Den Haag vecht met Brussel over aardgas

AMSTERDAM, 24 OKT. Nederland en enkele andere EG-lidstaten zijn in een felle strijd gewikkeld met de Europese Commissie over het toekomstige aardgasbeleid. De waarschuwing die staatssecretaris Yvonne Van Rooy gisteren bij de opening van de Gas Expo in Amsterdam aan het adres van de Europese Commissie richtte, is daarvan een duidelijke illustratie. Volgende week dinsdag moet in een vergadering van de Europese energieministers in Brussel blijken wie de (voorlopige) winnaars worden.

In dit aardgasgevecht gaat het om een gevoelige kwestie: moet de vrije interne markt die vanaf 1 januari 1993 een feit wordt, ook volledige concurrentie tussen de aanbieders van aardgas mogelijk maken of blijven nationale monopolieposities gehandhaafd? Nederland zit in een ongemakkelijke positie als EG-voorzitter. Op allerlei fronten van het Europese beleid stimuleert Den Haag de Commissie om snel met voorstellen te komen. Maar de bezitter van de grootste gasbel in de EG trapt krachtig op de rem nu de Commissie met een nieuwe Europese richtlijn wil komen die het Nederlandse gasbeleid in de wielen rijdt.

Die richtlijn behelst Third party access op de gasmarkt, ofwel vrije toegang van klanten die in andere lidstaten gascontracten afsluiten tot de nationale pijpleidingnetten. Volgens de Brusselse voorstellen die nu nog als concept-richtlijn circuleren, zouden gastransport- en distributiemaatschappijen onder voorwaarden verplicht worden aangekochte hoeveelheden gas door hun pijpleidingen te transporteren en bij de klant af te leveren. Die verplichting stelt grote afnemers, zoals de energie-intensieve industrie, in staat zo voordelig mogelijke contracten af te sluiten. In Nederland zou dan niet alleen meer de Gasunie uitmaken hoeveel een kubieke meter gas kost. De prijs wordt bepaald op de nieuwe interne EG-markt.

De Gasunie in Groningen heeft nu nog een monopoliepositie in Nederland, want zij is de beheerder van het pijpleidingnet en verkoopt ook vrijwel al het aardgas dat in Nederland wordt verbruikt. De enige uitzondering tot nu toe is een contract dat de Samenwerkende Elektriciteits Producenten (SEP) in Noorwegen hebben afgesloten, voor levering van een hoeveelheid aardgas die tegen een lagere prijs wordt geleverd, namelijk tegen kolen-pariteit. In Nederland wordt de gasprijs voor de industrie bepaald aan de hand van de olieprijs.

Het eerste begin van een vrijere concurrentie is met dit Noorse contract dus gemaakt. Gasunie zal het gas bij de Nederlandse elektriciteitscentrales afleveren en krijgt daarvoor een transportvergoeding. Een nieuwe Europese richtlijn om transport van aardgas dat uit het buitenland komt te verplichten, is dus helemaal niet nodig, zegt Gasunie. Gesteund door het ministerie van economische zaken verzet het Groningse bedrijf zich fel tegen zo'n nieuwe verplichting. Staatssecretaris Van Rooy zei gisteren in Amsterdam dat Nederland de Europese Commissie steunt in haar streven naar completering van de interne markt in 1993, maar dat nieuwe wetgeving en bureaucratie waar enigszins mogelijk, moet worden vermeden.

Den Haag vindt niet alleen die Brusselse bemoeizucht met het Nederlandse gasbeleid vervelend, maar vreest ook de gevolgen van een volledig vrije concurrentie. Brussel wil daarmee een zo laag mogelijke gasprijs voor de consument en de industriële afnemer bereiken, maar Economische Zaken vreest daarvan een vermindering van het Nederlandse marktaandeel en vermindering van de voorzieningszekerheid. Vooral het succesvolle Nederlandse beleid om kleine aardgasvelden te exploiteren zou in gevaar kunnen komen door een lawine van korte termijn-contracten. Per definitie is de winning van gas uit kleine velden, vooral op de Noordzee, gebonden aan lange termijncontracten omdat exploitanten daarvoor grote investeringen moeten doen. Die willen zekerheid dat hun gas dan ook voor een redelijke prijs kan worden afgezet.

Met die langlopende contracten (vooral export) is de zekerheid dat iedereen van gas wordt voorzien het beste gegarandeerd, is de redenering in Den Haag. Met afschuw wordt gekeken naar de vrije Amerikaanse gasmarkt, waar distributiebedrijven moeten vechten voor contracten om aan voldoende gas te komen. Begin jaren tachtig is het in het Westen van de Verenigde Staten 's winters enkele malen voorgekomen dat de gasvoorziening in gevaar kwam en noodmaatregelen zoals het tijdelijk sluiten van scholen moesten worden genomen.

De Europese Commissie vindt die vrees echter schromelijk overdreven en wijst erop dat een verplichting tot gastransport in haar voorstel alleen zou gelden wanneer er voldoende capaciteit in het gasnet bestaat. Ook de afkeer van meer bureaucratie acht Brussel ongegrond. Die bemoeienis blijft beperkt tot controle dat de vergoeding voor het transport redelijk is. Bovendien staat er tegenover dat de bemoeienis van nationale regeringen met het vaststellen van gasprijzen sterk wordt verminderd. Het afsluiten van lange termijncontracten wordt daarom volgens Brussel in het geheel niet gehinderd door het liberaliseren van de Europese gasmarkt.

Voorlopig zit Nederland trouwens gebeiteld met zijn marktaandeel, want recentelijk zijn alle gas-exportcontracten verlengd en verruimd tot de jaren 2012 en 2015. Gasunie kon dat doen door de fortuinlijke ontdekking, begin dit jaar, dat het Slochterenveld goed is voor 280 miljard kubieke meter meer dan tot voor enkele jaren werd aangenomen.

Een compleet vrije Europese gasmarkt zou Nederland in staat stellen nog meer van zijn gasvoorraden te gelde te maken, want er bestaat een grote vraag naar deze relaties schone brandstof en Nederland kan goedkoper leveren dan de meeste concurrenmten. Op de Gasconferentie in de Amsterdamse RAI werd gisteren duidelijk dat er in Europa sprake is van een sellers market, een markt waarop de aanbieders de sterkste positie innemen. In verband met de scherpere milieu-eisen wordt er steeds meer van kolen en olie op gas overgeschakeld.

Niettemin blijft Den Haag opponeren tegen de Brusselse plannen. Drs. R. Bemer, directeur Gasbeleid van het ministerie van economische zaken, zei gisteren in Amsterdam dat de Europese Commissie bezig is met een contradictie: het organiseren van een vrije markt. “Wij geven geen steun aan meer regulering, we zijn niet voor een éénvormige aanpak, we denken dat de gasmarkt in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Nederland een eigen nationaal beleid vergt, een multi-variabel systeem dus.”

Bemer voorziet dat het Nederlandse verzet veel steun zal krijgen en vroeg zich zelfs af of de Commissie in dit klimaat haar voorstel nog wel zal indienen. Commissaris Antonio Cardoso e Cunha van energiezaken is echter een taai politicus, die zich vast heeft voorgenomen de volledig vrije markt consequent te verdedigen. Of Nederland een achterhoedegevecht voert zal van de grote broeders in Europa afhangen.