Scherpe kritiek in Europarlement op EMU

ROTTERDAM, 24 OKT. Het Europees Parlement heeft gisteren zeer kritisch gereageerd op de voorlopige voorstellen van minister Kok (financiën) voor een Economische en Monetaire Unie (EMU). Volgens diverse fracties kunnen EG-lidstaten te gemakkelijk besluiten niet aan de EMU mee te doen. Het parlement vreest ook een gebrek aan democratische controle bij de totstandkoming van de monetaire unie. Kok komt als voorzitter van de EG komende maandag met zijn definitieve EMU-voorstel.

Volgens de liberale fractie maakt de Nederlandse regering “een ernstige beoordelingsfout” door alle landen een vluchtweg te bieden om af te haken tijdens de cruciale derde fase van de EMU (op zijn vroegst) in 1997, wanneer er een Europese Centrale Bank en een Europese munt moeten komen. Volgens woordvoerder G. de Vries zullen ook andere landen gebruik zullen maken van een clausule die eigenlijk alleen is bedoeld voor (het over de EMU weinig enthousiaste) Groot-Brittannië. Daarmee komt volgens hem de hele EMU op het spel te staan.

“Als iedere lidstaat te zijner tijd kan zeggen voorlopig liever niet mee te doen, ontbreekt de dwang om in de tweede fase tot economische en monetaire beleidsconvergentie te komen,” aldus De Vries. Bovendien dreigt er volgens de Europese liberalen een "Europa à la carte' te ontstaan. “Het grondbeginsel dat EG-recht voorrang heeft boven nationaal recht gaat, wordt op één punt opzij geschoven. Dat schept een precedent dat het fundament van de Gemeenschap ondermijnt.” Ook andere fracties hadden op dit punt kritiek.

De socialistische fractie gaf te kennen “absoluut niet enthousiast” te zijn over de EMU-teksten van het Nederlandse EG-voorzitterschap. Volgens woordvoerder A. Metten heeft Kok in de tot nu toe gepresenteerde voorstellen teveel het accent gelegd op het terugbrengen van inflatie, begrotingstekorten en staatsschulden. Volgens Metten is er te weinig aandacht voor het verminderen van de werkloosheid en koopkrachtverschillen tussen de diverse Europese landen. Hij onderstreepte dat niet alle landen hun economische problemen zelf kunnen oplossen. De rijkere lidstaten moeten de armere helpen, aldus Metten. “Zonder inspanning van de gehele EG, ontstaan er feitelijk bij de EMU twee snelheden. Dat is een stap achteruit voor de Gemeenschap.”

Ook de christen-democraten toonden zich kritisch. Voorzitter B. Beumer zei bang te zijn dat het Europese Parlement nauwelijks inspraak krijgt bij de totstandkoming van de EMU. De socialisten, samen met de christen-democraten, lieten zich in dezelfde zin uit. De fracties dreigen het verdrag niet goet te keuren als het parlement geen medezeggenschap krijgt bij de samenstelling van de directie van de Centale Bank en het economisch beleid in de EMU. Volgens de fracties moet er een verantwoordingsplicht komen voor de ministers van financiën.

Minister Kok zei zich “sterk” te willen maken voor de bevoegdheden van het Euro-parlement, hoewel daarover in de EG-lidstaten verschillend wordt gedacht. De bewindsman onderstreepte alleen als het “ondermijdelijk” is een tijdelijke uitzondering te maken voor landen die niet meteen aan de derde fase van de EMU kunnen meedoen. Hij onderstreepte dat ook armere landen alles moeten doen om hun financiën op orde te krijgen. De bewindsman relativeerde de kritiek van het Euro-parlement met de opmerking dat “de Europese puzzel niet af is” met het breiken van de EMU niet af is.