Redenen voor scepsis

Voor een Nederlander is het moeilijk niet sceptisch te reageren op het voorstel van president Mitterrand en bondskanselier Kohl voor een gemeenschappelijke Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek, met een Europees legerkorps als instrument - des te moeilijker omdat beide heren nog maar net de elementaire beleefdheid in acht hebben genomen het voorstel via het voorzitterschap van de Europese Gemeenschap, dat toevallig in Nederlandse handen is, aan de partners voor te leggen.

Zeker, zonder Frans-Duitse eenheid is geen enkele Europese eenheid mogelijk, en het zou de eerste keer niet zijn dat een Frans-Duits initiatief een stoot tot die grotere eenheid zou geven, maar moest het Europese voorzitterschap zo openlijk tot de functie van een doorgeefluik gedegradeerd worden?

Maar laten we ons over gekrenkte trots heen zetten. Ook dan blijft er genoeg reden voor scepsis. Zo'n Europees legerkorps bijvoorbeeld. De al bestaande Frans-Duitse brigade moet daar de kern van uitmaken. Maar die brigade hangt strategisch volledig in de lucht, want het Franse leger heeft de uitsluitende opdracht zorg te dragen voor de bescherming van Frankrijk, en de Duitse troepen zijn geïntegreerd in de NAVO, die een veel ruimere opdracht heeft. Die brigade heeft dan ook geen operatieve opdracht.

Zal het met het Europese legerkorps, dat uit die brigade moet voortkomen, veel beter zijn? De Duitse minister van defensie, Stoltenberg, heeft nog na de boodschap van Mitterrand en Kohl verzekerd dat er geen Duitse troepen van de NAVO naar dat legerkorps zullen worden overgeheveld. Rest dus de vraag naar de status van de Franse troepen. Zullen die misschien aan een geïntegreerd gezag ondergeschikt gemaakt worden? Zo ja, dan zou dat een revolutie in het Franse denken zijn. Immers, al in 1954, vier jaar vóór de Gaulles machtsovername, had Frankrijk om die reden de Europese defensiegemeenschap getorpedeerd.

Een kleine aanwijzing dat er iets veranderd was, vormde de verklaring van de Franse en Duitse ministers van buitenlandse zaken, enkele dagen vóór de boodschap van Mitterrand en Kohl, dat de Europese Politieke Unie met gekwalificeerde meerderheid zou moeten beslissen over veiligheidskwesties en een gemeenschappelijke defensie.

Weliswaar vinden we zo'n verklaring niet terug in het voorstel dat hun chefs enige dagen later publiceerden, maar een bericht van Reuter in de International Herald Tribune van dit weekeinde (dus nog weer een paar dagen later) meldt, Franse "regeringsbronnen' citerende, dat als Engeland geen gekwalificeerde meerderheidsbesluiten zou aanvaarden, de Europese Politieke Unie er niet zou komen.

Als er nu nog reden is voor scepsis, dan moet die niet langer Frankrijk als doelwit hebben, maar de algemene vraag betreffen: is enig land bereid zijn veiligheid afhankelijk te maken van het hesluit van een meerderheid (gekwalificeerd of niet) waartoe het zelf niet behoort? Zou - om een extreem, maar niet denkbeeldig geval te noemen - Nederland een meerderheidsbesluit aanvaarden dat zou neerkomen op de prijsgave van Nederlands grondgebied ter wille van de veiligheid van Europa?

Maar heeft Nederland niet al veertig jaar lang zijn veiligheid in handen van anderen, in casu de Verenigde Staten, gelaten? Jazeker, maar dat heeft Nederland aanvaard omdat het - terecht of ten onrechte - geloofde dat zijn veiligheid aldus gewaarborgd zou zijn. Het is moeilijker dat vertrouwen te hebben in steeds wisselende, dus grillige meerderheidsbesluiten van landen bovendien die minder machtig zijn, dus minder bescherming kunnen bieden, dan de Verenigde Staten.

Als dit geldt voor een land als Nederland, dan geldt het nog veel sterker voor landen die wèl een oude traditie van zelfstandigheid hebben danwel belangen hebben die ze aan niemand dan zichzelf toevertrouwen. Daarom ligt de verdenking voor de hand dat Mitterrand en Kohl zich bereid hebben verklaard tot aanvaarding van meerderheidsbesluiten in de volstrekte zekerheid dat Engeland die nooit zal aanvaarden. Als die berekening juist is - en daar is alle kans op - dan hoeft Frankrijk evenmin als enig ander Europees land zich zorgen te maken over verlies van soevereiniteit in veiligheidszaken.

    • J.L. Heldring