Woede

De tandem, de fiets voor twee, is het seksistische vervoermiddel bij uitstek.

Valt het soms te ontkennen dat het bijna altijd de man is, die voor op de bestuurdersplaats zit, terwijl zijn vrouw machteloos af moet wachten waar hij haar heenbrengt? Obsceen schouwspel. Schaamteloze bespotting van alles waar de vrouwenbeweging voor gestreden heeft. Aldus een ingezonden brief in de New York Times. Niets van waar, reageert een redacteur van een fietstijdschrift. Integendeel, steeds meer echtparen hebben samen besloten om afwisselend voorop te zitten. Zo is de tandem juist het symbool van een rechtvaardige taakverdeling en van de gelijkheid van vrouw en man.

Zijn deze brieven als een grapje bedoeld? Vast niet. Ik moet vaak lachen om wat ik in New York in de kranten lees, maar de Amerikanen lachen niet met me mee als ik er over begin, omdat ze vinden dat het over ernstige zaken gaat, en zo voel ik me als de bruut die in fatsoenlijk gezelschap een vieze mop begint te vertellen; hij merkt dat hij de enige is die lacht, maar hij kan niet meer terug, hij moet doorgaan tot de weerzinwekkende pointe, waarvan hij nu ook zelf de stuitendheid terdege beseft, en de stilte om hem heen wordt steeds ijziger.

Toen ik aankwam in New York, iets meer dan een week geleden, waren de hoorzittingen over de benoeming van opperrechter Clarence Thomas in volle gang. Zondag zes bladzijden in de New York Times. Maandag weer zes. Nog afgezien van de voorpagina en de opiniepagina, die er ook vol van stonden. Alles over de vraag of Thomas tien jaar geleden tegen zijn medewerkster Anita Hill iets had gezegd over een schaamhaar in zijn cola en over een pornofilm van de beruchte Lange Lul Zilver. Onvoorstelbare vuilbekkerij. Alleen een perverse psychopaat zou zoiets kunnen zeggen, vond een van de senatoren. Het senatorenpanel dat uit moest vinden of rechter Thomas inderdaad zo'n onvoorstelbaar monster was, kon niet tot een conclusie komen. Het zal wel altijd een mysterie blijven.

Er was geen krant of tijdschrift, links of rechts, dom of slim, die, al was het maar in een klein hoekje, een hofnar kon laten zeggen dat het sop de kool niet waard was. Een paar weken geleden schijnen de Democratische senatoren nog van mening te zijn geweest dat de zaak te klein was om er veel drukte over te maken. Toen kwam de brievenstroom van de feministische zwartekousenkerk. Het zou waarschijnlijk maatschappelijke zelfmoord zijn geweest om daarna nog een grapje te maken. Iedereen zette zijn serieuze gezicht op.

Ik was uitgenodigd voor een etentje. “Ik heb Anita Hill meteen toen ze met haar beschuldigingen kwam een brief geschreven, om haar te bedanken voor haar moed”, zei de gastvrouw. Moed. Een eigenschap die hier in hoog aanzien staat. Bijna net zo hoog als woede. Ik ben woedend, dus ik besta, lijkt het motto te zijn, nog meer dan in Nederland. Vooral voor een kunstenaar is het de hoogst denkbare lof als er gezegd wordt dat hij uitdrukking geeft aan zijn woede. In The Village Voice staat een interview met Chuck D, de leider van de rapgroep Public Enemy. Bekend en gevierd om zijn woede. Het gaat zo: “Yo, fuck this motherfuck, you know what I'm saying?” Zes bladzijden. Alweer zes bladzijden, wat toevallig, 666 is hier in New York niet het Getal van het Beest maar van de Ouwehoer. In het begeleidende artikel wordt Chuck D vergeleken met - in volgorde - Socrates, Shakespeare, Rousseau, Lowell, Ginsburg, Plath, nog een keer Rousseau, Baudelaire, Dostojevski en Brecht. Zo hoog staat de woede in aanzien. Ik moet toegeven dat deze redacteur van The Village Voice een extreem voorbeeld is.

Maar kijk, daar komt het al, ook op ons etentje is de woede niet ver weg. De gastvrouw gaat door over haar brief en vertelt dat ze bij het schrijven opeens bevangen werd door woede. Vijf en twintig jaar geleden had ze een sollicitatiegesprek gevoerd, haar gesprekspartner had uitnodigend dubbelzinnige opmerkingen gemaakt, ze was er niet op in gegaan en ze had de baan niet gekregen. Ze had er nooit meer aan gedacht. Verdrongen. Altijd had ze volgehouden dat ze zelf in haar werk nooit het slachtoffer was geweest van seksuele intimidatie. Nu, bij het schrijven van die brief, was de woede opeens teruggekomen.

Het gesprek komt op een andere woedende vrouw, kennelijk een bekende New Yorkse straatfiguur. Dagelijks loopt ze voor het kantoor van haar rijke en gerespecteerde ex-man, met een bord waarop staat dat hij een verkrachter is. Ze zijn twee keer samen geweest, met een tussentijd van twintig jaar. Het was gebeurd in de eerste periode. Waarom was ze de tweede keer dan weer met die man begonnen? Ze was het toen vergeten, zei ze tegen de kranten. De pijn van de tweede scheiding had het trauma van meer dan dertig jaar geleden weer naar boven gebracht.

Het is een gezelschap van advocaten waar dit tafelgesprek plaatsvindt en ik wil ook wat bijdragen. Er komen mooie tijden voor jullie, zeg ik. Binnen een jaar zullen de eerste processen komen van mensen die schadevergoeding van hun partners eisen omdat ze seksueel geïntimideerd zijn in een vorig leven. Als een soort reïncarnatietherapie, om stem te geven aan de woede die eeuwenlang moest zwijgen. De eerste processen zullen in Californië zijn, het land van de New Age. Dan in de rest van Amerika. Interessante juridische problemen.

Voorzichtige juristen zullen zeggen dat schadevergoeding helaas niet mogelijk is, omdat er in de tijd dat de misdaad plaatsvond nog geen wetten waren tegen seksuele intimidatie. Je mag de Amerikaanse wetten niet met terugwerkende kracht op het middeleeuwse Venetië toepassen. Maar het volk houdt niet van zulke formalistische uitvluchten, en daarom zullen de politici vinden dat het Amerikaanse recht een soort natuurrecht is, dat overal en altijd zou hebben gegolden, als men maar tijdig op het idee was gekomen. Het beroep op het ontbreken van wetten zal beschouwd worden als een teken van een onaanvaardbare bevel-is-bevel-mentaliteit. Er ligt goud voor een Amerikaanse advocaat die zich tijdig specialiseert in het reïncarnatierecht.

Ik had gedacht dat mijn theorie het gezelschap wel zou aanspreken, maar ik vergiste me. Het is ongepast om met een ernstig onderwerp op zo'n platte manier de spot te drijven, en halverwege mijn verhaal merkte ik dat ik de enige was die er om lachen moest.

    • Hans Ree