Iedereen wil naar de Parijse modeweek; Meppen met je tasje om Chanel te zien

Prince was er, bij de show van Jean-Paul Gaultier, hoewel nauwelijks zichtbaar door de vijf breedgeschouderde bodyguards die hem omringden. Angelica Huston was er ook, op het plankier zelfs. Ze trad op als model in de show van Thierry Mugler, net als Lady Miss Kier en Dimitri van de Newyorkse band Deee Lite en Ivana Trump, de ex van Donald Trump. Jack Lang, de Franse minister van cultuur was er, bij Issey Miyake. Anna Piaggi was er weer, de grande dame van de Europese modewereld en muze van Karl Lagerfeld. En natuurlijk was Catherine Deneuve er, die is er ieder jaar.

Mode was er ook, maar dat leek bijzaak in Parijs. Er werd weer veel geklaagd door de redacteuren, inkopers en fotografen en door de modegroupies die vergeefs uren voor de dranghekken stonden te wachten, want de Parijse Prêt-à-porter modeshows waren dit jaar nog slechter georganiseerd dan voorgaande jaren. Er waren weer veel te veel uitnodigingen verstuurd, en alle shows begonnen een uur te laat. Bij een groot aantal voorstellingen was het onmogelijk om binnen te komen, zelfs niet als je in het bezit was van een van de begeerde uitnodigingen op naam, waaraan per show gemiddeld zo'n tienduizend gulden wordt gespendeerd.

Modefotografen, voor wie de Parijse week een jaarlijks hoogtepunt betekent, trokken zich daar weinig van aan. Net als de modegroupies trouwens, die toch niets te verliezen hadden. Ze waren bereid om over hekken te klimmen, onder het tentzeil door te glippen of desnoods met een bewaker op de vuist te gaan als dat hielp om binnen te komen. Keurige dames en heren van gerespecteerde modebladen lieten zich van hun slechtste kant zien voor de dranghekken in het cour carré, de binnenplaats van het Louvre waar ieder jaar de meeste en de grootste shows in tenten worden gehouden.

Tijdens het modespektakel waren verslaggevers er getuige van hoe een respectabele oude dame een concurrente met een handtas van Chanel in het gezicht mepte, hoe voor de ingang van de show van de Japanse ontwerper Kenzo twee jonge dames volledig onder de voet gelopen werden en daarbij hun schoenen verloren en hoe bij aanvang van de presentatie van Chanel een redactrice van Cosmopolitan door een bewaker aan beide armen buiten de hekken werd gesleurd. Of de shows deze veldslag waard zijn, valt te betwijfelen.

Thierry Mugler en Jean-Paul Gaultier bieden een spektakel, maar weinig nieuws. Bij Gaultiers "Concours d'elegance' liepen travestieten, dikke oude dames en zelfs een hond mee over de 120 meter lange zig-zag catwalk; de collectie was weer even decadent als de afgelopen tien jaren, en lijkt slechts gemaakt voor sterren als Madonna. Maar wie goed keek, zag af en toe ook een heel simpel kledingstuk, zoals een getailleerd colbert dat ook gewone stervelingen kunnen dragen.

Mugler toonde ruige leren motorpakken, compleet met achteruitkijkspiegels op de buste, maar kwam voor de zekerheid ook met zeer verkoopbare ontwerpen voor de Amerikaanse markt. De onafgewerkte kleren van Comme Des Garçons, waarvan sommige niet verder zijn gekomen dan het eerste ontwerpstadium op papier, en de afbraakmode van de jonge Belgische ontwerper Martin Margiela, zullen de winkels waarschijnlijk nooit halen. Of het moeten de winkels van "Le Mouton à cing Pattes' in Parijs zijn, waar modefreaks over een jaar het onverkochte spul tegen afbraakprijzen kunnen kopen. Ook ondraagbaar, althans voorlopig, is de als dagelijkse kleding bedoelde lingerie van John Galliano en Katherine Hamnett, twee Britse ontwerpers die kortgeleden Londen verruilden voor Parijs. Bij Katherine Hamnett liepen de modellen praktisch bloot rond. In de lange, superstrakke jurkjes en de doorzichtige baby dolls voelden zelfs zij zich ongemakkelijk, laat staan een wat minder perfekt gebouwde koper. Toch flirtte ieder model langdurig met de schreeuwende horde fotografen, in de hoop zichzelf wereldwijd te verkopen.

Voor de meeste ontwerpers, en dat geldt zelfs voor respectabele namen als Chanel, Sonia Rykiel en Karl Lagerfeld, is de Parijse modeweek niet langer een gelegenheid om hun statement te maken, maar alleen om, met veel bloot en extravagantie, te roepen dat ze er nog altijd zijn. De kosten die ze daarbij maken staan in geen enkele verhouding meer tot de opbrengsten. De gemiddelde prijs van één show in het cour carré bedraagt ruim 300.000 gulden, waarvan een groter deel dan ooit, ongeveer een derde, naar de modellen gaat.

Iedereen klaagt, iedereen vindt dat het zo niet langer kan en er wordt weemoedig terug verlangd naar de shows van zestien jaar geleden. Maar niemand durft of wil zich eraan onttrekken. Zoals Simon Burstein, vice president bij Sonia Rykiel het zei in een interview: “zolang we geen betere manier vinden gaan we er gewoon mee door”.