Franse artsen aangeklaagd voor toediening besmet bloed

PARIJS, 22 OKT. Drie Franse artsen zijn in staat van beschuldiging gesteld wegens hun aandeel in de verstrekking, in 1984 en 1985, van bloed aan hemofiliepatiënten dat besmet was met het HIV-virus dat aids kan veroorzaken. Aangenomen wordt dat ongeveer de helft van de 2.500 hemofilie-patiënten die Frankrijk heeft in deze periode met het aids-virus zijn besmet.

Na een onderzoek van twee jaar wordt de toenmalige directeur van het nationale bloedtransfusiecentrum, Michel Garretta, ervan beschuldigd produkten in de verkoop te hebben gebracht “waarvan hij wist dat ze besmettelijk waren”. Twee andere artsen, professor Jacques Roux, voormalig directeur-generaal van het ministerie van gezondheid, en Robert Netter, ex-directeur van het Nationale laboratorium van gezondheid, worden verdacht van het “niet verlenen van hulp aan personen in gevaar”.

In het begin van de jaren tachtig ontwikkelde een Amerikaanse firma een methode om het aids-virus in bloed bestemd voor transfusie te "deactiveren' door het bloed te verhitten. Er bestonden toen nog geen betrouwbare methoden om vast te stellen of bloed met het HIV-virus was besmet. Maar pas twee jaar later, in 1984, deed het Franse ministerie van gezondheid de aanbeveling aan artsen uitgaan om hemofiliepatiënten alleen bloed toe te dienen dat aan deze behandeling was onderworpen.

Op 29 mei 1985 besloot dokter Garretta dat niet-verhit bloed nog voor transfusies zou worden gebruikt, hoewel hij - dat is nu uit het onderzoek gebleken - wist dat dit grotendeels met het aids-virus was besmet. Het duurde tot 1 oktober van dat jaar voordat dit besmette bloed uit de handel werd genomen. Hemofiliepatienten kregen geen informatie over de risico's die ze liepen. Het ministerie van gezondheid zou bovendien de invoer van "veilig' bloed hebben afgeremd.

Over het functioneren van de Franse bloedtransfusiedienst zijn nieuwe vragen gerezen door het uitlekken van een rapport van directeur Garretta uit l989 waarin hij stelt dat sinds 1981 in totaal 400.000 Fransen als gevolg van bloedtransfusies besmet zijn met virussen die vormen van hepatitis veroorzaken. Zelfs het gevaarlijke hepatitis-B wordt in geringe mate overgebracht, al wordt transfusiebloed sinds 1971 onderzocht op het voorkomen van het hepatitis-B virus, aldus dit rapport dat gisteren werd gepubliceerd.

De voormalige functionarissen van het ministerie van gezondheid die in staat van beschuldiging zijn gesteld, reageerden vanochtend afwijzend. In hoeverre de toenmalige ministers van sociale zaken en van gezondheid verantwoordelijk zijn voor het beleid met betrekking tot de hemofiliepatienten in 1984 en 1985, is niet duidelijk.