Koerden Arnhem wijzen aantijging van afpersing af

ARNHEM, 22 OKT. De Koerdische gemeenschap in Nederland heeft verontwaardigd gereageerd op de beschuldiging van de politie dat de Koerdische arbeiderspartij PKK Turkse en Koerdische horeca-ondernemers in Arnhem afperst. Maar de Arnhemse politie blijft bij haar bewering. Politiewoordvoerder H. Mons: “Het gaat om ernstige en soms ook uitgevoerde bedreigingen die direct te relateren zijn aan de PKK.” Dat er iets aan de hand is, heeft de politie uit vele betrouwbare bronnen vernomen, aldus Mons: “We hebben concrete aanwijzingen.”

Het Arnhemse Groen Links raadslid H. Kaynak, zelf Koerd, beticht de politie van stemmingmakerij. “Ze maken van een mug een olifant”, aldus Kaynak. Het Koerdistan Comité, dat zetelt in Den Haag, stelt dat de beschuldiging "nergens op slaat' en bestrijdt iedere betrokkenheid van de PKK bij afpersing en gebruik van geweld.

De Koerdische gemeenschap in Nederland wordt geschat op 60.000 personen. In enkele steden, waaronder Arnhem, zijn grote concentraties Koerden. Onder hen wordt geregeld geld ingezameld voor de onafhankelijkheidsstrijd. Volgens het Koerdistan Comité houdt de PKK nooit zelf inzamelingsacties, maar worden die gehouden door het Nationale Bevrijdingsfront ERNK. “ERNK vraagt slechts vrijwillige bijdragen”, zegt B. Zegnar van het Comité. “De PKK zal in het buitenland ook nooit geweld tegen mensen gebruiken.”

Maar volgens de Arnhemse politie doet ze dat wel. De mededeling die de politie vorige week vrijdag naar buiten bracht, had tot doel Turken en Koerden in de stad aan te sporen aangifte te doen. De politie kampt met een groot probleem: er is nog geen enkele aangifte gedaan. Mons: “De gemeenschap is zeer angstig.”

Het enige voorbeeld dat de Arnhemse politie tot nu toe bereid is te geven, is het verhaal van een Turkse eigenaar van een koffiehuis in Arnhem wiens oor is afgesneden omdat hij niet wilde betalen aan afpersers. De Turkse ondernemer heeft geweigerd aangifte te doen, maar zou wel te kennen hebben gegeven dat de PKK verantwoordelijk was.

Het voorbeeld heeft volgens gemeenteraadslid Kaynak echter weinig waarde om de politiebeweringen te staven. “Ten eerste is het twee jaar oud”, aldus een kwade Kaynak, “ten tweede heeft de man toegegeven dat hij die verklaring onder druk van het Turkse consulaat heeft afgelegd.”

Kaynak zou net als Rezgar van het Koerdistan Comité graag zien dat de Arnhemse politie concreter werd in haar beschuldigingen. Rezgar houdt het niet voor onmogelijk dat "criminelen', of vertegenwoordigers van kleine extreem-linkse Turkse splintergroeperingen onder het mom van een PKK-inzamelingsactie Koerdische ondernemers bezoeken, maar denkt eerder dat de politie het slachtoffer is van "anti-propaganda' van de Turkse staat, die geen middel ongebruikt zal laten de PKK te dwarsbomen. “Ze is erin getrapt”, aldus Rezgar.

Mons van de Arnhemse politie houdt echter vol: “De mensen moeten de kop niet in het zand steken. Dat is wat wij hen proberen duidelijk te maken. Het onderzoek loopt nog steeds. We voeren gesprekken, we proberen vertrouwen te wekken en de zaak bespreekbaar te maken. Uiteindelijk zal dan blijken dat het zeker niet om een storm in een glas water gaat.”