Recent RIVM-rapport centraal in milieudebat

DEN HAAG, 23 OKT. Hoewel het debat over de milieubegroting dat gistermiddag in de Tweede Kamer is begonnen en morgen wordt voortgezet, vooral over de portemonee lijkt te gaan, zijn er eigenlijk andere kwesties in het geding. De vuile lucht, de smerige bodems en het vieze water met name en of het kabinet en in het bijzonder minister Alders van milieubeheer daar genoeg aan doen.

In het debat speelt de recente rapportage van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) een centrale rol. Het RIVM heeft aangegeven dat verdergaande maatregelen nodig zijn, wil het kabinet op lange termijn aan zijn eigen doelstellingen voor een schoner milieu voldoen.

Alders kan in elk geval op steun van een ruime meerderheid in de Tweede Kamer rekenen, vooral van de coalitiepartners PvdA en CDA. Van der Vaart (PvdA) citeerde uit de RIVM-rapportage dat de doelstellingen voor 1994 over het algemeen worden gehaald en dat “dit kabinet, met deze milieuminister, aan het einde van de regeerperiode dus ongeveer uitkomt waar we op dat moment ook wilden zijn”. Dat er voor de periode daarna een somber beeld is geschetst door het RIVM is volgens de PvdA meer als een uitdaging dan als een ontmoediging te beschouwen.

De milieubegroting staat in het teken van de uitvoering van het Nationaal Milieubeleidsplan dat het vorige kabinet in 1989 presenteerde (om er vervolgens over te struikelen) en dat door het zittende kabinet van een uitbreiding (NMP+) werd voorzien. De nu zo omstreden milieuheffingen zijn een uitvloeisel van die meerjarenplannen. Volgens het CDA verdient minister Alders “een voldoende”, zoals Kamerlid Lansink zei, “ook al denkt de buitenwereld daar anders over”. Zelf ventileerde hij ook op een aantal punten kritiek, zoals de financiering en het gebrek aan eenvoudige wetgeving. Een “fundamentele koerswijziging” in het milieubeleid, die ook volgens Lansink nodig is “is geen eenvoudige zaak”. Hij stelde vast dat FNV en CNV “de moedige uitspraken uit 1989 niet waarmaken”. Lansink doelde op de stelling dat een schoner milieu belangrijker is dan het behoud van koopkracht.

Dat een schoon milieu een andere samenleving vergt is voor Groen Links, D66 en ook de drie kleine christelijke partijen (SGP, GPV en RPF) geen vraag meer, maar een gegeven. Tommel (D66) bestreed het uitgangspunt dat economische groei noodzakelijk is om de vervuiling te bestrijden; zij is er daarentegen juist de oorzaak ervan. “Minder ver en vaak op vakantie, minder autorijden en minder vlees eten”, zo schetste de D66'er het perspectief. Tommel zette de aanval in op de VVD die op milieu wil bezuinigen en via BTW-verlaging de consumptie wil vergroten. “De VVD maakt zich hiermee volslagen belachelijk.”

De VVD reageerde daar niet op, maar het Kamerlid Te Veldhuis had al duidelijk gemaakt dat het volgens zijn partij met het milieu minder slecht gaat dan lijkt. “Het gaat al stukken beter dan tien jaar geleden (...) Het wordt tijd voor een andere beeldvorming.” Hij laakte de milieuheffingen die bijna 600 miljoen extra moeten opbrengen en de neiging tot "centralisme' bij het milieubeleid.