Ongezonde zorg

IN RIJSWIJK heeft staatssecretaris Simons (volksgezondheid) de marktwerking over het Nederlandse gezondheidsstelsel uitgeroepen, maar een meerderheid van de deeltijdpolitici in de Eerste Kamer gelooft er geen woord van.

De senatoren van CDA, D66, VVD en de kleine christelijke partijen zijn kritisch, argwanend en bij vlagen vernietigend in hun oordeel over de stelselherziening gezondheidszorg, waaraan Simons zijn naam en reputatie heeft verbonden. Nadat de Tweede Kamer deze zomer met tegenzin goedkeuring verleende aan de hoofdlijnen van het plan-Simons, tekent zich opnieuw een principiële politieke botsing af tussen kabinet en Eerste Kamer. Dat wordt dan de derde keer sinds het aantreden van het kabinet Lubbers III.

Het plan-Simons wil een einde maken aan de bemoeizucht van de overheid met de gezondheidszorg door de aanbieders van gezondheidszorg direct met verzekeraars te laten onderhandelen over een zorgpakket. Alle burgers kunnen daarop inschrijven via een verzekering die 95 procent van de gezondheidszorg omvat en die wordt betaald met premies die voor 82 procent afhankelijk zijn van het inkomen en voor 18 procent bestaan uit een vast bedrag. De AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten) zal geleidelijk worden opgetuigd tot een nationale volksverzekering voor de gezondheidszorg. Een essentiële stap is dat per 1 januari 1992 de huisartsen en geneesmiddelen onder de AWBZ worden gebracht. Simons heeft dus haast.

DE EERSTE KAMER dreigt daar een stokje voor te steken. Want wat blijkt: veel is nog niet geregeld, de voorbereidingstijd is daardoor te kort, de betrokkenen staan voor enorme administratieve aanpassingen en de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel is nog nooit getest.

Aan die praktische problemen voegt vooral de CDA-fractie van de Eerste Kamer een aantal principiële bezwaren toe. De eigen verantwoordelijkheid van de burgers voor hun gezondheid wordt uitgehold door het begrip basisvoorziening op te rekken tot vrijwel de hele gezondheidszorg, inclusief bejaardenoorden en verzorging. De premieverdeling is aanvechtbaar, leidt tot inkomensnivellering en vergroot de collectieve lastendruk (hoewel Simons dat ontkent). In het voorgestelde stelsel ontbreken prikkels om de kosten te beheersen en drempels op het pad naar de wachtkamer. De Centrale Kas die het gezondheidsbudget zal beheren en verdelen, is een nieuwe vorm van centralisme vanuit Rijswijk. De particuliere verzekeraars mogen op hun ziektepolissen geen winst meer maken en worden gedegradeerd tot uitvoeringsorganen van de nationale gezondheidszorg.

Kan de staatssecretaris begrijpen waarom de leden bevreesd zijn voor chaos, vragen de CDA-senatoren zich retorisch af. En ze vervolgen: een stelselherziening is altijd omgeven door grote onzekerheid, inclusief de kans op een grote systeemfout.

GRENSVERLEGGENDE plannen uit Den Haag hebben in recente jaren een tragisch spoor achtergelaten. De OV-jaarkaart voor studenten, de studiefinanciering, het fraudebestendige paspoort, de sociale vernieuwing, de brede herwaardering, de stelselherziening sociale zekerheid en de operatie grote efficiency zijn uitgelopen op hele of halve bestuurlijke mislukkingen en op financiële fiasco's. Niets garandeert succes bij de komende stelselherziening gezondheidszorg. Deze sector zit ingewikkeld in elkaar en is voor veel verbetering vatbaar, maar de verwachting dat de overheid vanuit Rijswijk een fijnmazig stelsel van boven naar beneden kan herzien, getuigt van politieke zelfoverschatting. Natuurlijk speelt de overheid bij gezondheidszorg een rol, maar de overheid of een kartel-achtig verzekeringsconglomeraat als instigator van fijnmazige regelingen boezemt weinig vertrouwen in. Voor de burger blijft immers het probleem dat zijn keuze-vrijheid gering is en zijn afweging van lusten en lasten tot vijf procent wordt gereduceerd.

De vraag naar de haalbaarheid van een door de staat geregisseerde stelselherziening in de gezondheidszorg gaf de Tweede Kamer geen reden tot politiek verzet. Deze Kamer nam onder politieke druk genoegen met de voorstelling van zaken door staatssecretaris Simons alsof het hier om minder overheid zou gaan. De Eerste Kamer zet nu vraagtekens bij die voorstelling van zaken. Want wat is het verschil tussen een onwrikbaar verzekeringsconglomeraat en een genationaliseerde gezondheidszorg? Het ene heet privatisering, het andere socialisatie, maar wat is het praktische verschil voor de gebruiker? Een paar fundamentele vragen moeten nog worden besproken voordat de kwestie tot de proporties van koopkrachtplaatjes mag worden gereduceerd.