Ingenieurs Fugro- McClelland naar beurs

AMSTERDAM, 24 OKT. Het internationale ingenieursbureau Fugro-McClelland overweegt notering aan de Amsterdamse effectenbeurs. Samen met Pierson, Heldring & Pierson onderzoekt de onderneming de mogelijkheden volgend jaar een beursnotering op de officiële markt aan te vragen.

Dit heeft ir G.J. Kramer, president-directeur van Fugro-McClelland, vanmorgen op een persconferentie in Amsterdam bekend gemaakt. Als het beursklimaat de komende maanden niet verslechtert, acht Kramer het “zeer aannemelijk dat Fugro volgend voorjaar de beursgang zal maken”.

Kramer gaf vanmorgen een toelichting op de recente verwerving van Fugro van drie gespecialiseerde Amerikaanse ingenieursbureaus. Fugro heeft op dit moment 1.500 medewerkers. Dat aantal zal door de overname groeien tot 2.200. Door de overnemingen zal de omzet van Fugro uitkomen op 460 miljoen gulden. Vorig jaar boekte Fugro een omzet van 330 miljoen gulden.

Met de transacties is in totaal 120 miljoen gulden gemoeid. De Fugro-McClelland groep - wereldwijd actief op het gebied van bodemonderzoek, landmeetkunde, funderingsadviezen en milieustudies - wil via de voorgenomen beursnotering een deel van de overnamekosten financieren. Het overige deel van de kosten zal via een onderhandse plaatsing van aandelen bij de huidige grootaandeelhouders en binnen- en buitenlandse beleggers worden gefinancierd.

Op dit moment is veertig procent van de aandelen van Fugro in handen van het management. 25 procent zit bij de Heidemij, 10 procent bij de Maatschappij voor Industriële Projecten (MIP), 8 procent bij Nationale Nederlanden en 6 procent bij de NPM. Dit voorjaar nam de voormalige rederij Holland Amerika Lijn (HAL) een belang van elf procent in Fugro over van IHC Calland.