Besluit over spoedopname blijft taak van burgemeester

DEN HAAG, 23 OKT. De burgemeester blijft beslissen over de inbewaringstelling van mensen die ernstig gestoord zijn in hun geestvermogens. Voor een voorstel van het CDA om de officier van justitie daarmee te belasten is geen meerderheid in de Tweede Kamer, zo bleek vandaag.

Enkele weken geleden bij het begin van de behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ), neigde de VVD te kiezen voor het CDA-standpunt. VVD-woordvoerster Terpstra (VVD) heeft zich bij de voortzetting van de behandeling laten overtuigen door minister Hirsch Ballin (justitie). De bewindsman voelt er niets voor om de taak van de burgemeester over te dragen aan de officier van justitie, omdat hij meer na- dan voordelen ziet van de door het CDA voorgestelde wijziging van de huidige praktijk. Ook PvdA en D66 zijn daar tegen.

Het Tweede-Kamerlid Van der Heijden (CDA) wil de officier van justitie beslissingsbevoegdheid geven voor inbewaringstelling, omdat burgemeesters, met name in grote steden, steeds minder betrokken zouden zijn bij de beslissing om mensen onvrijwillig te laten opnemen. Hirsch Ballin vindt het uit praktisch oogpunt beter deze bevoegdheid te spreiden over de 600 burgemeesters en hun plaatsvervangers dan die te concentreren bij de 19 arrondissementen. De dienstdoende officieren van justitie staan volgens hem vaak nog verder van de gevallen af dan de burgemeester. “Laten we de huidige praktijk niet veranderen zonder dat we ervan overtuigd zijn dat verandering ook beter is”, aldus Hirsch Ballin.