Computer leert faxen; Zowel faxen als pc's zijn begonnen als zelfstandige apparaten. Maar de trend is naar integratie en de fax kan daar het slachtoffer van worden

De faxboom groeit. Een paar weken geleden toonde PTT Telecom de nieuwste loot: de Diskfax. De diskfax seint geen papier, maar floppies of bestanden over. Elke diskfax heeft een harde schijf aan boord, een tiental druktoetsen en twee gleuven waarin grote en kleine floppies passen. Als de gebruiker een floppy wil overseinen stopt hij hem in de diskfax en drukt het telefoonnummer van de tegenpartij. Die moet ook een diskfax hebben. De ontvangende diskfax herkent zijn soortgenoot aan een bepaald signaal; als hij dat hoort "neemt hij op', als hij dat niet hoort verwijst hij de binnenkomende beller of gewone faxer naar telefoon of faxapparaat. De hele transactie wordt door de apparaten afgehandeld. De verstuurde floppie wordt op de floppie van de tegenpartij gekopieerd, of als die er toevallig niet in zit, op de ingebouwde harde schijf.

De diskfax werkt volgens een internationale standaard, dus diskfaxen met Engeland of de Verenigde Staten is al mogelijk.

Met faxen in de strikte zin van het woord heeft de diskfax niets te maken. De diskfax verstuurt computerdata. Maar zo langzamerhand is faxen synoniem met op een gemakkelijke manier versturen van informatie via een telefoonlijn en daarom heeft PTT Telecom dat woord graag geannexeerd.

Het echte faxen is versturen van grafische informatie. In de fax wordt een blaadje papier in dunne lijnen (van 0,25 mm hoog) met een lichtbundel afgetast. Het gereflecteerde licht wordt door een hele rij lichtgevoelige halfgeleiders (een CCD, van Charge Coupled Device) opgemeten en vertaald in spanningsverschillen. Een donker puntje is een spanning (een binaire 1), een wit puntje geen spanning (een binaire 0). Per horizontale millimeter worden acht puntjes benoemd. Vervolgens comprimeert een ingebouwd computerprogramma alle enen en nullen tot een wat handzamer formaat (door bij voorbeeld een regel waar niets op staat een korte code te geven in plaats van 1600 nullen) en tot slot maakt een ingebouwd modem van de enen en nullen een ratelend en fluitend inferno, want het telefoonnet is voorlopig alleen maar voor het oversturen van geluid geschikt. Pas als het digitale telefoonnet gemeengoed is (PTTTelecom gaat op 1 december zijn digitale ISDN-net in de grote steden aanbieden) is dat fluiten niet meer nodig en kan een nieuwe generatie faxen (de "G4') aan de slag. Haarscherp en snel faxen komt dan binnen bereik.

Bij de ontvanger gebeurt het tegenovergestelde. De fluittonen worden tot enen en nullen gedecodeerd, het bestand wordt gede-comprimeerd en een rij kleine verwarmingselementjes maken zwarte stipjes op warmtegevoelig papier waar de CCD aan de overkant zwarte stipjes meende te ontwaren.

De fax werd een succes omdat hij zo gemakkelijk is. Wie met een telefoon en een fotokopieerapparaat kan omgaan, kan faxen. Faxen verschijnen overal en gaan steeds meer taken van de post en de koeriersdiensten overnemen. Die ontwikkeling loopt op een merkwaardige wijze uit de pas met een andere: de opmars van de personal computer.

Grafieken, brieven en andere documenten die moeten worden gefaxt worden meestal met behulp van de computer aangemaakt. De kantoorwerker maakt er een print van en legt die op de fax. Vaak zou het de ontvanger wel goed uitkomen als hij de informatie ook in zijn computer kon krijgen. Overtikken of - als het om een afbeelding gaat - "inscannen' met een losse scanner (weer zo'n apparaatje dat met een lichtbundel en een CCD een vel aftast) is vaak het enige dat erop zit.

Andere manier

Nu is er ook wel een heel andere manier om teksten over een telefoonlijn te versturen. Die methode werkt met twee computers, een communicatieprogramma en met ASCII, een van de belangrijkste standaarden in de computerwereld. Het communicatieprogramma biedt de computerbits aan een modem aan dat er fluittoontjes van maakt. Intussen controleert het programma voortdurend of de informatie bij de tegenpartij goed aankomt. Zendende en ontvangende computer moeten daarom alletwee aanstaan, met hetzelfde communicatieprotocol werken en bovendien op dezelfde manier zijn ingesteld - vaak een hele klus.

ASCII(American Standard Code for Information Interchange) is een soort morse. Aan elke letter, cijfer en leesteken is een digitale code toegekend van zeven bits. Zo is de a 1100001, de b 1100010 en de spatie 1000000. De computer aan de andere kant kent ook ASCII en maakt van 1100001 weer een a, van 1100010 een b, enzovoorts.

Het verschil met de faxmethode is dat met deze computer naar computer methode veel minder informatie verstuurd hoeft te worden (ongeveer tien keer zo weinig). De fax moet de a puntje voor puntje uittekenen, terwijl ASCII-kenners aan een paar bits genoeg hebben. Een ander verschil is dat de in ASCII overgeseinde tekst meteen door een tekstverwerker begrepen wordt, de ontvanger kan er meteen mee aan de slag. Hij kan de tekst wijzigen of inkorten zoals hij wil. Dat zijn allemaal voordelen, maar nadelen zijn er natuurlijk ook: beide partijen moeten een computer hebben, de computers moeten allebei aanstaan en ze moeten het eens zijn over de methode waarmee wordt overgeseind.

Een alternatief is verzending naar een elektronische postbus, zoals Memocom van de PTT. Het communicatieprogramma hoeft dan maar een keer ingesteld te worden, maar de ontvanger moet regelmatig in zijn postbus kijken of er al wat voor hem is aangekomen.

Geen wonder dus dat de fax voor het versturen van informatie zo is opgekomen: hij hoeft niet te worden aangezet, en hij geeft een kopie van het origineel, compleet met tekeningetjes, kanttekeningen en koffievlekken. Die ontwikkeling heeft de Japanners, die de fax klein en betaalbaar hebben gemaakt, nogal verrast. Ze meenden aanvankelijk dat de fax alleen voor hen een oplossing was: voor hun karakters was er immers geen ASCII - dus facsimile de enige oplossing. In het westen, zo dachten ze, zou men natuurlijk de voorkeur geven aan de veel efficiëntere computer-naar-computer communicatie. Dat viel tegen en de fax werd een van de pijlers van de Japanse export.

Gescheiden werelden

Ondanks hun onderlinge afhankelijkheid zijn fax en computer dus nog steeds aparte werelden met ieder hun sterke en zwakke kanten. Dat zal niet zo lang meer duren want de informatie-industrie is druk doende verschillende bruggen te slaan.

De eerste brug is er al enige tijd: de faxkaart. Dat is een printplaat die in het inwendige van de computer gestoken wordt. In samenwerking met een stukje software vertaalt hij de bestanden die in een tekstverwerker, reken- of grafisch programma zijn aangemaakt in faxsignalen. Het is een vorm van hoofdrekenen waarmee een computer niet de minste moeite heeft. Stuk voor stuk leest hij (bij tekst) de ASCII-codes van de letters en leestekens, maakt daar in zijn geheugen een regel van en zet die om in een patroon van stipjes die allemaal weer een digitale code krijgen. Als het hele bestand zo is afgewerkt - het is inmiddels 10 tot 12 keer zo groot geworden als het originele ASCII-bestand - maakt de faxaart van al die image-bits in zijn modem-gedeelte weer fluittoontjes. Elke andere fax in het net kan het opgestuurde bestand nu afdrukken.

Tekst die niet door een fax maar door een faxkaart is opgestuurd is meestal te herkennen aan de scherpe en duidelijke letters. De tekst hoefde immers niet eerst afgedrukt en gescand te worden en alle fouten die daarbij ontstaan zijn op deze wijze vermeden.

Faxkaarten komen meestal met een hele voorraad aan snufjes. Om te beginnen kan er tijdens het faxen gewoon doorgecomputerd worden; de faxkaart werkt "in de achtergrond'. Hij kan een bestand meteen wegsturen, maar hij kan ook wachten tot het verzendtijdstip is aangebroken dat zijn baas erbij heeft gezet. De faxkaart kan ook een hele verzendlijst afwerken. Zo wordt een vorm van reclame mogelijk waar de PR-wereld maar moeilijk weerstand aan kan bieden - direct mail waarbij de ontvanger het papier betaalt.

Behalve tekst kan een faxkaart ook afbeeldingen versturen. Ze moeten dan wel volgens een bepaalde standaard zijn opgeborgen. In de praktijk is het handig voor een logo of een eigen briefhoofd.

Faxen ontvangen kan een faxkaart ook, maar de computer moet daarvoor wel aanstaan. De ontvangen boodschap kan worden afgedrukt, op het scherm worden getoond of als een bestand worden opgeslagen dat later nog eens wordt bekeken. Het gaat dan nog steeds om grafische informatie; voor de computer zijn het allemaal plaatjes - die dus niet door een tekstverwerker kunnen worden behandeld - en ook de printer denkt er zo over. Een ontvangen tekst wordt puntje voor puntje op het papier geprint; voor de printer had het net zo goed een detail van een tafelblad kunnen zijn. Toch is ook hier een oplossing mogelijk. Er zijn "OCR'-programma's (van Optical Character Recognition) die letters kunnen lezen - ook zonder dat ze eerst zijn afgedrukt. Zodra ze een vorm ontwaren die op een a lijkt geven ze de bijbehorende ASCII-waarde. Vaak moeten die programma's flink geholpen worden, maar als ze een bepaald lettertype onder de knie hebben gaat het redelijk vlot. Zo kan er dus met de faxmethode een tekst worden overgeseind, maar erg efficiënt is het niet. Daar komt bij dat een faxkaart niet goedkoop is. De prijzen variëren van 1500 tot 3500 gulden - net zo duur als een compleet faxapparaat. Een voordeel is wel dat de afdrukken op gewoon papier kunnen worden gemaakt. De letters op het thermische papier van een gewone fax hebben de neiging na verloop van tijd geheel te vervagen. Er zijn faxapparaten die op gewoon papier afdrukken, maar die zijn een stuk duurder.

Wie wel eens een faxje wil versturen kan ook een andere weg volgen: abonné worden van Memocom of een soortgelijke elektronische postdienst. Dergelijke diensten hebben meestal een faxoptie. De computeraar stuurt zijn bestand met zijn modem naar de faxdienst - bestaande uit een of meer computers met faxkaart - en die faxt het bericht naar het opgegeven nummer. Ontvangen van faxen is op deze manier niet mogelijk.

Interessanter dan een faxkaart is een nieuwere optie: het faxmodem. Principieel is er geen verschil met een faxkaart, alleen het primaire doel is anders. Een faxmodem is in de eerste plaats een modem voor gewoon computerverkeer, maar als extra heeft hij faxsnelheden aan boord. Faxfluittonen staan door een bijzonder modulatiesysteem een transmissiesnelheid van 9600 bits per seconde toe, het gewone modemverkeer werkt meestal met 1200 of 2400 bits per seconde. Het faxmodem kan de faxkaart verdringen, want veel mensen kopen toch een modem. Zodra die faxsnelheden een betaalbaar extra worden zullen de faxmodems goed verkopen. De computeraar kan dan naar keuze een bestand in ASCIIof als fax versturen. Om het nog ingewikkelder te maken: er zijn faxkaarten die ook als gewoon modem zijn te gebruiken.

Integratie

De integratie van fax en computer kan ook in het groot aangepakt worden. In veel bedrijven rukken de faxen zo snel op dat het zicht op de verstuurde orderbevestigingen, bestellingen en offertes verdwijnt. Zijn de computers net met veel moeite in een netwerk aan elkaar gekoppeld, gaan die eigenwijze faxen voor zichzelf beginnen, moppert de informatiemanager. Aan deze nachtmerrie kan een faxafhandelingsysteem een einde maken. Dat is eigenlijk niet meer dan een flinke computer die in het netwerk is opgenomen. De gebruikers in het netwerk sturen hun boodschappen naar deze faxcomputer en die verfaxt alles keurig naar de opgegeven bestemmingen. Daarbij - en daar ging het natuurlijk om - wordt van elke verstuurde fax op een flinke harde schijf ook even een kopie voor het archief gemaakt. Ook binnenkomende faxen gaan via het centrale systeem. Een faxoperator kan op het scherm alle faxen even bekijken, de junk mail weggooien en de rest archiveren en naar de geadresseerde gebruikers leiden. In een netwerk zou dat laatste deel gemakkelijk geautomatiseerd kunnen worden: de afzenders moeten hun faxboodschappen dan beginnen met een soort toestelnummer en de faxen komen dan op het juiste computerscherm te staan. Technisch geeft dat geen problemen, in de fax-standaarden die door de CCITT (Comité Consultative Internationale Telegraphique et Telephonique) zijn opgesteld is ruimte voor zo'n nummer opengelaten. Maar de fabrikanten van faxapparaten voelen er weinig voor die mogelijkheid ook aan te bieden. Als de integratie van fax en computer moet leiden tot het verdwijnen van de fax werken ze daar liever niet aan mee.

Tekening:

In een modem worden binaire enen en nullen herleid tot pieptonen. Als er amplitudemodulatie wordt toegepast (boven) wordt op een vaste draaggolf een pieptoon "geplant'. Een 1 wordt dan als een pieptoon gerepresenteerd, een 0 door de afwezigheid van die pieptoon. Door de niet altijd constante kwaliteit van telefoonlijnen is frequentiemodulatie (onder) gebruikelijker. In die techniek wordt de frequentie van de draaggolf voortdurend veranderd. Een hoge toon is dan een 1, een lage een 0.