Koningin en keizer

HET WAS EEN toevallige samenloop van omstandigheden: een hernieuwde diplomatieke poging tijdens het staatsbezoek van koningin Beatrix en prins Willem Alexander aan Japan om nog iets gedaan te krijgen ten behoeve van Nederlandse geïnterneerden in Japanse kampen gedurende de Tweede Wereldoorlog viel samen met genoegdoening door de Nederlandse regering aan voormalige militairen die in Duitse krijgsgevangenschap hadden verbleven. Japan kon in ieder geval niet over het tijdsverloop worden gekritiseerd.

Anders dan in de omgang met de Bondsrepubliek valt de schaduw van de oorlog over de betrekkingen tussen het koninkrijk en Japan iedere keer wanneer er namens de naties over en weer bezoeken worden afgelegd. Het initiatief daarbij is steeds aan Nederlandse zijde en wordt gevoed door de gevoelens van achterstelling die in de vroegere Indische gemeenschap klaarblijkelijk voortleven. Gevoelens van achterstelling niet zo zeer als gevolg van de Japanse politiek - want deze neemt over de gehele breedte en diepte van de gevolgen van het Japanse geweld dezelfde, afwijzende houding aan - maar veel meer veroorzaakt door de marginalisering van de vroegere Indische gemeenschap binnen de Nederlandse samenleving.

GEZIEN DE praktische onmogelijkheid om rechtstreeks de Japanse regering te beïnvloeden, heeft de vroegere Indische gemeenschap zich er aan gewend om de Nederlandse politiek in het algemeen en de regering in het bijzonder als plaatsvervangend geadresseerde aan te grijpen. Gevolg van de marginalisering van deze groepering is dan de opeenvolging van misverstanden over de officiële woordkeuze gebezigd met betrekking tot de bestaande gevoelens van achterstelling en de heersende ideeën om die emoties te overwinnen. Voor ministers en Kamerleden is het daarom al een moeilijke materie omdat Japan zeg maar zes dagen in de week als een gewone handelspartner wordt beschouwd waarvan de investeringen worden verwelkomd en de goederen en diensten met vreugde worden binnengehaald. Bovendien, de zaak was toch in de jaren vijftig geregeld?

Nu de Nederlandse vorstin ten overstaan van de Japanse keizer uiting heeft gegeven aan de gevoelens die in Nederland op grond van de ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog nog steeds bestaan, is een zeker optimum bereikt. De keizer gaf toe het heel droevig te vinden dat de oorlog de vriendschappelijke banden had ontsierd. Wie meer wenst behoeft niet op een volgende gelegenheid te wachten, want die zal zich niet meer voordoen.

Het staat leden van de vroegere Indische gemeenschap vanzelfsprekend vrij om langs andere, ook volkenrechtelijke kanalen het gestelde doel te bereiken. Maar de Nederlandse regering heeft nu haar maximale bijdrage geleverd. Wat haar betreft is met de franke opstelling van de koningin een bladzijde omgeslagen.