Polen kiezen tussen illusie en werkelijkheid

WARSCHAU, 24 OKT. Als zondag de Polen naar de stembus gaan, zegt Piotr Nowina-Konopka, maken zij geen keus tussen verschillende partijen, want partijen met een duidelijk profiel zijn er nauwelijks en de marges in economie en politiek zijn te klein. Als de Polen zondag stemmen, zegt hij, maken zij hun keus tussen de illusie en de werkelijkheid.

Nowina-Konopka is secretaris-generaal van de Democratische Unie (UD), de partij van oud-premier Mazowiecki. Het is de partij van de intellectuelen die tien jaar lang, tot de breuk met Lech Walesa vorig jaar, de hoofdrol hebben gespeeld in de vrije vakbond Solidariteit: Michnik, Geremek, Kuron, Hall, Frasyniuk, Nowina-Konopka ook, de magere jongeman met het baardje die ooit woordvoerder van Solidariteit was en die na de vreedzame revolutie van 1989 nog bijna een jaar lang als minister van staat in Mazowiecki's kabinet heeft gezeten.

In de politieke context in Polen staat de UD bekend als de partij van de intellectuelen, de partij van de redelijkheid, de gematigdheid, de tolerantie. Het is de partij die twee jaar geleden het hervormingsplan van Leszek Balcerowicz lanceerde, later in conflict kwam met Walesa en onzacht uit de macht werd verdreven, om vervolgens te moeten aanzien hoe Walesa's keus voor het premierschap, Jan Krzysztof Bielecki, met Balcerowicz en zijn hervormingsplan aan de haal ging: in vergelijking met de tijd van Mazowiecki vaart Bielecki dezelfde koers, zelfs de door Walesa vorig jaar zo hartstochtelijk bepleite versnelling van de hervormingen is uitgebleven.

De UD beschouwt zich niet als oppositie, zegt Nowina-Konopka: de partij neemt geen deel aan de regering, maar steunt haar meestal wel, vaak zelfs als enige. Niettemin: er bestaat een brede kloof tussen de UD en Bielecki's partij, het Liberaal-Democratische Congres (KLD). “Het is het verschil tussen het realisme en de illusie. Neem de privatisering. De Liberalen lijken te denken dat we achtduizend staatsbedrijven binnen korte tijd kunnen privatiseren. Dat is onmogelijk. We zullen er rekening mee moeten houden dat we nog vele jaren met een staatssector blijven zitten en dat het absurd is met belastingmaatregelen te trachten de managers van staatsbedrijven tot overgave te dwingen. De liberalen hebben een radicale benadering van de werkelijkheid, wij een gematigde. Zij willen het hele onderwijs privatiseren, wij alleen het middelbaar en hoger onderwijs. Zij zijn gefixeerd op de economische vrijheid, zij willen pardoes het kapitalisme binnenvallen. Ik denk dat we de overgang ook daadwerkelijk mogelijk moeten maken.”

Sinds hun breuk met Walesa en de verdrijving uit de macht hebben de intellectuelen rondom Mazowiecki zelf het accent verlegd: zij hebben de sociale kant van het hervormingsproces ontdekt en zijn - min of meer noodgedwongen - overgegaan tot het luiden van de alarmbel over de pijn die de hervormingen de Polen toebrengt. Nowina-Konopka: “In de regering van Mazowiecki zat Balcerowicz, de man van het harde hervormingsplan, maar zaten ook als tegenwicht ministers met aandacht voor de sociale consequenties. Bielecki is verder gegaan met Balcerowicz alleen. In zijn regering bestaat geen tegenwicht meer”.

De meningsverschillen concentreren zich aldus minder op de inhoud van het regeringsbeleid dan op het tempo en de sociale kosten van het beleid. “Je kunt het probleem personifiëren: aan de ene kant Margaret Thatcher, aan de andere kant - als hij nog zou leven - Olof Palme. Als Thatcher Polen zou regeren, zou zij binnen twee maanden een sociale explosie veroorzaken, want de Polen zijn arm, je kunt ze niet in het diepe gooien omdat zij niet kunnen zwemmen. Olof Palme zou hier ook kunnen regeren, maar onder hem zouden we nooit de fase van het kapitalisme bereiken omdat hij te voorzichtig te werk zou gaan. Wat Polen nodig heeft, is een mengeling van Thatcher en Palme. Bielecki's Liberalen zijn pure Thatcheristen.”

Is de UD de partij van de stedelijke intelligentsia van veertig-plus, het Liberaal-Democratisch Congres staat bijna een jaar na het aantreden van zijn leider, premier Bielecki, bekend als de partij van de jonge, energieke zakenlieden. Niemand kende de partij toen Walesa eind vorig jaar Bielecki tot premier benoemde: het KLD was een groepje zakenlieden en studenten uit Gdansk, alleen van lokale betekenis. Nu is Bielecki Polens populairste politicus en het KLD de partij van de jeugd die met de nieuwe economische vrijheid wat wil.

Ireneeusz Krzeminski is socioloog en een van de kandidaten van het KLD voor het parlement. Hij maakt geen bezwaar tegen het adjectief radicaal: we zijn radicaal, zegt hij, we zijn radicaal in de duidelijkheid van onze denkbeelden. “Het KLD is de partij van een nieuwe middenklasse, een middenklasse die Polen in snel tempo verovert.” Hij is het niet eens met het verwijt dat het KLD streeft naar een keihard, Zuidamerikaans soort kapitalisme. “Zeker, als we moeten kiezen tussen Thatcher en Palme kiezen we voor de eerste. Maar de stichters en de aanhangers van de partij zijn niet alleen jonge zakenlieden, zij zijn ook activisten van Solidariteit geweest, en als zodanig hebben zij wel degelijk een sociaal geweten. In die zin zijn we minder radicaal dan men ons verwijt. We streven niet naar een klassiek kapitalisme, we weten veel te goed dat het individu niet alles kan in de samenleving waar we naar streven.”

Hij verwijt de UD van Mazowiecki en Nowina-Konopka vooral onduidelijkheid. De UD, zegt hij, bestaat uit een sociaal-democratische, een rechts-katholieke en een rechts-liberale vleugel, die UD valt na de verkiezingen uit elkaar. “De UD is uit de tijd, zij houdt geen rekening met de sociologische verandering van de samenleving, de opkomst van de nieuwe middenklasse. De intellectuelen van de UD denken nog in elitaire termen over politiek als iets voor eerlijke, verantwoordelijke, ontwikkelde, moreel superieure intellectuelen. Wij richten ons op de nieuwe sectoren in de samenleving, nieuwe groepen die op de voorgrond treden, een nieuwe intelligentsia.”

Krzeminski ziet zichzelf en zijn KLD als een nieuwe voorhoede. Polen, zegt hij, heeft politici nodig die consequent te werk gaan, het moet die nieuwe middenklasse snel formeren. Er is geen politieke cultuur, er zijn geen partijen, partijen zijn een kopstuk en een mooie leus en dat is alles. Kijk naar de verkiezingscampagne, die is er een geweest van emotionele vooroordelen en negativisme, waarbij de regering als kop van jut is gebruikt. “Mede daarom moeten we consequent radicaal zijn. We moeten die nieuwe middenklasse een kans geven zich snel te vormen. Als we snel privatiseren, scheppen we ook snel een financiële markt. Als we die privatisering uitsmeren, zoals de UD wil, geven we de managers van staatsbedrijven alleen maar kansen zich te beschermen, zich in te dekken. Het heeft met ethos te maken. We moeten het ethos van het kapitalisme vestigen. Dat kan alleen het KLD”, zegt Ireneeusz Krzeminski. “Politiek moet praktisch zijn.”

Niettemin is Krzeminski, ook al staat hij namens het KLD kandidaat voor het parlement, geen lid van die partij. Waarom niet? Hij moet lachen, voelt zich betrapt: “Ik ben van de wat oudere generatie. Ik heb te veel gezien. Voor mij is het lidmaatschap van een partij nog altijd een beetje verdacht”, zegt hij. En hij zegt: “Ik wil vrij zijn”.

    • Peter Michielsen