"Je hoeft er toch niet iets in te schrijven over popmuziek?

Ik had nooit gedacht dat er zoveel animo zou zijn, maar de congreszaal van de Utrechtse jaarbeurs is afgeladen. Twee aan twee zijn ze gekomen, de belangsrijkste redactieleden van de schoolkranten van Nederland, om de Landelijke Persconferentie voor schoolkrantredacteuren bij te wonen.

De bijeenkomst is georganiseerd door Raider, een marsvariant die voortaan Twix wil heten, en er is een schoolkrantenwedstrijd uitgeschreven waarover meer zal worden verteld in de loop van de ochtend.

"Moesten jullie een schoolkrant opsturen?', vraag ik aan een jongen die naast me zit.

"Nee', zegt hij, "dat is juist zo gek, je hoefde niks. Je hoefde alleen maar te komen. Ze hadden treinkaartjes gestuurd. We wisten niet eens dat er een wedstrijd was.'

Ons gesprek wordt overstemd door oorverdovend gejuich. Dit is een vrolijke bijeenkomst. Achter de microfoon is Frits Spits verschenen, een grijze meneer van de radio, die gespecialiseerd is in popmuziek. "Zijn hier scholen uit Friesland?'

"Jááá!!' roept de zaal.

"Zijn hier scholen uit Drente?'

"Jááá!!' brult de zaal. Zo werken we heel Nederland af, alleen Gelderland wordt vergeten. Daar protesteren de Gelderse schoolkrantredacteuren wel tegen, maar Frits Spits hoort ze niet. Hij legt uit wat de bedoeling is. Iedere schoolkrant die meedingt, moet een artikel maken over een onderwerp dat straks aan de orde komt, dat artikel moet in de schoolkrant gepubliceerd worden en de krant moet opgestuurd worden naar Twix. Want Twix is de bedenker van deze wedstrijd, die jaarlijks zal terugkeren, maar daarover zal een vertegenwoordiger van de Marsfabrieken meer vertellen.

Frits Spits maakt plaats voor de man van Mars.

Ik buig me naar mijn buren. "Waar komen jullie vandaan?' vraag ik.

Uit Steenwijk komen ze, de ene heet Ferry (15) en de andere Rinse (14).

"Hebben jullie een goeie schoolkrant?' vraag ik. Ferry kijkt bedenkelijk. "Het gaat wel', zegt hij, "we mogen niet alles schrijven, er is veel censuur.'

"Nee toch zeker!' zeg ik, maar het is niet anders. De krant is zelfs een keer in beslag genomen omdat er iets lelijks in stond over de concierge.

"Wat?' vraag ik gretig, maar ze weten het niet meer.

Op het podium praat de vertegenwoordiger van Twix over chocola en over de moeilijke positie van schoolkrantredacties. Ik kan mijn aandacht er onmogelijk bij houden. Om mij heen zie ik nog meer ongeïnteresseerde blikken, maar ik weet dat je daar niet op af moet gaan. Zo kijken scholieren nu eenmaal. Ze horen heus wel wat er gezegd wordt en af en toe zie je er een aantekeningen maken. Rinse maakt ook aantekeningen.

"Zou jij niet eens wat opschrijven?' vraag ik aan Ferry. Die knikt in de richting van Rinse.

"Hij schrijft altijd mijn aantekeningen', legt hij uit, "in de klas ook. Mijn aantekeningen zijn nooit goed.'

Neergekwakt

Inmiddels is de volgende spreker aangetreden, Anneke Ponsen, de hoofdredactrice van Pauze, het jeugdblad dat gratis op middelbare scholen wordt verspreid.

"De schoolkrant leeft', verklaart ze, "hij leeft gewoon en wat wij willen, is dat hij gaat bloeien.'

Ze vertelt hoe het verder moet met de wedstrijd. Het onderwerp is "muziek als communicatie', dus hoe je via muziek een boodschap kunt overbrengen, het artikel moet 1000 woorden lang zijn en Frits Spits zal zo meteen een toespraak houden over popmuziek en hoe die muziek het vervoermiddel is geweest van de jeugdcultuur sinds de vroege jaren zestig. Maar eerst is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Een meisje meldt zich onmiddellijk bij de microfoon: "Bij ons wordt de Pauze zomaar neergekwakt. Ik heb gehoord dat hij op andere scholen netjes wordt uitgedeeld.'

Nog voor Anneke Ponsen heeft kunnen antwoorden, staat een andere leerling aan de microfoon: "Wij krijgen hem helemaal niet.'

En een derde: "Bij ons leest de rector hem eerst en als die hem niet goed vindt, krijgen we hem niet. Onze schoolkrant wordt ook gecensureerd.'

Er zijn ook vragen over het onderwerp van de wedstrijd:

"Een schoolkrant gaat toch over je eigen school?' vraagt een meisje, "daar hoef je toch niet iets in te schrijven over popmuziek?'

En dan is er nog een jongen die wil weten of je een oud artikel over het gevraagde onderwerp mag insturen. "Ik heb er al over geschreven,' zegt hij.

"Wij kunnen aan jouw artikel niet zien of het eerder is verschenen,' zegt Anneke Ponsen, beduusd over zoveel rechtschapenheid.

Maar er zijn ook kritische geluiden. Na de uiteenzetting van Frits Spits over de geschiedenis van de popmuziek en de vrijgevochten mening die door de protestsongs van Bob Dylan werd vertolkt, zegt een schoolkrantredacteur:

"U hebt het over de tegendraadse muziek en de strijd tegen de gevestigde orde. Maar u staat hier toch ook gewoon voor de commercie?'

Een andere redacteur werpt de man van de Marsfabrieken voor de voeten dat het lied van de Rolling Stones "I can get no satisfaction' voor de verkoop van Snickers wordt gebruikt. "Waarom maken jullie je eigen muziek niet?'

"Omdat we die niet hadden', antwoordt de Marsman beteuterd, "maar voor Twix hebben we wel speciale muziek laten maken.'

In de pauze is er koffie met twixen en praat ik met redacties van schoolkranten. Het probleem is overal hetzelfde: het ene jaar is er een enthousiaste redactie die uit ijverige mensen bestaat, het jaar erop zit je met zeven bruggers die alles willen maar niks kunnen. Het kopieerapparaat is kapot en de concierge heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan dat blaadje, dus kan de schoolkrant niet voor de vakantie verschijnen en het is inmiddels driekwart jaar geleden dat er een Nieuwe Duin Bazuin is uitgekomen. De redactie mag niet beschikken over de computers in het computerlokaal, die dingen zijn leermiddelen, geen speelgoed, zegt de docent informatica, die in het nummer van vorig jaar voor klootzak is uitgemaakt.

Er zijn scholen waar de directie vindt, dat de leerlingen hun eigen blad maar moeten maken en daardoor komt er niks van terecht en er zijn scholen waar een leraar zich zo inspant voor de schoolkrant dat er geen leerling meer aan te pas komt. En dan is er censuur. Die bestaat op bijna alle scholen.

Waar ze ook allemaal mee zitten is het tekort aan kopij. Niemand weet iets te schrijven. ze durven niet, ze kunnen het niet of ze beloven het maar doen het niet. Er bestaat een organisatie, REDNET, waar je lid van kunt worden. Als je zelf af en toe iets instuurt, mag je over hun kopij beschikken, maar dat insturen is nu juist de moeilijkheid en ze hebben al vrij veel kookrubrieken bij REDNET.

Minicursus

Na de pauze is er een nieuwe spreker. Het is een oudere jongere, die bij de Stichting Jongeren Onderwijs Media werkt. Hij moet in twintig minuten een minicursus schoolkrant-maken geven, een onmogelijke taak, maar in de persmap die is uitgedeeld, zit een speciale uitgave van de stichting, een voorbeeldig uitgevoerde schoolkrant, waarin de cursus op schrift is gesteld. De Nieuwsgier heet hij.

"Ik heb al veel schoolkranten gezien', zegt de spreker, "maar nog maar zelden een journalistieke schoolkrant.'

Hij doet in een razend tempo uit de doeken hoe een journalistieke schoolkrant tot stand moet komen. "Allereerst is het een must, dat er een redacteur bij vergaderingen van het schoolbestuur zit', zegt hij, "en bij vergaderingen van de leerlingenraad.'

Achter mij wordt gegiecheld. Het is de nieuwe redactie van de scholengemeenschap Philips van Horne in Weert. Ze zijn met z'n drieën en oorspronkelijk waren ze de leerlingenraad, maar ze hebben zichzelf net opgeheven, in de werkweek. Er was te weinig animo en nu proberen ze het als redactie van de schoolkrant.

"Het is een absolute must..' klinkt het op het podium. Er komen zo te horen nogal wat musten kijken bij de vervaardiging van een journalistieke schoolkrant. Er moet een redactiestatuut zijn, er moet een formule gekozen worden waarin een afweging wordt gemaakt hoeveel serieuze onderwerpen er in de schoolkrant komen en hoeveel "leuke' rubrieken.

"Je moet er dus voor zorgen dat je in de schoolkrant over van alles en nog wat moet kunnen lezen. Niet alleen over wat zich binnen de school afspeelt op bestuurlijk niveau en aan activiteiten, maar vooral ook daarbuiten. Waar houden je medeleerlingen zich mee bezig op politiek, cultureel en sportief gebied?' lees ik in de Nieuwsgier. Er moet een redactielokaal beschikbaar zijn, er moeten wekelijks redactievergaderingen worden gehouden, waarbij notulen worden gemaakt, die onmiddellijk na de vergadering worden uitgewerkt en onder de redactieleden verspreid. Direct na het stipte verschijnen van de schoolkrant moet het nummer worden doorgenomen en bekritiseerd waarna een nieuw nummer op stapel wordt gezet.

Met gezeur over een kopijtekort heeft de Nieuwsgier geen geduld. Een journalistieke schoolkrantredactie gaat zelf op reportage en schrijft haar eigen columns.

"En mijn huiswerk dan?' vraagt een jongen naast mij zachtjes. De spreker dendert verder, twintig minuten zijn kort. Als je een interview gaat maken, moet je documentatiemateriaal verzamelen, als je een artikel ergens over schrijft, moet je naar de bibliotheek.

"Hoe is het met jullie schoolkrant?' vraag ik aan mijn buurman. Hij is van het Hooghelandtcollege in Amersfoort.

"Niet zo goed', zegt hij, "vorig jaar is maar één nummer verschenen, want we werden niet door een leraar begeleid. We zouden eerst één keer per maand een schoolkrant uitbrengen, toen werd het eens in de twee maanden, maar inmiddels waren er redactieleden weggelopen en toen is hij doodgebloed. Dit jaar is er nog niks verschenen, maar nu hebben we betere begeleiding. Twee leraren die ook niet weten hoe het moet, maar die hebben in ieder geval het formulier ingestuurd voor deze wedstrijd. Daarom ben ik hier.'

De toespraak op het podium eindigt met een primeur: "Vandaag, op 18 oktober 1991, is de Nederlandse Vereniging voor Schoolmedia opgericht!'

Terwijl de spreker uitlegt wat de nieuwe vereniging allemaal gaat doen, ga ik op weg naar de uitgang. Daar staat een lerares gespannen te luisteren.

"Bent u ook begeleider van een schoolkrant?' vraag ik. Ze knikt. Was dit een nuttige dag? Ze knikt nu heftig.

"Van nu af aan ga ik het beslist anders doen', zegt ze gedecideerd, "bij ons wordt het perfect!'

    • Yvonne Kroonenberg