Eenvoud op de weg

Met de vereenvoudiging van de inkomstenbelasting vindt commissie na commissie een dankbaar werkterrein. Erg hard schiet het evenwel niet op en daarom kan het bemoedigend zijn eens naar een belasting te kijken waar de vereenvoudiging wèl lukt. Dat is de motorrijtuigenbelasting. Toegegeven, het is al een van onze meest simpele belastingen, maar voor heel wat mensen is hij toch een bron van ergernis.

De overheid reageert juist bij deze belasting draconisch op ontduiking net zo goed als op een simpele vergissing. Naast een nabetaling over een heel jaar, krijgt men ook een boete die dikwijls even hoog is als de nabetaling. De grove benadering is nodig door de grote hoeveelheid aanslagen waarmee de fiscus te maken krijgt.

In 1990 werden er bijna een half miljoen boetes opgelegd aan mensen die probeerden onder de belasting uit te komen. Opvallend genoeg zijn daaronder maar weinig jongeren. Autorijders van 35 jaar frauderen ongeveer dertig maal zoveel als de 19-jarigen. De ontduikers betalen bijna honderd miljoen gulden aan boetes en maken daarmee een groot deel goed van het door hun veroorzaakte verlies van 150 miljoen gulden.

De belastinginspecteur is tegelijkertijd de opsporingsambtenaar, de belastingheffer en de rechter van de overtreder. Als wetsuitvoerder moet de inspecteur streng zijn; als strafoplegger moet hij ook oog hebben voor bij voorbeeld de verzachtende omstandigheden van het geval. De inspecteurs zien niet altijd kans die twee petten tijdig te verwisselen. Juist in de motorrijtuigenbelasting zijn de ontsporingen helder zichtbaar. Iemand die voor vijftig gulden belasting heeft ontdoken, kreeg daarvoor volgens de gebruikelijke berekeningswijze soms meer dan duizend gulden boete. Het is tekenend dat de fiscus in zo'n uitzonderlijke situatie de flexibiliteit mist om af te stappen van de normale berekeningswijze en gewoon vijftig gulden boete te geven.

Onlangs verlangde staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) dat de Hoge Raad de fiscus de vrijheid zou laten die volle duizend gulden boete op te leggen. De Hoge Raad tikte de bewindsman af, omdat naar zijn oordeel de hoogte van die boete volstrekt niet in verhouding staat met de ernst van het vergrijp. De hoogste belastingrechter vond vijftig gulden voldoende. Dit soort situaties kan zich na de versimpeling van de motorrijtuigenbelasting niet meer voordoen.

Het systeem van de vereenvoudiging ligt voor de hand. Belasting, verzekering en APK-keuring worden allemaal gekoppeld aan het kentekenregister. Iedere kentekenhouder krijgt automatisch een accept-giroformulier om de belasting te betalen. Nieuw is dat idee niet, want al in 1974 begon men er aan te werken. Het nu door staatssecretaris Van Amelsvoort ingediende wetsvoorstel verdient een schoonheidsprijs. De regeling is simpel, fraudebestendig en hanteert beproefde definities uit andere (belasting)wetten. Voor de 350.000 caravanbezitters is er extra goed nieuws; zij hoeven niet langer extra belasting voor hun caravan te betalen. Mensen met een kampeerauto zijn verlost van hun zogenaamde zestigdagenkaart. Voor motorfietsen blijft er van de vier tarieven nog maar één over.

Zonder dat Van Amelsvoort er een woord aan vuil maakt, draait hij het laatste restje van de invaliditeitsvrijstelling de nek om. Deze vrijstelling wordt daarmee een fossiel uit de zestiger jaren, toen men dacht via de wetgeving rechtvaardigheid met chirurgische precisie te kunnen toedienen. Zo kregen invaliden een vrijstelling van motorrijtuigenbelasting. Die gold evenwel niet voor alle invaliden. Degenen die ongeacht hun invaliditeit toch wel in een auto zouden rijden, vielen buiten de boot.

Vooruitlopend op de nieuwe houderschapsbelasting, is het personeelsbestand van het Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting in Apeldoorn (CBM) al ingekrompen van 750 naar 500 mensen. Onder hen zitten nog steeds controle-ambtenaren die nu in de auto's van het CBM jaarlijks bijna vijf miljoen foto's maken. Zij blijven bij voorbeeld controleren of er mensen zijn die stiekem op LPG-rijden. Die controle gebeurt door auto's aan te houden om te kijken of er in de kofferbak (een deel van) een LPG-tank zit.

Het simpelweg constateren dat er een vuldop voor LPG aanwezig is, vindt de Hoge Raad onvoldoende reden om meteen maar extra belasting te vorderen. Dat is begrijpelijk, want het kan goed zijn dat de LPG-tank al door een vorige eigenaar uit de auto is gehaald, hoewel de vuldop is blijven zitten. Het onverwachte gevolg van die uitspraak is dat controle-ambtenaren kofferbakken van geparkeerde auto's blijken open te maken om te kijken of er een LPG-tank in zit. Dat gebeurt zelfs als de eigenaar of de bestuurder er niets van weet. De Arnhemse belastingrechter heeft daar een stokje voor willen steken door de op deze wijze verkregen gegevens niet te aanvaarden als bewijs.

Kort geleden heeft Van Amelsvoort aan de Hoge Raad gevraagd de uitspraak van de Arnhemse belastingrechter te vernietigen. Wat wil de bewindsman hiermee eigenlijk bereiken? Vindt hij dat bij een eenvoudiger belastingwet ook eenvoudiger controlemethoden horen? Als dit de eenvoud is die de fiscus voor ogen staat, is het oppassen geblazen.

De leiders van de Tweede Kamerfracties van het CDA en de PvdA lieten onlangs weten dat de Kamer meer tijd moet vrijmaken om naar de kiezers te luisteren. Enkele dagen eerder bent u via de Staatscourant opgeroepen binnen drie weken uw mening te geven over de nieuwe houderschapsbelasting. Van die reactie ontvangt de Kamer als het even kan, maar liefst zeventig (!) exemplaren. Voor een handgeschreven brief vormt dat een drempel. Wie aan de wens van de volksvertegenwoordigers gehoor wil geven en tien velletjes getypt commentaar heeft, zal 700 kopieën moeten maken en versturen; een operatie waarvoor hij al snel evenveel geld kwijt is als voor de belasting op zijn auto. Zoiets maakt het voor de kiezer wel erg duur om zijn mening te geven.