Postende Arnhemmers weren prostituées uit tippelzone

ARNHEM, 23 OKT. Ze staan er met zijn veertigen, terwijl er volgens het rooster toch maar twintig aanwezig hoeven te zijn die avond. Gehuld in ski-jacks, dikke leren jassen en moonboots, en de winter moet nog komen. Ze lachen om de winter, waarin iedere avond van negen tot twee gepost moet worden: “Het aggregaat is aangekocht en over een paar weken staat hier een warmtekanon”. Maar na deze winter komt er nóg een: het is nog lang geen januari 1993. Misschien zijn ze toch wat optimistisch, nu er pas drie weken opzitten.

De omwonenden van de Prinsenhof, sinds 1 oktober tussen 9 uur 's avonds en 2 uur 's nachts Arnhems tippelzone, wuiven dergelijke tegenwerpingen goedgehumeurd weg: zo lang de tippelzone er is, zorgen zij dat er niet getippeld wordt. Door middel van "passieve actie'. Ze zien helemaal niet op tegen de koude nachten die ongetwijfeld komen zullen: per week heeft iedere omwonende één keer dienst en dat moet toch te doen zijn. Het is zelfs zo gezellig rond de caravan met koffie en speculaas dat tot nu toe iedere avond meer dan het dubbele aantal "posters' aanwezig was. Vorige week was de tippelzone gesloten, wegens de kermis op de nabijgelegen markt. Daar moet geen enkele prostituée van wakker hebben gelegen: nog niet een heeft zich laten zien op het nieuwe werkterrein. Uitgezonderd dan dat meisje uit Nijmegen, dat in de eerste week kwam aanrijden met haar pooier, even rondkeek en toen zei: “Moet ik hier in dit felle licht mijn werk doen en dan ook nog met zoveel toeschouwers?”

Aspirant klanten werden tot nu toe ook nog niet gesignaleerd door de postende bewoners. Niet dat hen de toegang zou worden ontzegd hoor, maar wie gaat hier nu rondrijden, onder al die lampen, zegt P. van Leeuwen, die zich de leider van de actievoerders noemt. Het terrein baadt in een zee van licht: om de twintig meter staat een lantaarnpaal en in het aanpalende Paleis van Justitie brandt sinds 1 oktober aan de zijde van de Prinsenhof in elke kamer een lamp, precies boven de "afwerkplaats'. De kamers in het provinciehuis aan de andere kant zijn onverlicht, maar bij het belastingkantoor, dat de tippelzone aan de oostzijde begrenst, is een extra lantaarn geplaatst.

De Prinsenhof is een klein straatje tussen kantoorgebouwen. De dichtstbijzijnde woningen staan aan de Markt, op een honderd meter afstand. De gemeente wees dit jaar, ondanks fel protest van de buurtbewoners, de Prinsenhof aan als tijdelijke zone voor straatprostitutie. In 1993 wordt de zone verlegd naar een nog aan te leggen weg achter het toekomstige stadskantoor, iets verder verwijderd van het centrum. Maar een tippelzone hoort buiten de bebouwde kom, stelt buurtbewoner W. Papendorp. Hij betrekt binnenkort een "peperduur' appartement aan de Rijnkade, ten zuiden van de Prinsenhof. “De gemeente noemde dit gebied in haar brochure de speerpunt voor ontwikkeling van de binnenstad. Het ligt tussen het city-centrum en de Rijnkade. De diverse culturele voorzieningen die zich op loopafstand van mijn nieuwe woning bevinden moeten we zien te bereiken via een tippelzone.”

“Kijk, daar heb je de dokter. Die verveelt zich zeker”, zegt Van Leeuwen, wijzend op een man die met een paar actievoerders staat te praten. De arts bezet de medische post in De Cirkel, de mobiele huiskamer die elke avond door gemeentewerkers met een tractor wordt voorgereden. Zij plaatsen dan ook vijf schotten op de "afwerkplaats', de parkeerplaats achter het Paleis van Justitie. Nadat op een nacht de startmotor uit de tractor verdween, blijft deze tussen negen en twee niet meer staan.

In De Cirkel zitten behalve de arts ook twee hulpverleensters. De tippelaarsters kunnen hier terecht voor een praatje, voor een douche, het toilet en om hun spuiten om te ruilen. “Dat wekt eveneens onze woede op”, verklaart Van Leeuwen, “die faciliteit kost 150.000 per jaar. Krijgt de gemeente van WVC. En dat voor een handjevol heroïneverslaafden.”

De Arnhemse politie kan desgevraagd geen precies aantal noemen. Naar schatting telt Arnhem ongeveer vijftig straatprostituées. In de eerste helft van dit jaar zijn er tien aangehouden aan de rand van het Spijkerkwartier, waar 200 raamprostituées werken. “Als je bij jezelf de stoep schoonmaakt, moet je de rotzooi niet op die van je buurman gooien”, zo verwoordt Van Leeuwen zijn verontwaardiging. “Want het blijft natuurlijk niet bij tippelen en wippen. Er komt ook verkeersoverlast. En het gaat om verslaafde meisjes: die trekken drugshandelaars aan. Dan is het probleem van Klarendal en het Spijkerkwartier mooi verlegd naar onze buurt.”

Nog een reden waarom het aanwijzen van de tippelzone op deze plaats Van Leeuwens woede opwekt is het feit dat zich juist rond deze Prinsenhof in de Tweede Wereldoorlog de Slag om Arnhem heeft afgespeeld. “Waar nu de huiskamer staat heb ik indertijd Engelse jongens begraven. En de pilaar van het Airborne monument heeft op de afwerkplaats gestaan.”

Vanavond staan er geen schotten onder de lantaarns van de afwerkplaats. De gootjes waarin ze geplaatst hadden moeten worden, bleken volgegoten met zand. Niemand van de aanwezigen weet wie de schuldige is. “Puur vandalisme”, noemt wethouder J. van Doorne (welzijn en volksgezondheid) het voorval. Zij zegt nooit de illusie te hebben gehad dat het project meteen optimaal zou functioneren. “Het is een kwestie van tijd. Dit is de enige plek in de stad waar straatprostituées hulpverlening wordt geboden. Op den duur zullen ze daar op afkomen. De tippelzone is in feite maar bijzaak: ons voornaamste doel is het bieden van hulp. Het geld van WVC krijgen wij dan ook in het kader van de aids-bestrijding.” Met de Rijksgebouwendienst gaat zij binnenkort praten over de verlichting van het Paleis van Justitie bij nacht. Ze zegt dit geen manier te vinden om met democratische besluitvorming om te gaan. De gemeente is al aan de onveilige gevoelens van het personeel van provinciehuis en belastingkantoor tegemoetgekomen door traliehekken te plaatsen voor inritten. De Groep Bijzondere Opdrachten van de gemeentepolitie patrouilleert er elke nacht. Toch hebben de belastingambtenaren zelf nog een noodmaatregel getroffen: zij beginnen 's ochtends een half uur eerder met hun werk om 's middags eerder klaar te zijn. Dan kunnen de schoonmakers hun werk voor negenen gereed hebben: vóór tippeltijd.