Bonden willen soepele houding jegens Taiwan

ROTTERDAM, 24 OKT. De industriebonden van FNV en CNV bepleiten een soepeler opstelling van de overheid tegenover Taiwan. Als dat land onderzeeboten of technologie daarvoor wil bestellen, zou daarvoor vergunning moeten worden verleend.

De bonden reageren daarmee op eerdere berichten dat Taiwan van plan is in Nederland opdrachten te plaatsen voor zes onderzeeboten. Een Taiwanese delegatie bezocht kort geleden de Nederlandse werf RDM, die op dit moment onderzeeërs bouwt voor de Nederlandse marine. Een onderzeeër kost, afhankelijk van de uitrusting, 200 miljoen tot een miljard gulden.

De Industriebond FNV was eerder tegenstander van levering van militair materieel aan Taiwan. Nadat de werf Wilton-Fijenoord in Schiedam begin jaren tachtig nog twee onderzeeboten voor Taiwan bouwde, besloot de regering onder zware druk van de Volksrepubliek China voor verdere leveringen geen vergunning meer te verstrekken.

FNV en CNV wijzen nu op de verbeterde relatie tussen China en Taiwan en op Frankrijk dat onlangs wel besloot tot de levering van fregatten aan Taiwan. “Nederland hoeft zich niet meer roomser dan de paus op te stellen”, meent CNV-bestuurder P. Fortuyn.

Volgens de bonden zou een grote militaire opdracht aan de RDM bijdragen aan een soepeler overgang naar civiele produktie (zogeheten conversie), en kan zo'n order tot nieuwe civiele opdrachten voor de RDM leiden. De conversie mag echter niet worden vertraagd, vinden ze. “De markt voor militair materieel krimpt nu eenmaal in.”

De Tweede Kamer bespreekt binnenkort de Defensienota, waarbij ook de positie van de noodlijdende Nederlandse defensieindustrie aan de orde komt. Binnen Kamer lijkt zich een meerderheid af te tekenen voor aanpassing van het terughoudende beleid tegenover Taiwan.