"Oost-Europabank' krijgt geld van EG

DEN HAAG, 22 OKT. De Europese Gemeenschap heeft een bedrag van 40 miljoen ecu (92 miljoen gulden) aan de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD) beschikbaar gesteld voor technische hulp aan Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Een akkoord hierover is na maandenlang touwtrekken tussen de EBRD en de EG vorige week bereikt in Bangkok in de marge van de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds.

Jacques Attali, de president van de EBRD, had al maanden geleden een verzoek ingediend bij de EG om geld, maar de Commissie was zeer terughoudend om een deel van zijn middelen - en daarmee invloed - af te staan aan de Oost-Europabank in Londen. Minister Kok heeft als halfjaarlijkse voorzitter van de EG-ministers van financiën met succes bemiddeld tussen Attali en EG-commissaris Henning Christophersen.

Het geld voor het hulpfonds is afkomstig uit twee bestaande EG-programma's: 25 miljoen ecu uit het "phare-programma' van de EG voor Oost-Europa en 15 miljoen ecu uit het EG-hulpprogramma voor de Sovjet-Unie. Aanvankelijk had de EBRD verzocht om 75 miljoen ecu.

De EBRD, die vorig jaar werd opgericht en begin dit jaar formeel in werking is getreden, heeft tot taak om de economische hervormingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie te ondersteunen. Maar zo kort na de oprichting beschikt de bank nog niet over eigen inkomsten uit zijn kapitaal. De EBRD heeft derhalve een mandaat voor technische hulp, maar geen geld, terwijl de EG over geld beschikt maar geen opdracht voor hulpverlening heeft. Door een deel van het EG-geld over te hevelen naar de EBRD kan deze zijn deskundigheid aan Oosteuropese landen aanbieden.

In totaal verstrekken nu vijf instellingen technische adviezen aan Oost-Europa en de Sovjet-Unie: het IMF, de Wereldbank, de OESO, de EBRD en de EG. In Bangkok hebben de presidenten van deze instellingen plechtig met elkaar afgesproken dat ze hun werkzaamheden nauw op elkaar zullen afstemmen, zodat overlappingen voorkomen worden.