Piet Paaltjens in het Azteeks vertaald

Rudolf van Zantwijk: "Tenentlazohtlaliztli ofwel Tevergeefse liefde.' Te koop bij Burgersdijk & Niermans, Nieuwsteeg 1, Leiden 071 - 121067 ƒ 20,00.

Sinds afgelopen zondag heeft Piet Paaltjens er anderhalf miljoen potentiële lezers bij. Ongeveer anderhalf miljoen lezers, want het is niet precies bekend hoeveel mensen tegenwoordig nog het Azteeks beheersen. In Nicaragua is deze oude Indianentaal al bijna uitgestorven en ook Honduras telt steeds minder sprekers van het Azteeks, maar in Mexico en El Salvador leven gelukkig nog Indianen die zich bijna uitsluitend uitdrukken in het Nahuatlahtolli, ofwel de Welluidende of Wettige taal, zoals de officiële benaming van het Azteeks luidt. Eigenlijk kan de Leidse dichter slechts met zekerheid rekenen op twee nieuwe lezers: de Mexicaanse ambassadeur bij de Unesco in Parijs en een van de afgevaardigden van de Raad van de Nahua-dorpen van de Boven-Balsas in Mexico.

De ambassadeur is een vriend van Rudolf van Zantwijk, hoogleraar in de Indiaanse culturen aan de Rijksuniversiteit Utrecht en vertaler van de Immortelle XLIX van Piet Paaltjens, waarvan de tekst zoals bekend luidt: “Wel menigmaal zei de melkboer- Des morgens tot haar meid:- "De stoep is weer nat.' Och, hij wist niet- Dat er 's nachts op die stoep was geschreid.--Nu, dat hij en de meid het niet wisten,- Dat was minder; - maar dat zij- Er hoegenaamd niets van vermoedde,-Dat was wel hard voor mij.”

De afgevaardigde van de Nahua-dorpen stuurde Van Zantwijk onlangs een brief waarin hij vroeg om steun tegen een plan van de Mexicaanse overheid om op het grondgebied van de Cohuixca's een groot stuwmeer aan te leggen. Van Zantwijk verbleef aan het eind van de jaren vijftig voor antropologisch veldwerk bij deze Indianen en had sindsdien niets meer van hen gehoord. Bij zijn antwoord sloot hij zijn recenste publikatie bij, getiteld: Tenentlazohtlaliztli ofwel Tevergeefse liefde. Azteekse vertaling van Immortelle XLIX, het beroemde gedicht van Piet Paaltjens... Prachtig uitgegeven in klein formaat door het Leidse eenmansbedrijfje De Ammoniet, elf pagina's dun, gedrukt in een oplage van 750 exemplaren, uitgevoerd in Azteeks rood (cochenille) en groen (quetzal) en voorzien van een siermotief dat is ontleend aan de Tira de a Peregrinación, een codex uit het begin van de 16de eeuw.

Wat de Indianen van de bedreigde Nahua-dorpen precies met dit boekje aanmoeten is niet duidelijk - de Nederlandstalige inleiding door Van Zantwijk en de "uitleiding' over leven en werk van de ongelukkige dichter door lexicograaf Hans Heestermans zullen hun in ieder geval ontgaan - maar liefhebbers van Piet Paaltjens waren zondag massaal naar het Leidse veilinghuis Burgersdijk & Niermans gekomen om de presentatie bij te wonen.

In bibliofiel opzicht was het dan ook een gebeurtenis. In juni dit jaar verscheen bij de Bucheliuspers in Utrecht De Polyglotte Melkboer, een bundel waarin op initiatief van uitgever Arjaan van Nimwegen 85 vertalingen, bewerkingen en omzettingen van de Immortelle XLIX zijn opgenomen, vervaardigd door een groot aantal zogeheten drukkers in de marge. Van Zantwijk tekende voor de Azteekse vertaling, maar omdat slechts dertig exemplaren van deze bundel op de markt werden gebracht, visten de liefhebbers van het Azteeks meteen achter het net.

Die liefhebbers zijn er in groteren getale dan menigeen zou denken. De Rijksuniversiteit Utrecht telt jaarlijks slechts tien studenten Duits, maar gemiddeld melden zich ieder jaar tussen de vijftien en twintig studenten om bij Van Zantwijk, Nederlands enige autoriteit op dit gebied, het bijvak Azteeks te leren.

Bij wijze van test liet Van Zantwijk zijn studenten bepalen of hij bij de vertaling van het woord "dienstmaagd' nu de directe uitbeelding van het begrip had gebruikt of de fonetische weergave - de twee mogelijkheden die het Azteekse beeldschrift biedt. Nadat de studenten een tijdlang hadden getuurd naar het teken - twee potten of kruiken en een menselijk onderlijf - koos tot verbijstering van de Utrechtse hoogleraar meer dan de helft voor de verkeerde oplossing. “Het gaat hier om een strikt fonetische weergave en zeker niet om een weergave van de twee voornaamste functies die een dienstmeisje in de beeldvorming van verscheidene landgenoten blijkbaar heeft. De klassieke vermaning Honi soit qui mal y pense lijkt me wel op zijn plaats”, schrijft Van Zantwijk in zijn inleiding.

Overigens gaat de Utrechtse hoogleraar er van uit dat het gedicht van Paaltjens goed bij de Azteekse cultuur aansluit. “Bekend is dat Weltschmerz”, zo schrijft hij, “ook de Azteken niet vreemd was en Piet Paaltjens zou in hun midden geen slecht figuur hebben geslagen.”

Het klonk in ieder geval heel droevig. Toen Van Zantwijk de eerste regels voordroeg van A'Miccayqtl Ompoalli huan chunahui was het zo stil, dat men op de stoep iemand zachtjes kon horen schreien.

    • Ewoud Sanders