Geldmarkt loopt op winter vooruit

Meteorologisch begint de winter pas op 21 december, maar de geldmarkt lijkt reeds in een diepe winterslaap te zijn verzonken. Al geruime tijd dient voor driemaands interbancair geld zo'n 9 5-16 procent te worden betaald. Weliswaar worden in de komende periode een nieuwe (kortdurende) kasreserve en een nieuw contingent van kracht, maar dit zijn geen schokkende gebeurtenissen. De nieuwe kasreserve, 132 miljoen gulden kleiner dan de vorige, gaat op 25 oktober in en loopt tot het einde van deze maand.

De nieuwe contingentsperiode loopt vanaf 25 oktober tot 24 januari en biedt de gezamenlijke banken de mogelijkheid gemiddeld iets meer dan 4 miljard per dag bij De Nederlandse Bank te lenen in de vorm van voorschotten in rekening courant en van discontering van schatkistpapier. Daarnaast wordt de banken naar behoefte speciale liquiditeitssteun ter beschikking gesteld, meestal in de vorm van speciale beleningen, soms ook in de vorm van valuta-swaps.

Zo steunde de Nederlandse centrale bank vanmorgen de geldmarkt met een twee-daagse speciale belening ter grootte van 825 miljoen gulden, teneinde de resterende periode van het contingent en de kasreserve zonder problemen te laten verlopen. Het prijskaartje voor deze steun bedroeg onveranderd 9 procent. Dat de steun zo gering kon blijven, hangt vooral samen met forse geldmarktverruimende betalingen door de staat. Die bedroegen in de verslagweek 4,5 miljard gulden, waardoor de bodem van de schatkist in zicht kwam. Inmiddels is de schatkist geheel leeg en heeft de staat een beroep moeten doen op het financieringsarrangement dat zij met De Nederlandsche Bank heeft afgesloten. Deze situatie duurt tot het einde van de maand.

Het beleningstarief geeft aan dat de geldmarktrente in ons land onveranderd hoog blijft. Dit, ondanks de conjuncturele afzwakking in West-Europa, waar ook ons land niet aan ontkomt. Deze hoge korte rente is het gevolg van de bezorgheid van de Duitse centrale bank ten aanzien van de inflatie-ontwikkeling. De Bundesbank neemt vooralsnog een zeer voorzichtige houding aan, met name gezien de loononderhandelingen begin 1992. De oproep van vooraanstaande Duitse economische instituten, om de loonstijgingen beperkt te houden, moet als een noodkreet worden gezien.

Weerkundig bezien duurt de winter tot 21 maart. Voor de geldmarkt lijkt de winterslaap echter niet zo lang te kunnen duren. Indien de Duitse loonstijgingen inderdaad beperkt blijven, kan dat namelijk aanleiding zijn voor de Bundesbank, en daarmee voor De Nederlandsche Bank, om de geldmarktrente wat omlaag te sturen.

Bron: NMB Postbank Groep