Milieuheffingen van ongezonde snit

In veel krante-artikelen wordt de laatste tijd gewag gemaakt van de gedachte om de opbrengst van eventuele milieuheffingen op bijvoorbeeld brandstofgebruik (althans gedeeltelijk) te gebruiken voor de verlaging van de arbeidskosten. Men denkt daarbij dan aan een verlaging van de inkomsten- en loonbelasting en-of een verlaging van bepaalde sociale premies. In een brief van 20 november 1990 aan de Energieraad en aan de SER sprak de minister van economische zaken zelfs over een "volledig terugsluizen' van de heffingsopbrengsten.

Een stuurgroep-Wolfson werkt aan de uitwerking van dit denkbeeld, maar tot op heden is dat idee nog niet geconcretiseerd. Toch lijkt het erop dat de geesten in Nederland er langzaam rijp voor worden gemaakt en dat soortgelijke denkbeelden ook op Europees niveau worden ontwikkeld. Begin oktober betitelde de Nobelprijswinaar in de economie, professor Solow in een interview in De Volkskrant deze terugsluizing als een onzinnige gimmick (truc). “Belasten van vervuilende bedrijven mag wel, maar dan moet het geld ook direct gebruikt worden voor milieuverbetering”, zo zei hij. Daar ben ik het van harte mee eens.

Voorstanders van terugsluizing menen dat overheveling van de opbrengst van milieuheffingen naar de algemene middelen tot een verlaging kan leiden van de zogenaamde wig: dat gedeelte van de bruto-loonkosten dat besteed wordt aan de overheidsuitgaven c.q. de sociale fondsen. Inderdaad kan dat dat effect hebben, maar de vraag is of dat heilzaam is? Mijns inziens zal dit op lange termijn leiden tot uitermate ongewenste structurele gevolgen.

In de eerste plaats zit er iets vreemds in om milieuheffingen niet voor het herstel van het milieu aan te wenden. De vraag rijst dan onmiddellijk uit welke gelden de milieuschade dán ongedaan moet worden gemaakt. Natuurlijk zullen de op te leggen milieuheffingen, indien hoog genoeg een regulerend (zeg educatief) effect hebben op producenten, die dan meer aandacht aan het milieu gaan besteden en minder zullen vervuilen. Er is echter een enorme achterstand van zaken, die nog moeten worden opgeruimd en dat zal nog een enorme hoop geld kosten (denk aan de Coupépolder en de Volgermeer). Het is ook erg optimistisch om te denken, dat producenten zich volledig uit het veld zullen laten slaan en hun leven zullen beteren wanneer milieuheffingen zullen worden opgelegd. Ongetwijfeld zal een groot aantal producenten niet of slechts op de zeer lange duur overgaan tot beperking van de milieuvervuilende activiteiten, omdat de produktietechnologie slechts met moeite kan worden aangepast of de technologie om milieuschoon te produceren nog helemaal niet aanwezig is. Milieuheffingen dienen dus te worden bestemd om de rommel op te ruimen die de vervuilende producent veroorzaakt. Indien zij daardoor worden aangemoedigd minder te vervuilen zal dit moeten leiden tot lagere heffingsopbrengsten die tot nul zullen teruglopen indien elke producent milieuschoon gaat werken.

Milieuheffingen, zo leert de ervaring met onze oppervlaktewateren waar door heffingen de vervuiling met vijfennegentig procent is teruggebracht, kunnen wel degelijk helpen. Dan loopt de heffingsopbrengst dramatisch terug. Om deze reden lijkt een verlaging van de arbeidskosten gebaseerd op milieuheffingen op drijfzand gebouwd. Nu kan men natuurlijk stellen dat de milieuheffingen zelfs hoger moeten worden gemaakt dan de waarde van de veroorzaakte milieuschade. In dat geval is er in feite een extra heffingsbron voor de algemene middelen gecreëerd. Milieuvervuilende activiteiten worden dan in feite sterker belast dan met de reële maatschappelijke kostenverhoudingen zou overeenkomen. Wanneer deze gedragslijn in het buitenland niet wordt aangehangen kan dit ertoe leiden dat wij ons door een té grote milieuvriendelijkheid uit de markt prijzen en dat er meer dan nodig produktie-activiteiten naar het buitenland verhuizen.

Is het verstandig om de opbrengst van milieuheffingen mede voor de algemene middelen of voor de sociale premies ter verlaging van de bruto loonkosten en-of een verkleining van de wig te gebruiken? De arbeidskosten (weerspiegeld in de bruto-loonkosten) zijn in Nederland inderdaad hoog. Dat is gewoon het gevolg van het feit, dat de Nederlandse arbeidskrachten heel duur zijn vergeleken met andere beroepsbevolkingen in de wereld. Het achter ons aan slepen van een zeer liberaal sociale-zekerheidssysteem is nu eenmaal een dure affaire.

Wanneer wij op kunstmatige wijze de prijs van de arbeid omlaag gaan brengen betekent dit in feite dat de private kosten van de arbeid kunstmatig worden verlaagd en dat de maatschappelijke kosten van de arbeid dus niet meer worden weerspiegeld in de kostprijs. Dat kan inderdaad het prettige gevoel geven dat de WAO of andere regelingen eigenlijk helemaal niet zoveel kosten, omdat een gedeelte uit de milieuheffingen betaald wordt. Daarmee miskennen we dan echter dat de reële Nederlandse arbeidskosten nog steeds vergeleken met de rest van de wereld zeer hoog zijn, al zijn ze dan nominaal op cosmetische wijze verlaagd.

Deze vergelijking wordt absoluut niet anders wanneer we rekening houden met de zeer hoge arbeidsproduktiviteit van de (nog)werkenden. Deze hoge arbeidsproduktiviteit van de nog werkende beroepsbevolking is een artefact. De minder-produktieven worden eruit gesmeten. De werkelijke en enige remedie om ons arbeidskostenprobleem op te lossen is om het sociale zekerheidssysteem te trimmen en een doeltreffend volumebeleid te voeren. Het gebruiken van milieuheffingen om de arbeidskosten te verlagen zou alleen te verdedigen zijn als sterk vervuilende bedrijven een grotere uitstoot van arbeidskrachten hebben die ten laste van de sociale-zekerheidsfondsen moet worden gebracht. Er is inderdaad een duidelijk positief verband. Bedrijven die veel milieuschade veroorzaken, gaan in het algemeen ook niet zachtzinnig om met hun eigen werknemers en dit leidt tot verhoogd ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Toch is de weg van de milieuheffing dan wel een zeer indirecte strafmaatregel. Er valt natuurlijk alles voor te zeggen - en dat wordt op dit moment ook overwogen - om bedrijven die relatief veel arbeidongeschiktheid veroorzaken ook een hogere premie in rekening te brengen. Dat dient dan echter direct te gaan via een differentiatie van de WAO-premie en de Ziektewetpremie en niet "over de band' van de milieuheffing.

Er wordt nog weleens beweerd dat een milieuheffing de reële koopkracht van de bevolking zal aantasten. De kosten voor bedrijven gaan immers omhoog en dat zal worden doorgegeven in de verkoopprijzen. Ongetwijfeld is dat waar. Toch moet de verleiding om deze stijging van de prijsindex te compenseren door een verhoging van het nettoloon, te financieren uit een milieuheffing, worden weerstaan. We hebben in Nederland het idee, dat milieuvervuiling een activiteit is die exclusief bedrijven en hun aandeelhouders ten goede komt en dat geen voordelen aan de consument worden doorgegeven. Dit is echter een misvatting.

Wanneer bijvoorbeeld een koelkast zo goedkoop is als in Nederland dan komt dit mede door het feit, dat er geen sluitende milieuvriendelijke voorziening is getroffen voor het vernietigen dan wel het opslaan van oude koelkasten met hun de ozonlaag vernietigende lading. Het is helemaal niet zo dat slechts producenten het verschil tussen maatschappelijke en private kosten afwentelen op de gemeenschap. Daardoor wordt het mogelijk de verkoopprijzen van de betreffende produkties lager te houden dan overeenkomt met de maatschappelijk verantwoorde verkoopprijs. De kosten van de milieuvervuiling zijn kosten, die de hele Nederlandse gemeenschap veronachtzaamt. Indien wij als Nederlandse gemeenschap ons milieukapitaal willen herstellen en bewaren, betekent dat voor alle consumenten extra kosten. We hebben in feite en dat geldt uiteraard niet alleen voor Nederland, de laatste dertig jaar op te grote voet geleefd en dat was alleen mogelijk door in te teren op ons milieukapitaal.

In feite is er ook helemaal geen sprake van dat onze reële koopkracht achteruit gaat. Dat is alleen het geval wanneer wij onze reële koopkracht op onjuiste wijze meten, nl. zonder verdiscontering van de schadelijke milieuconsumptie, dat wil zeggen met verwaarlozing van ons interen op het milieukapitaal. De Nederlandse bevolking in zijn geheel is aansprakelijk voor het milieu en dient de prijs daarvoor te betalen. Er is dus ook geen enkele reden voor een algemene compensatie in het nettoloon van de prijsstijgingen, die zullen optreden door op te leggen milieuheffingen.

Vele jaren hebben wij geleefd in de aangename veronderstelling dat de overheid geen verplichting had om de begroting kloppend te maken en dat inflatie, zij het met mate, een geaccepteerd instrument van economisch beleid was. En bovendien dat de gulden financieringsregel waarbij de overheid slechts langlopend mag lenen voor de dekking van lange investeringen, voor elk bedrijf een wijs uitgangspunt was, behalve voor de overheid. Al deze vrolijke ideeën hebben ons windeieren gelegd.

Terecht zijn deze gedachten nu ontmaskerd als modieuze theorieën, die ook door minister Kok op Europees niveau in het kader van de EMU onlangs zijn afgeschoten. Deze ideeën hadden iets gemeen, namelijk dat zij voor gewone, oppassende burgers en boekhouders onbegrijpelijk waren; die ideeën waren "te slim', te mooi om waar te zijn. Zij bleken dan ook niet te kloppen. Nu dreigen wij met de invoering van milieuheffingen ter financiering van arbeidskosten weer zo'n (leeg) ei van Columbus te omarmen. Zoals uiteengezet is een milieuheffing voor het opruimen c.q. het afremmen van milieuvervuiling, heel verstandig mits de heffing bestemd wordt voor milieuherstel. Het aanwenden van de opbrengst voor een kunstmatige verlaging van de arbeidskosten of compensatie van koopkrachtverliezen is echter "te slim'. Het is slechts symptoombestrijding, die leidt tot een ernstige verstoring van de factor prijsverhoudingen. Arbeid lijkt goedkoper dan zij in werkelijkheid is. Ten slotte zal het heel moeilijk zijn deze onorthodoxe dekkingswijze over een aantal jaren, wanneer ons de schellen van de ogen zijn gevallen en de heffingsopbrengsten hopelijk zijn teruggelopen, weer uit te wieden uit onze fiscale structuur. Daarom beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

    • B.M.S. van Praag