumenten beschermd. Wij kunnen hier 40.000 boeken tegenover stellen die een veel breder terrein bestrijken dan de officieel geregistreerde monumenten. Dit betekent dat slechts een gering deel van de monumenten ooit beschreven is. De collectie vertoont dus gaten die alleen gevuld worden door pure liefhebbers. Wij vinden het daarbij geen punt als zij af en toe een paar bokken schieten.''

Het gebrek aan gespecialiseerde literatuur zorgt ervoor dat er creatief gebruik gemaakt wordt van indirecte informatiebronnen. Ram vertelt bij voorbeeld dat de Rabo-bank, die vaak al sinds jaar en dag ter plaatse aanwezig is, veelvuldig boekwerkjes uitgeeft waarin aspecten van de plaatselijke geschiedenis aan bod komen. Dit kunnen de memoires van de bakker zijn, waarin beschreven staat hoe hij vroeger langs de huizen ging. Ram: ""Voor ons is hier altijd wel wat uit te halen. Er staat vermeld in welke straten hij goed verkocht en in welke minder. Dit zegt iets over de rijkdom van de verschillende wijken.''

Een andere onverwachte bron wordt gevormd door de toeristische reisgidsen. Eén van de oudste exemplaren in de collectie is het in 1664 uitgegeven boekje "Beschrybungh der Weltberumde Kauf Stadt Amstelredam'. Hierin staan wandelroutes beschreven, die ook tegenwoordig nog zo nagelopen kunnen worden, omdat de structuur van de binnenstad van Amsterdam hetzelfde is gebleven. Alleen als er staat ""Nu ziet u aan uw linkerhand . . .'', dan blijkt er wel degelijk veel veranderd. De reisgids biedt een momentopname van de stad van drie eeuwen geleden.

Interessante gegevens leveren ook de eerste predikatiën in kerken. Deze zijn veelal in druk uitgegeven en buiten het loven van God, wijdt de prediker vaak uit over de ontstaansgeschiedenis van de kerk. Soms gebeurt dit zo gedetailleerd dat zelfs vermeld wordt waar de stenen zijn gekocht. Het uit 1828 afkomstige leerboekje "Wandelingen met de bovenmeester', mag ook niet ongenoemd blijven. Hierin wordt het Brabantse dorpje Gilze vrijwel huis voor huis beschreven. Het is lesmateriaal uit de tijd dat men zich voor het eerst bewust richtte op de belevingswereld van kinderen.

Het zwaartepunt van de collectie ligt bij de in gebouwen geconserveerde geschiedenis van Nederland. Dit wordt breed opgevat. Zo bevat de collectie werken over de riolering in de Middeleeuwen of over de inpolderingen in Noord-Holland. Dit is voor de monumentenzorg van belang, omdat het iets zegt over de ontstaansgeschiedenis van Nederlandse bouwkernen. Zo is het stedebouwkundig boeiend om te zien hoe men het lege, nieuw gewonnen land bebouwd heeft. Hierbij zijn duidelijk eigen keuzes gemaakt, terwijl in bestaande steden altijd voortgeborduurd wordt op de bestaande infrastructuur. Bijkomende onderwerpen in de bibliotheek zijn rechten en bouwtechniek, maar boeken hierover worden alleen aangeschaft als zij van direct belang zijn voor de medewerkers van de RDMZ zelf.

""Wij hebben een echte bronnenbibliotheek'', vertelt Ram. De nadruk ligt niet op literatuur waarin al keurig verantwoorde conclusies zijn getrokken. Dit soort boeken wordt geschreven aan de hand van het in de bibliotheek verzamelde materiaal. Om uit te leggen wat hij bedoelt heeft Ram het rijk geïllustreerde boek "Het Slot te Zeist' van Irmin Visser klaargelegd. Dit is een in harde kaft gebonden, op groot formaat uitgevoerd boek met daarin een globaal beeld van de geschiedenis van het gebouw.

De bibliotheek biedt tevens de bronnen waarop de schrijver teruggegrepen heeft. Ram toont een ansichtkaartenboekje met daarin het uiterlijk van het slot van zestig jaar geleden, de documentatiemap die door de gemeente Zeist is samengesteld ten tijde van de restauratie en een binnen een heemkring gehouden lezing over de stichter van het slot.

Ram: ""Soms vind je wat in onverwachte bronnen. In dit nummer van het tijdschrift "Ons Amsterdam' is een portret opgenomen van de Amsterdammer Cornelis Schelling, een van de bewoners van het slot. En hier in het tijdschrift "Bouwrecht' wordt verslag gedaan van een door de gemeente Zeist aangespannen proces tegen het Rijk. De gemeente wilde dat het beschermde dorpsgezicht verkleind werd. En hier in het tijdschrift "Heemschut' staat een kort verslagje over de bouwtechnische problemen die men tegenkwam bij een van de restauraties. En hier . . .''

Bibliotheek van de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Broederplein 41. Zeist. 03404-83352. Hoofdonderwerp: Nederlandse topografie, architectuurhistorie en monumentenzorg. Aantal boeken: 40.000 titels. Tijdschriften: 2.000 titels, waaronder 270 lopende abonnementen. Openingstijden: op werkdagen van 9.00-13.00 en van 14.00-17.00 uur. Geen uitleen van boeken, beperkte kopieermogelijkheden.

    • Ad Bergsma