Auto-industrie in VS zwaar in de rode cijfers; Dieptepunt voor General Motors en Ford

NEW YORK, 23 OKT. De Amerikaanse autofabrieken General Motors en Ford hebben in het derde kwartaal opnieuw grote verliezen geleden. Het lijkt er steeds meer op dat 1991 het allerslechtste jaar wordt uit de geschiedenis van de auto-fabrikanten, de belangrijkste industrie in de Verenigde Staten.

GM verloor in drie maanden 1,05 miljard dollar, Ford in dezelfde periode juli-september 574 miljoen dollar. De niet-autoproducerende dochters van beide bedrijven maakten winst, maar niet voldoende om de verliesgevende autofabricage te redden.

Over de eerste negen maanden verloor GM 2,2 miljard dollar, en Ford 1,1 miljard. Chrysler maakt zijn resultaten volgende week bekend maar lijdt ook verlies. Analisten verwachten nu dat de "Grote Drie' het jaar zullen afsluiten met een totaalverlies van 5,75 miljard dollar, een record.

GM, Ford en Chrysler zijn sterk afhankelijk van de Amerikaanse markt. Of die in een recessie verkeert, wordt op dit moment heftig bediscussieerd. Maar de economische vooruitzichten zijn in ieder geval zo slecht dat Amerikaanse consumenten de aankoop van een nieuwe auto voortdurend uitstellen. “Hoewel consumenten betrekkelijk optimistisch lijken over over de vooruitzichten voor de hele economie, lijken ze minder vertrouwen te hebben over hun eigen financiële situatie,” aldus GM-topman Robert Stempel.

Het zijn niet alleen de Amerikaanse autofabrikanten die op dit moment lijden. Rover en Peugeot hebben vorige maand helemaal de moed opgegeven en hun activiteiten in de VS gestaakt. Zelfs de Japanse giganten Toyota, Honda en Nissan lijden verlies in Noord-Amerika.

In voorgaande jaren konden de Europese divisies van Ford en GM (Opel en Vauxhall) de verliezen in de VS compenseren, maar dit kwartaal lukt dat niet. GM wijt de verliezen onder andere aan de introduktie van nieuwe modellen - gebruikelijk in het derde kwartaal - en de bijbehorende aanpassing van fabrieken. Ford zei dat de Europese dochter twee en een half keer zo veel geld had verloren als de Amerikaanse tak.

Uit de berichten die de "Grote Drie' de laatste weken de wereld instuurden valt af te leiden hoe diep ze in de problemen zitten. De verkopen liggen op een niveau van ongeveer 6,2 miljoen auto's voor het hele jaar, terwijl tien miljoen nodig is om alle fabrieken draaiende en winstgevend te houden.

Ford zei dat het in de eerste zes maanden maar liefst 3,4 miljard dollar had uitgegeven aan premies, kortingen en andere lokkertjes. Dat komt neer op 17 procent van de omzet, terwijl in de glorietijd 1983-88 het percentage niet hoger was dan 4 procent. In dezelfde zes maanden verloor Ford 1,1 miljard dollar.

Lee Iacocca, topman van Chrysler, de zwakste autofabrikant, pleitte vorige week zelfs voor importrestricties op Japanse auto's, naar het Franse en Italiaanse voorbeeld. “We zitten in een enorme, diep ernstige recessie,” zei hij bij die gelegenheid.

Hij hoopt duidelijk dat de regering-Bush of de Democratische oppositie op zijn hoogst on-Amerikaanse voorstel ingaat om politieke punten te scoren. De consensus in Washington is dat alleen een brede recessie de herverkiezing van Bush kan tegenhouden. In de auto-industrie werken 1,3 miljoen Amerikanen, en in toeleverende bedrijven nog eens 2,5 miljoen. Allemaal potentiële kiezers.

Ook het begin van het vierde kwartaal bracht weinig goed nieuws. Traditioneel is de eerste week van oktober de eerste week voor het volgende modeljaar. Maar Amerikanen bleken weinig geïnteresseerd in de nieuwe modellen. In de periode 1-10 oktober werd verkocht op een jaarniveau van 5,5 miljoen auto's, tegen 6,5 miljoen een jaar eerder.