"Het is dat Feyenoord-hartje dat klopt'; "Mensen die een beetje hoge strot hebben zijn niet voor Feyenoord'

SION, 23 OKT. Feyenoord heeft de twee dagen voor de Europa-Cupwedstrijd van vanavond tegen FC Sion in Bains de Saillon doorgebracht, een bekend kuuroord op 465 meter hoogte. Fred Blankemeijer, de 65-jarige interim-manager, ziet daar Zwitserse en Duitse generatiegenoten vrolijk in een heilbad van een graad of 35 spartelen. “Heel gezellig”, oordeelt de bestuurder vanaf de kant. “Later op de dag leggen ze misschien met z'n allen ook nog een kaartje. Maar mijn genre is het niet. Laat mij me nog maar een tijdje lekker druk maken om het voetballen.”

Veteraan Blankemeijer heeft alle stormen overleefd bij Feyenoord en het is af en toe toch flink tekeer gegaan in en rondom de Kuip. Hij is al 53 jaar verbonden aan de club "op Zuid'. Blankemeijer - vroeger 2.00 meter lang, tegenwoordig twee centimeter korter - haalde als stopperspil de A-ploeg, maar speelde voornamelijk in het tweede elftal. “Ik was een redelijk speler, maar had last van mijn longen, werd heel snel moe.” Vanaf 1956 zat hij in allerlei commissies bij Feyenoord en kwam uiteindelijk in het hoofdbestuur terecht. Daar werd hij een paar keer op een zijspoor gezet, zoals drieënhalf jaar geleden. Blankemeijer moest toen plaatsmaken als secretaris. “Ze zeiden dat alles moest worden vernieuwd. Dus moest ik ook weg. Dat deed pijn, natuurlijk. Maar”, voegt hij er aan toe, “bij een club als Feyenoord kom je nooit helemaal weg.”

Dus bleef Blankemeijer actief als manusje van alles op kantoor, zoals hij zelf zegt, . Nu is hij weer opgeklommen tot interim-manager, als tijdelijk opvolger van de afgelopen seizoen tussentijds vertrokken algemeen directeur Martin Snoeck. “Het is dat hartje dat klopt, hè. Het Feyenoord-hart”, weet hij. “Ik zou dit voor geen andere club in de wereld doen.”

Blankemeijer heeft geen moeite om de hoogte- en dieptepunten te kiezen die hij in al die jaren bij Feyenoord heeft meegemaakt. Hij noemt dan uiteraard het winnen van de Europa Cup in 1970, 21 jaar geleden alweer. De minder prettige ervaringen liggen in een recenter verleden. Het aanstellen van “die man van de NOS”, Van der Reijden, als een soort crisismanager in de Kuip, twee jaar geleden, was volgens Blankemeijer een absoluut dieptepunt. “Mensen die niets van voetbal afwisten gingen toen de dienst uitmaken bij Feyenoord. Dat was heel triest. Ik heb er pijn van in mijn buik gehad. Nachten lag ik er wakker van.”

“De bomen groeiden toen tot aan de hemel”, vervolgt Blankemeijer. “Handenvol geld werd er uitgegeven. Je zag het aankomen dat het mis zou gaan.” Over zijn voorganger Snoeck (“Hij werd ook meegesleurd”) spreekt hij geen kwaad. Met Ger Lagendijk, de overheersende directeur sportief, ligt dat anders. “Met Lagendijk kon het gewoon niet goed gaan. Hij is nooit voor Feyenoord geweest. Hij heeft ooit bij ons gespeeld, maar kwam te kort. Zoiets komt hard aan voor iemand die denkt dat hij goed is. Zo'n figuur keert meestal niet meer terug. Lagendijk dus wel. En dat bleek een slechte zaak voor Feyenoord.”

De sfeer op kantoor in die tijd was verziekt, aldus Blankemeijer. Lagendijk en hij negeerden elkaar volledig. Toch heeft Blankemeijer geen moment overwogen om op te stappen. Hij wilde vat blijven houden op Feyenoord. “Een kleine club mensen”, vertelt hij, “is elkaar blijven steunen. We wisten gewoon dat er een andere tijd zou komen.”

Die lijkt inmiddels te zijn aangebroken. Feyenoord zit in de lift en staat zelfs bovenaan in de eredivisie. Bovendien is er goede hoop dat de club zich vanavond en over veertien dagen ten koste van FC Sion uit Zwitserland voor de kwartfinale van het Europa-Cuptoernooi plaatst. Blankemeijer glundert bij die gedachte, maar hij is door schade en schande wijs geworden en dus heel voorzichtig. Dat heeft ook met de slechte financiële situatie van Feyenoord te maken. Een schuld van zo'n vijftien miljoen gulden hangt als een moker boven de Kuip. Feyenoord beroept zich erop dat sponsor HCS contractueel de tekorten moet dekken. Vrijdag is de uitspraak in het kort geding dat de Rotterdamse voetbalclub tegen het bedrijf heeft aangespannen. Feyenoord wil op zoek naar een nieuwe shirtsponsor.

“We hebben geen geweldige ploeg”, oordeelt Blankemeijer zonder aarzelen. “Het is ook belachelijk om over de eerste of tweede plaats te praten. We willen derde worden. Dat is een reële wens. Dan speel je volgend seizoen weer in de Europa Cup. En daar moet je toch naartoe, net zoals vroeger elk jaar Europees voetbal spelen. Dat is een begin.” De supporters zien er in ieder geval weer brood in. Feyenoord wordt in de uitwedstrijden in Nederland door een groot legioen gesteund. Vanavond zullen er ook weer bijna 2000 fans in Sion zijn.

Feyenoord blijkt nog steeds supporters in het hele land te hebben. “Maar wel veel van de boerenkant, zo gezegd. Harde werkers”, weet Blankemeijer. “Het spreekt die mensen aan dat Feyenoord zich van een klein clubje met een armzalig veldje tot een topclub heeft opgewerkt. Mensen die een beetje hoge strot hebben zijn niet voor Feyenoord.”

Voor Blankemeijer is het duidelijk dat Wim Jansen, de technisch directeur en door de absentie van Hans Dorjee ook tijdelijk hoofdtrainer, een heel groot aandeel heeft in de opmars van Feyenoord. De interim-manager vergelijkt de 65-voudig international met een onderwijzer die door een aparte benadering meer uit zijn leerlingen dan een ander. Hij kent Jansen door en door. Als lid van de jeugdcommissie nam Blankemeijer hem 25 jaar geleden bij Feyenoord aan. Jansen was toen tien jaar en kwam dagelijks met twee trams van de andere kant van de stad om te trainen en te spelen naar Rotterdam-Zuid toe. Hij wordt door Blankemeijer voortdurend “die kleine” genoemd. “Wim is mijn beste maat. Hij is een beetje een kind van me.”

Zijn samenwerking met de technisch directeur verloopt uitstekend. Reden om de tijdelijk aangestelde Blankemeijer te vervangen lijkt er ook niet te zijn. “Er wordt niet serieus gezocht, nee”, weet hij zelf. Dat heeft ook weer te maken met de financiële situatie van de club.

Blankemeijer houdt van een harde lijn. Daarom zou hij het toejuichen als Wim van Hanegem, tegenwoordig trainer van een amateurclub uit Utrecht, in de technische staf van Feyenoord zou terugkeren. “Van Hanegem is ook een bijzonder figuur”, vindt de manager. “Hij is verschrikkelijk lastig. Niemand kent zijn slechte eigenschappen beter dan ik. Toch zeg ik: neem hem erbij.”

    • Hans Klippus