Verdeeldheid over invoeren eb en vloed in de Biesbosch

DORDRECHT, 24 OKT. Milieu- en landbouworganisaties, watersportverenigingen en waterleidingbedrijven rondom het Haringvliet juichen de sanering van de vervuilde waterbodem toe, maar herintroductie van eb en vloed tot in de Biesbosch gaat wel erg ver. Ruim twintig jaar na de afsluiting van het Haringvliet overweegt de overheid de sluizen in de dam vaker te openen om een gevarieerder milieu te creëren en verdere dichtslibbing van het noordelijk deel van de Zeeuwse delta te voorkomen.

Voorlopig vormen deze wateren nog een “ecologisch rampgebied”, zei de voorzitter van het Delta-overleg, P. van der Aart, gisteravond tijdens een hoorzitting over de plannen in Dordrecht. Doordat het Haringvliet in 1970 werd afgesloten bezonk nagenoeg al het aangevoerde slib uit Rijn en Maas in de Biesbosch, het Hollandsch Diep en het Haringvliet. Om te voorkomen dat dit zwaar verontreinigde slib na opening van de sluizen wordt afgevoerd naar de Noordzee moet de waterbodem eerst grondig worden schoongemaakt, volgens Van der Aart.

De ontwerpers van het plan vinden dat de delta afdoende is beveiligd tegen de zee en dat nu de tijd rijp is om aan de gewijzigde belangen te denken. Het milieu bijvoorbeeld is gebaat bij een terugkeer naar de oude situatie. Zalm en andere trekvissen kunnen pas terug in de Rijn als de barrières in het Haringvliet zijn weggenomen. Een groter verschil tussen eb en vloed verruimt het voedselaanbod voor vogels en vissen. Bovendien zou de afslag van de oevers worden beperkt. De overheid heeft vier verschillende varianten ontwikkeld waarbij de opening van de sluizen meer of minder vaak of zelfs permanent worden geopend. Hoe vaker de sluizen open zijn, des te groter zullen de getijverschillen en daarmee de veranderingen voor het milieu worden.

Bij de meest vergaande variant zouden de sluizen in de Haringvlietdam alleen worden gesloten bij storm en hoog water. Als het water vrij kan instromen zou het getijverschil in de Biesbosch oplopen van circa dertig centimeter nu tot bijna anderhalve meter. De watersportverenigingen vinden dat aantrekkelijk, maar zij maken zich zorgen over de kosten voor jachthavens met vaste steigers. De overheid schat die kosten op maximaal 8 miljoen gulden, de watersportverenigingen denken eerder aan een veelvoud.

De agrarische bedrijven op Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee hebben er bezwaar tegen dat het zoute water straks ongehinderd landinwaarts komt en Haringvliet en Hollandsch Diep zal veranderen tot een brakwatergebied. De land- en tuinbouw verliest in dat geval een aantal belangrijke innamepunten voor zoetwater, volgens J. Heykoop van het Landbouwschap. “Goed water is voor ons een levensvoorwaarde. Er worden compenserende maatregelen voor de landbouw voorgesteld, maar geen schadevergoeding.” De kosten daarvan - zoals zoetwateraanvoer uit andere gebieden - bedragen tussen 100 en 900 miljoen gulden, afhankelijk van de gekozen variant. De initiatiefnemers geven toe dat dit probleem nog niet is opgelost.

De komende maanden worden de gevolgen van de verschillende varianten onderzocht.