Uitkeringen-quotiënt

NRC Handelsbladmedewerker Flip de Kam introduceert in het Economiekatern van 8 oktober het begrip UQ, het Uitkeringen-Quotiënt. Maar hij hanteert het wat nonchalant.

Dit jaar en de volgende jaren zou het UQ voor Nederland rond 85, 86 liggen, maar in de eenentwintigste eeuw - van 2005 tot 2030 - zou het kunnen oplopen van 1 tot 1,4. Dat is meten met twee maten.

Volgens de definitie die De Kam zelf geeft gaat het om de verhouding van het aantal ontvangers van een uitkering tot het aantal werkenden. Een UQ van 85 wil dus zeggen: 85 uittrekkingsontvangenden op één werkende. Zo erg is het gelukkig nog niet. Bedoeld werd dus 0,85.

Je kunt natuurlijk ook uitgaan van het aantal uitkeringsontvangers op 100 werkenden. Dan kloppen getallen als 85 en 86 wel, maar in de eenentwintigste eeuw loopt het UQ dan op van 100 tot 140.

Omdat het uitkeringen-quotiënt, zoals duidelijk bijkt uit het bedoelde artikel, een heet hangijzer is, moet het begrip wel goed gedefinieerd worden en consequent worden gebruikt.

    • J. Freeke Amsterdam