"Ze controleerden of we kosjer aten'

PUTTEN, 22 OKT. Veertien maanden woonden ze in Israel. En al die tijd hebben ze "niets dan ellende' meegemaakt. Dit voorjaar was de maat vol: ze vertrokken per vliegtuig naar Nederland. In het asielzoekercentrum Mooi Veluwe in Putten zitten een veertigjarige moeder, haar zoon van zeventien en een dochtertje van vier. Ze zijn van Russisch-joodse afkomst, net als negen andere volwassenen in het centrum. Ze willen best praten, op voorwaarde dat ze anoniem blijven, want vader zit nog in Israel en het is de bedoeling dat hij zijn gezin achterna reist. Dat kan pas wanneer hij twintigduizend dollar bijeen heeft gespaard om zijn huurcontract te kunnen verbreken.

“In Israel werden we beschouwd als Sovjet-burgers en niet als joden”, zegt de vrouw. “Ik ben honderd procent joods, dat heb ik zwart op wit in mijn geboorte-akte. Het is bevreemdend en beledigend te moeten bewijzen dat je joods bent. "We hebben jullie toch niet gevraagd hier naar toe te komen, waarom zijn jullie dan hier?' kregen we telkens te horen. Er werd ons gevraagd of de mannen in ons gezin waren besneden. Mijn zoon was dat niet. Hij werd dus vanaf de eerste dag op school beschouwd als niet-jood. De leraren maakten hem duidelijk dat zo'n operatie verplicht was. Als hij zich niet zou laten besnijden zou hij in Israel nooit kunnnen trouwen. Ook in het leger zouden ze hem zeker het leven zuur maken.”

Haar zoon stemde toe in de operatie, met vele complicaties als gevolg. Maar dat was niet genoeg. Ze volgden een taalcusrus Hebreeuws, maar werk kregen ze niet. “"Russen kunnen niet werken, dat zijn tweederangs mensen', zeiden ze gewoon tegen ons. Kijk, we hadden ons er op ingesteld dat we het in Israel zeker niet gemakkelijk zouden krijgen, maar deze houding hadden we niet verwacht.”

Het gezin kreeg verschillende keren joodse autoriteiten op bezoek die controleerden of ze wel volgens de joodse wetten en tradities leefden. “Er werd niet geschroomd een kijkje te nemen in onze koelkast om te zien of we wel kosjer aten en of we tijdens de Sabbath geen televisie keken.”

Het echtpaar Molodetsky kwam op 5 september in het opvangcentrum in Putten aan. Met twee kinderen van acht en vier jaar hebben zij eveneens veertien maanden in Israel gewoond. En ook voor dit Russisch-joodse gezin liep het verblijf uit op een diepe teleurstelling. “Ik ben er altijd trots op geweest dat ik joods ben,” zegt Mikhail (36). “Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik joods ben. Daarom wilde ik zo graag naar Israel: niet omdat ik daar een gespreid bedje verwachtte, maar omdat ik mijn geloof openlijk wilde belijden. Ik wilde naar de staat waar ik thuishoorde.”

Mikhail werd echter dag in dag uit vernederd in Israel. Op zijn papieren stond de christelijke naam van zijn moeder, of hij maar wilde bewijzen dat hij joods was. “Mijn pech was, dat dit net gebeurde in een periode dat veel Russen met valse documenten Israel probeerden binnen te komen. Maar voor mij kwam dat volkomen onverwacht. Mijn moeder heeft in de anti-semitische periode van de Stalin-vervolgingen haar naam laten veranderen. Dat ik in mijn land niet werd vertrouwd en dat ik ervan werd beschuldigd geen echte jood te zijn is zeer vernederend.”

Mikhails kinderen werden op straat gepest, nageroepen, getreiterd en met stenen bekogeld. “Het bleek dat Israel geen land van de joden, maar van de Noordafrikaanse sefardische joden was. De sefarden hebben een hekel aan Sovjet-joden. Ook in de synagoge in Jeruzalem werd naar mijn papieren gevraagd en werd ik niet als jood beschouwd. Ik heb geprobeerd volgens de joodse wetten en leefregels te leven, maar dat werd me onmogelijk gemaakt. Ik wilde dan ook zo gauw mogelijk weg uit Israel. Wat ik daar heb meegemaakt, beschouw ik als mijn persoonlijke tragedie.”