Loevendie's Bons: opwindend en koel

Concert door Nieuw Ensemble o.l.v. David Porcelijn met John Snijders (piano), Wolter Wiesbos (trombone), Ab Baars (saxofoon) en Jacques Palinckx (gitaar). Werken van Donatoni, Loevendie, Francesconi en Laman. Gehoord: 22-10 Paradiso, Amsterdam. Herhalingen: 24-10 Oosterpoort Groningen en 17-11 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

De Poolse avantgardist Boguslaw Schäffer houdt van omkeringen. Zo schreef hij een jazzcompositie, waarin het aspect swing tot op het kleinste detail was uitgecomponeerd. Brake van Guus Janssen maakt ook de indruk van een improvisatie, maar ligt geheel vast. Zover gingen de componisten dinsdagavond in Paradiso niet, maar het was wel opvallend hoeveel meer er op papier stond, dan bij soortgelijke experimenten die zeer en vogue waren in de jaren zestig.

Overigens was het de vraag of Franco Donatoni in zijn Refrain I (1986) en het perfect erop aansluitende Refrain II (1991) thuishoren op een concert onder de noemer "de jazz link', zij passen even goed bij thema's als "Strawinsky' of "de Barok'. Het nieuwe Refrein II boeit vooral in zijn omraming: een overrompelend onstuimig begin en een puntig pianissimo als verrassend verfijnde finale.

Theo Loevendie ging het verst in het delegeren van vrije impulsen. In het muzikanteske Bons voor een of twee improvisatoren en elf instrumenten (1991) is het materiaal voor het ensemble uitgeschreven, al kan men wel iets weglaten en heeft de dirigent de vrijheid de dynamiek enigszins te regelen en fermates uit te werken. Sinds 1979 hanteert Loevendie een curve-techniek, waarbij alle melodieën worden afgeleid van een klein aantal, in dit geval drie, melische basispatronen, waarvan de intervallen kunnen uitdijen dan wel inkrimpen zonder dat de curve er wezenlijk door verandert - een belangrijk houvast voor de solisten.

Ik vond het verrassend hoe verschillend de uitwerkingen kunnen zijn, het concert bood namelijk twee visies: voor de pauze die van trombonist Wiesbos en erna van het duo Ab Baars (saxofoon)-Jacques Palinckx (gitaar). De eerste keer klonk Bons opwindend emotioneel, heel direct en lijfelijk, de tweede keer echter koel-intellectueel en meer helder-abstract, maar met een tegenaccent van de weer meer direct betrokken gitarist.

Iets van een vergelijkbare tweeëenheid bespeurde ik ook in een nieuwe compositie van Wim Laman: Django uit 1991 voor blaaskwintet, slagwerk, harp, twee gitaren, piano en strijkkwintet. Een eerbetoon aan de legendarische gitarist Django Reinhardt (1910-1953), die op originele wijze invloeden uit de vroege Amerikaanse jazz en de Europese zigeunermuziek tot een eenheid smeedde. Volgens Thomas Mann in zijn roman Doktor Faustus draagt iedere componist een canon van het verbodene bij zich, het zelfverbodene. In het geval van Laman lijkt mij dit een taboe op het oppervlakkig muzikanteske. Want ogenblikkelijk verschijnen gifgroene violen en donkerbuin slagwerk. Laman is en blijft expressionist. Van dit spanningsveld heb ik zeer genoten en gelukkig de musici niet minder.

    • Ernst Vermeulen