Acties dreigen in zorgsector na mislukken van overleg

DEN HAAG, 24 OKT. In de gezondheidszorg en het welzijnswerk staat een periode van arbeidsonrust te wachten. Dit lieten de bonden gisteren weten na een mislukt gesprek met de ministers De Vries (sociale zaken) en d'Ancona (WVC) over de verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de ziekenhuizen, bejaardenoorden, verpleegtehuizen, en welzijnsinstellingen.

Het kabinet gaf werkgevers en bonden in de gepremieerde en gesubsidieerde zorgsector te verstaan dat een loonsverhoging van meer dan 3 procent onaanvaarbaar is.

Eind dit jaar moet minister De Vries in het kader van de wet die de CAO's in de zorgsector regelt een besluit nemen over de loonruimte voor 1992.

Wegens de zorgelijke toestand van de staatskas kan het kabinet volgens De Vries niet tegemoet komen aan de eerdere toezegging om de zorgsector gelijk te laten oplopen met het bedrijfsleven.

De verhoging van 3 procent zou bovendien pas haalbaar zijn op voorwaarde dat het pensioenfonds PGGM de premie met 4 procent zou verlagen.

Het PGGM-bestuur heeft dit echter geweigerd, waardoor 2,5 procent loonruimte is "verdwenen'. De verwachte loonsverhoging in de marktsector ligt rond de 3,75 procent.

Volgens de bonden “schoffeert het kabinet het ingezette beleid om het imago van de zorgsectoer op te krikken”.

Bestuurder J. Bensch van de AbvaKabo zei na het gesprek met de ministers het “betreurenswaardig” te vinden, maar kondigde aan “de macht van het getal opnieuw te laten spreken om te zorgen dat onze leden krijgen waar ze recht op hebben.” In de zorgsector werken een half miljoen mensen.

Ook de werkgevers die bij het gesprek met de ministers waren reageerden uiterst ontevreden. Zo zei een woordvoerder van de werkgevers in de extramurale gezondheidszorg FWW te overwegen de bonden niet eens uit te nodigen voor onderhandelingen, “want er valt toch niets te onderhandelen”.

De kwaliteit van de zorg zal door de opstelling van het kabinet worden aangetast, zo waarschuwde de woordvoerder van de werkgevers.