"Groei WAO niet door bedrijfsverenigingen'

DEN HAAG, 23 OKT. Niet de uitvoeringsinstanties maar de wetgever is verantwoordelijk voor de toename van het aantal arbeidsongeschikten. De voorwaarden voor toelating tot de WAO en AAW zijn in de wet te “elastisch geformuleerd”. Dit zei de voorzitter van de Federatie van Bedrijfsverenigingen, I. van Vliet vanochtend op de jaarvergadering van zijn organisatie in Utrecht.

Van Vliet stelde zich teweer tegen kritiek als zouden de bedrijfsverenigingen de grote schuldigen zijn voor het uit de hand lopen van WAO en AAW. De bedrijfsverenigingen, bestuurd door werkgevers en werknemers, zijn de uitvoerders van de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Onlangs diende PvdA-woordvoerder Buurmeijer een motie in waarin hij er bij staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) op aandrong een onafhankelijk toezichtsorgaan op de uitvoeringsorganisaties in te stellen. De motie werd gesteund door een meerderheid van de Tweede Kamer. Buurmeijer vindt dat de sociale partners beter op de vingers gegekeken moeten worden, omdat zij als uitvoerders van de sociale-zekerheidswetten verantwoordelijk zijn voor de grote aanwas van het aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

“Wij laten onze inzet niet frustreren door de grove vertekening van onze mogelijkheden om de volume-ontwikkeling te benvloeden”, aldus Van Vliet vanochtend. “We sluiten onze ogen niet voor gebreken in de hudige systematiek, maar leg onze kritiek niet meteen als onwil uit”. De verwijten aan het adres van de sociale partners zijn volgens Van Vliet onterecht: “De groei van het aantal arbeidsongeschikten bij de overheid geeft immers eenzelfde beeld te zien. En daar spelen sociale partners geen rol.”

De voorzitter van de centrale sociale Fondsen, W. van Voorden, zei op dezelfde jaarvergadering een “allesoverheersend negatief effect” te verwachten van de WAO- en Ziektewetmaatregelen op de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden tussen de sociale partners.