Schitterende opgraving bewijst dat Sloten niet het oudste stukje Amsterdam is

Rond 1063 heeft de abt van het klooster te Echternach (Luxenburg) een lijst gemaakt van alle kerkgebouwen die dit klooster langs de Nederlandse kust bezat. Op die lijst kwam ook de naam voor van de kerk in een dorp met de naam Sloten. Het zou daarbij gaan om een dochterkerk van het godshuis in Velzen, die zo wil de geschiedenis door Willibrordus zelf was gesticht.

Tot nu toe werd vrij algemeen aangenomen dat het huidige dorp Sloten een rechtstreekse voortzetting was van deze Middeleeuwse nederzetting. En daarmee zou Sloten samen met Diemen behoren tot de oudste bekende nederzettingen in de omgeving van Amsterdam.

Volgens Jan Baart, de Amsterdamse stadsarcheoloog, is nu na ruim 25 jaar onderzoek duidelijk geworden dat deze aanspraak onjuist is. Baart deed deze uitspraak tijdens een druk bezochte persconferentie in het dorpshuis van Sloten. Aanleiding voor deze bijeenkomst vormden de opgravingen die nu worden uitgevoerd op een plek vlak naast de Slotense dorpskerk.

""De oudste bewoningsresten die wij hier vinden stammen pas uit de eerste helft van de 12de eeuw. Ruim een eeuw later dus''. Volgens Baart heeft het oude Sloten dus niet hier gelegen maar iets verderop, aan de Zuidzijde van wat nu de Sloterplas is. Men heeft die nederzetting, inclusief de kerk, waarvan op de lijst uit Echternach sprake is rond 1100 verplaatst.

""Waarom de bewoners en masse besloten naar deze plek te verhuizen is niet geheel duidelijk, maar ik vermoed dat het te maken heeft met een verandering in de economische omstandigheden. De verplaatsing valt namelijk in een periode waarin landbouw en handel een steeds belangrijker rol gaan spelen en de omgeving van de oude nederzetting was voor landbouw veel te drassig.''

De nieuwe plek was iets hoger gelegen en bood daardoor meer mogelijkheden. Bovendien was deze plek gunstiger gelegen ten opzichte van de andere nederzettingen, waaronder Amsterdam. Het belang van de opkomende handel, en de daarmee samenhangende geldeconomie, wordt gedemonstreerd doordat er bij deze opgraving, net als tijdens de opgravingen in Diemen begin dit jaar, in Sloten een muntstuk werd gevonden, samen met aardewerk uit België en Duitsland - het bewijs dat de geld- en handelseconomie in die tijd hier al was doorgedrongen.

De opgravingen in Sloten duren nog tot het einde van deze maand voort. De resten zijn uitermate goed geconserveerd, doordat de bebouwing lag op een ondergrond van veen. ""Opgravingen in veengrond zijn altijd al een genot, maar hier is het allemaal wel heel erg fraai'', aldus Baart.

""Het mooie is dat we hier de opeenvolging van de oudste bewoningslagen haarscherp kunnen waarnemen. Tussen pakweg 1150 en 1250 hebben de bewoners hier om de 10 jaar een nieuw huis neer gezet. In tien jaar was het oude huis zo verzakt dat nieuwbouw noodzakelijk werd. We vinden hier dus niet de resten van een eenmalige bewoning maar van tien, zeg maar generaties''.

Wie een blik werpt op de wanden van de ruim 3 meter diepe put kan daarop dan ook zonder al te veel moeite de negen oudste lagen onderscheiden. Slechts op één plaats is er een verstoring te zien. Dat betreft een aan het einde van de 15de eeuw aangelegde waterput die diep in de daaronder gelegen lagen insnijdt.

De boerderijen in die tijd waren klein. Ze bestonden uit een ruimte van 8 bij 15 meter met in het midden een stookplaats. In die ene ruimte at leefde en sliep men.

Behalve veel huisraad hebben de archeologen tijdens de 4 weken durende campagne ook nog delen van een middeleeuwse wagen blootgelegd.

    • Joost Vermeulen